Economie

Sjonnie en Tichera

Als penningmeester van de overblijfcommissie moest ik jarenlang ouderlijke bescheiden verzamelen om een gemeentelijke bijdrage in de kosten voor de overblijf aan te vragen. Die bijdrage was er alleen voor ouders met een inkomen rond bijstandsniveau. Tot mijn verbazing bleek de gemeente meer van dit soort regelingen te hebben. Subsidies voor sport, muziekles, cursussen, vervoer, schoolzwemmen - en alleen voor de echt armen uiteraard. De intenties waren loepzuiver sociaal-democratisch: ook de minderbedeelden moesten toegang hebben tot de fraaie zaken des levens. Maar de keerzijde was dat ook. Een administratieve nachtmerrie. Maar ook een gouden, oké vergulde kooi. Wie een baan aannam en ook maar iets meer ging verdienen, raakte onherroepelijk z'n bijdrage kwijt en was daardoor netto vaak slechter uit. Het gevolg laat zich raden: eenmaal in de bijstand, altijd in de bijstand. En zo heeft Nederland zichzelf opgezadeld met het probleem van hardnekkige armoede bij eenoudergezinnen.
Afgaand op hun verkiezingsprogramma’s zijn SP, GroenLinks en PvdA het probleem van de armoedeval al lang weer vergeten. In de ‘liberale’ jaren negentig nog een belangrijk argument voor een simpeler belastingstelsel, wemelen de programma’s inmiddels weer van de inkomensafhankelijke regelingen. Met mantra’s als de 'sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’ en de 'kwetsbaren van de samenleving mogen niet het slachtoffer worden van de crisis’ worden burgers met kleine inkomens voorgetrokken en burgers met hoge inkomens gestraft. Modaal hoeft minder te gaan betalen voor zorg en kinderopvang, en krijgt meer kinderbijslag, terwijl bovenmodaal juist meer belasting moet gaan opbrengen, meer moet neertellen voor kinderopvang en zorg, minder kinderbijslag ontvangt en minder hypotheekrente mag aftrekken.
Met deze zucht naar herverdeling snijdt links zich lelijk in de vingers. Niet alleen zijn er geen goede morele redenen voor redistributie van rijk naar arm - Nederland heeft een van de meest gelijke inkomensverdelingen ter wereld - ook economisch is herverdeling het stomste wat je maar kunt doen. Wat voor de bijstandsmoeders uit mijn overblijfdagen gold, geldt voor iedere inkomensafhankelijke regeling: je dempt er de drang tot zelfverheffing mee en legt een grauwsluier van middelmatigheid over Nederland.
Wie veel schulden heeft kan twee dingen doen: de spreekwoordelijke broekriem aanhalen of meer gaan verdienen. Dat laatste lukt alleen als burgers een substantieel deel van iedere extra euro in eigen zak mogen houden. Inkomensafhankelijke regelingen doen het tegenovergestelde. Links kiest dus voor verdelen van armoede in plaats van meer groei. Mijn keuze is het niet.
De linkse fixatie op uitkomstgelijkheid contrasteert bovendien schril met de schuchterheid op onderwijsgebied. Links zorgt dan wel fijn voor het pilsje van Sjonnie en de streetdance van Tichera, maar laat ondertussen hun kroost doodleuk verkommeren op het vmbo terwijl links’ eigen kroost naar het gymnasium gaat. Meer poen moet er komen van SP, GroenLinks en PvdA. Maar als structuur en organisatie van het onderwijs blijven zoals ze zijn, verdwijnt dat doodleuk in de zakken van de koepels, corrupte schoolbestuurders en cynische docenten. Terwijl het eigenlijke probleem - te vroege en te onverbiddelijke selectie - niet eens wordt benoemd.
Onder aanroeping van de afgod van de kenniseconomie is er momenteel buitenproportionele aandacht voor hoogbegaafden en geen enkele voor de kinderen die in het door toetsen verziekte onderwijs worden vermalen. Geen middenschool, want dat gaat ten koste van de zelfontplooiing van mijn hoogbegaafde zoon. En zo legitimeert die ene sociaal deficiënte idioot met een IQ van 140 selectie op twaalfjarige leeftijd, een internationaal ongekend harde scheiding tussen hoofd- en handleerlingen, en gymnasiaal eliteonderwijs waar Sjonnie en Tichera fors aan meebetalen.
Veel vrome onderwijswensen, maar noch SP, noch GroenLinks, noch PvdA durft het schrappen van de vroege selectie inzet van de verkiezingen te maken. Terwijl de oorzaak van de geringe sociale mobiliteit in Nederland ligt bij een onderwijsbestel dat vooral dient om de eliteposities van de hogere middenklasse te reproduceren. Via een comfortabele onderwijsglijbaan die loopt van basisschool en lyceum naar weinig verplichtende universiteit en voorsorteert voor lucratieve banen in bestuur en management zorgt Nederland goed voor de eigen elite. Sjonnie en Tichera hebben het nakijken.
Links lijkt niet te snappen dat haar preoccupatie met inkomensongelijkheid de keerzijde is van het eigen onvermogen om de falende verheffing te repareren. Nederland is een standenmaatschappij die de structureel ongelijke verdeling van kansen afkoopt met douceurtjes voor de onderklasse. Sjonnie en Tichera hebben bij links niks te zoeken. Royalere uitkeringen helpt ze niet verder. Een frontale aanval op de onderwijsprivileges van de hogere middenklasse des te meer.