LEV LOSEFF, JOSEPH BRODSKY: A LITERARY LIFE

Sjouwer, graver, dichter

Als Russisch dichter en Amerikaans essayist, pendelend tussen twee talen en tradities, wist Joseph Brodsky een geheel eigen wereld op te roepen.

‘Je hebt geen idee wat je geschreven hebt!’ schijnt de oude Anna Achmatova gezegd te hebben nadat Joseph Brodsky haar zijn Grote elegie voor John Donne had voorgelezen. In dit ruim tweehonderd regels tellende gedicht roept Brodsky eerst een onvergetelijk beeld op van de stille, winterse nacht, waarin alles rondom de dode Donne in diepe slaap verzonken is, waarna de overledene wordt toegesproken door zijn reeds in de hemel tronende ziel. 'Je zag de Hel, in je en om je heen./ Het Paradijs vol zon, maar ook met randen/ waar altijd de droefgeestigheid door scheen.’ Wie ooit iets van of over John Donne heeft gelezen, wordt getroffen door de intensiteit en rijkdom van dit gedicht, die doen vermoeden dat Brodsky zich grondig heeft verdiept in de denk- en belevingswereld van de zeventiende-eeuwse Engelse dichter en theoloog.
Maar Achmatova had in twee opzichten gelijk. Niet alleen leek de 22-jarige Brodsky nauwelijks te beseffen welk een meesterwerk hij had geschreven, ook letterlijk wist hij nauwelijks waarover hij het had, aangezien hij op dat moment van Donne niet meer had gelezen dan de regels die Hemingway had gebruikt als motto voor zijn roman over de Spaanse burgeroorlog, For Whom the Bell Tolls. Pas nadat hij zijn elegie had geschreven kreeg Brodsky een boek met gedichten van Donne te pakken, waarin hij tevergeefs zocht naar deze regels, die afkomstig waren uit een van Donne’s preken.
De beroemde, veelgeplaagde dichteres besefte als eerste dat Brodsky een uitzonderlijk dichter was, en haar opmerking was voor hemzelf ook een soort ridderslag, een initiatie. Overtuigd van zijn kunnen manifesteerde hij zich voortaan als dichter, dit tot grote verontwaardiging en woede van de sovjetautoriteiten en veel 'officiële’, bij de Schrijversbond aangesloten literatoren. Brodsky was namelijk op vijftienjarige leeftijd van school gegaan en verdiende - nadat hij wegens zijn joodse afkomst was afgewezen voor de opleiding voor onderzeeërmatroos - de kost met een eindeloze reeks baantjes in fabrieken, werkplaatsen en zelfs in een mortuarium. Om, althans binnen de immense Sovjet-Unie, iets van de wereld te zien, ging hij als sjouwer en graver mee op geologische expedities.
Hoewel hij buiten wat kinderversjes in een officieel tijdschrift alleen een handvol gedichten in enkele samizdat-uitgaven had gepubliceerd, werd Brodsky gezien als een gevaar voor de sovjetsamenleving. Na enkele arrestaties en opsluiting in een psychiatrische kliniek werd hij in 1964 veroordeeld wegens 'parasitisme’ - omdat hij niet was aangesloten bij de Schrijversbond werden zijn gedichten niet gezien als 'werk’ en werd zijn weigering om een vaste baan te zoeken beschouwd als bewijs van zijn subversiviteit.
Het proces had internationaal de aandacht getrokken en een jaar later wees Sartre, die door de sovjetautoriteiten niet ten onrechte werd gezien als een grote vriend, erop dat Brodsky’s verbanning koren op de molen van 'de tegenstanders van de vreedzame coëxistentie’ was. Het vonnis werd herzien en Brodsky mocht terug naar Leningrad, de stad waar hij in 1940 was geboren en als peuter het eerste jaar van de ruim negenhonderd dagen durende Duitse belegering had meegemaakt. Een stad die in Brodsky’s kinderjaren grotendeels een lege stad was, waar gras in de straten groeide en de zwaar gehavende monumentale gebouwen deden denken aan de verlaten coulissen van een theater uit een voorbij tijdperk. Het was dan ook geen wonder dat Brodsky veel herkende in het werk van Kavafis, in wiens gedichten het hellenistische Alexandrië zo'n grote rol speelt.
De prachtige biografie die Brodsky’s vriend Lev Loseff, een in Amerika docerende Russische letterkundige en dichter, heeft geschreven concentreert zich vooral op Brodsky’s werk, op de invloeden die hij heeft ondergaan en op de relatie tussen zijn levensloop en zijn poëzie. In tegenstelling tot de auteurs van de vele vuistdikke schrijversbiografieën die tegenwoordig in Nederland verschijnen valt Loseff de lezer niet lastig met eindeloze opsommingen van lezingen en universitaire verplichtingen, tegen heug en meug geschreven recensies of polemieken met collegae of critici. Het is een handzaam boek geworden, maar je hebt na lezing wel het idee dat je over Brodsky weet wat je wilt weten. Zo gaat Loseff uitgebreid in op Brodsky’s plaats binnen de Russische literatuur en maakt hij duidelijk dat hij - vooral nadat hij daadwerkelijk Donne en ook T.S. Eliot had gelezen - de metafysica terugbracht in de poëzie van zijn vaderland. Ook laat hij zien hoe bijzonder het was dat Brodsky, evenals Nabokov, zich het Engels zo eigen wist te maken dat hij in de jaren tachtig in die taal de schitterende essays kon schrijven die gebundeld werden in Less Than One en On Grief and Reason.
Die eerste essaybundel verscheen in 1987, het jaar waarin Brodsky de Nobelprijs kreeg. Als Russisch dichter en Amerikaans essayist, die voortdurend (geestelijk althans) pendelde tussen die twee landen, tussen twee talen en tussen verschillende intellectuele en religieuze tradities, en die hierbij een geheel eigen, wonderlijke wereld wist op te roepen - waarin beschaving en alledaagsheid, humanitaire idealen en de vulgaire werkelijkheid de confrontatie aangingen - verdiende hij die ten volle. Als gevolg van een aangeboren hartkwaal en het feit dat hij het leven voluit leefde, overleed hij reeds in 1996, nog geen 56 jaar oud. Een hartstochtelijke individualist op zoek naar een bezield verband.

LEV LOSEFF
JOSEPH BRODSKY: A LITERARY LIFE
Uit het Russisch vertaald door Jane Ann Miller
Yale University Press, 333 blz., € 31,20