Respectievelijk hoogleraar international business and management en hoogleraar internationale economie, Rijksuniversiteit Groningen

Sjoerd Beugelsdijk en Steven Brakman

Globalisering raakt juist de Groene Amsterdammer lezer

Dat globalisering samengaat met een wereldwijde herschikking van de economische machtsverhoudingen is genoegzaam bekend. Voor economen staat het als een paal boven water dat de wereld hier beter van wordt. Toch wordt in de media vaak de negatieve kant belicht: onze lonen moeten omlaag door concurrentie uit landen als China anders volgen bedrijfssluitingen gecombineerd met de onvermijdelijke massaontslagen. Dit is echter een grove miskenning van het fundamentele karakter van globalisering. Nederlandse bedrijven verdienen hun geld niet alleen door in Nederland spullen te verkopen, maar ook op buitenlandse afzetmarkten. Internationale handel is in feite niets anders dan arbeidsverdeling, maar dan op wereldschaal. Dit betekent dat export nooit zonder import kan. Nederlandse bedrijven verkopen graag in het buitenland en buitenlandse bedrijven zijn graag actief in Nederland. Weliswaar zijn de lonen in Nederland hoog, maar daar staat een hoge arbeidsproductiviteit tegenover. Een schijnbaar onuitputtelijk aanbod van laagbetaalden in China en India wordt gecompenseerd door een relatieve lage productiviteit. Met de Nederlandse concurrentiekracht is niet zoveel mis, zoals een blik op de betalingsbalans al doet vermoeden; sinds jaar en dag exporteren wij meer dan wij importeren.

Bedrijven zoeken de buitenlandse markt ook rechtstreeks op door zich in het buitenland te vestigen. Dit gebeurt over en weer. Nederland is als vestigingslocatie voor buitenlandse bedrijven aantrekkelijk: vanwege de centrale positie van Nederland in West Europa, en de goede verbindingen naar het (Duitse) achterland. Omgekeerd vestigen Nederlandse bedrijven zich in het buitenland. Recente gegevens geven aan dat multinationals vooral geïnteresseerd zijn in locaties met goed verdienende consumenten, en veel minder in locaties waar arbeid goedkoop is. Per saldo lijkt Nederland weinig banen te verliezen met dit soort wederzijdse bedrijfsverplaatsingen tussen de rijke landen onderling, hetgeen natuurlijk een schrale troost is voor iemand die zojuist zijn baan dreigt te verliezen, zoals recentelijk bij Organon in Oss.

Macro-economisch zijn de effecten van globalisering positief, maar er zijn natuurlijk winnaars en verliezers. Men denkt dat vooral de hoogopgeleiden profiteren van globalisering. In dit verband wordt ook wel gesproken over een aanstaande tweedeling tussen hoger en lager opgeleiden in Nederland als gevolg van globalisering. De positie van de lageropgeleiden is echter sterker dan veelal wordt gedacht. De kwestie over uitbesteding betreft niet of een scheerapparaten fabriek naar Polen wordt verplaatst, maar veel meer welke taken naar het buitenland uitbesteed kunnen worden. Waarom zou een belastingformulier niet door een veel goedkopere accountant in India kunnen worden ingevuld of een röntgen foto van een gebroken arm niet beoordeeld kunnen worden door een radioloog in China? Dit geldt in toenemende mate voor relatief complexe taken. Door technologische en ICT ontwikkelingen zijn bedrijven steeds vaker in staat om taken te verplaatsen naar landen waar hoger opgeleiden beschikbaar zijn die tegen een lager salaris hetzelfde kwalitatief hoogstaande werk doen. In India en China studeren vele malen meer hoger opgeleiden af dan in Nederland, met name in de technische vakken. De gangbare gedachte is dat deze universiteiten van een lager kwaliteitsniveau zouden zijn als die in Nederland. Dat is niet waar. Aziatische universiteiten stijgen rap op allerhande kwaliteits_rankings_ en de kwaliteit van een aantal grote instellingen in deze landen nadert de traditionele top in de Verenigde Staten en Engeland. Alhoewel het Nederlandse kwaliteits_gemiddelde_ nog steeds hoog is, stijgt de absolute top in sommige Aziatische landen nu al uit boven die in Nederland.

Om welke taken gaat het eigenlijk? Het betreft taken die goed op afstand omschreven kunnen worden en waarvan het resultaat verplaatsbaar is. Het röntgenfoto voorbeeld hierboven voldoet aan deze criteria. Ondernemingen denken bij uitbestedingvraagstukken niet langer in termen van fabrieken die verplaatst kunnen worden, maar steeds vaker in termen van taken die uitbesteed kunnen worden; kan de software afdeling niet naar India verplaatst worden? En kunnen wij dit niet gezamenlijk doen met andere industrieën die ook overwegen hun software afdeling te verplaatsen? Dit levert een interessante verschuiving van perspectief op. Het werk van de schoonmaker of de kantine werknemer kan niet vanuit het buitenland worden gedaan evenals dat van de hersenchirurg. Globalisering raakt juist de grote groep werknemers die taken verrichten die goed te omschrijven zijn en die verplaatst kunnen worden. De relatieve schaarste aan technisch hoger opgeleiden in Nederland zal dit proces alleen maar versnellen.

Kortom, een onderschat aspect van de gevolgen van globalisering voor Nederland betreft de mate waarin de middengroepen geraakt worden. Het zijn niet de zeer laag opgeleiden en de zeer hoog opgeleiden, maar de relatief grote middengroep voor wie de kille wind van de globalisering steeds sterker voelbaar wordt. Het huidige overheidsbeleid is gericht op een toename van het aantal hoger opgeleiden, en bescherming van de lager opgeleiden, maar zou moeten verschuiven in de richting van een gerichte strategie op deze middengroep.


Bekijk ook de website van Sjoerd Beugelsdijk en die van Steven Brakman