Sport

Sjpeurt

De wereld staat op z’n kop, en de sport ook, want het is weer zo ver: carnaval. Zandzakken voor de deur. Je stad een rare naam geven. Jezelf een rare naam geven en een raar pak aandoen en een rare neus opzetten en een rare bril en rare oorwarmers en rare sokken en schoenen en dan raar praten en raar drinken, veel raar drinken en raar hossen en raar wankelen en je bed in vallen – je zou niet denken dat volwassen mensen zulke dingen deden. En dat drie dagen lang. Non-stop, dat wil zeggen zonder te stoppen. Misschien een half uurtje op de bank liggen met gesloten ogen, maar daarna is het weer hop, een gebakken ei en het eerste biertje van het nieuwe uur.
We zien een wethouder die zich Prins Carnaval laat noemen en in een kostuum uit de feestwinkel van Schele Joop en met een ketting van oude melkdoppen een toespraak houdt in een onverstaanbaar dialect om daarmee het startschot te geven voor het carnaval. Kèrnevè-è-èl. Drie dagen lang. Onder de grote rivieren, welteverstaan.
Ook de sport wordt erdoor beïnvloed. Welke Limburgse club brengt een volwaardig en volledig team op de been als iedereen laveloos tussen de gebakken eieren ligt te braken?
Dat gaat niet. Het is of het een of het ander. Daarom hebben clubs uit het Zuiden de mogelijkheid hun wedstrijd in carnavalstijd uit te stellen. Tradities zijn tradities en cultuur is cultuur, en net zo min als je Sinterklaas zomaar de toegang tot het land kunt weigeren, kun je carnaval veronachtzamen.
Maar zomaar wedstrijden afgelasten is ook niet goed. Het moet anders: we moeten carnaval en sport combineren, zodat we het beste van twee werelden samenbrengen.
Voetbalclub TOP uit Oss – ‘Ossenkoppenrijk’ – gaf het goede voorbeeld. Iedereen die zich op z’n carnavals had verkleed, dus echt verkleed, ‘niet alleen maar een rode neus op’, mocht gratis naar binnen bij de wedstrijd tegen de koploper VVV-Venlo, uit Venlo, Limburg. Zijne doorluchtigheid Stadsprins Arno dun Urste verrichtte zingend de aftrap: ‘Kick dan doar en hier, nie te lomp mi gevuul, anders duughet zier’. TOP won met 4-2.
Zo moet het, en nog beter.
Als Eindhoven Lampegat heet tijdens carnaval (wat zo is) en Roosendaal Tullepetaonestad (wat zo is), dan dopen we alle steden en dorpen waar een sportwedstrijd wordt gespeeld tijdelijk om. Amsterdam wordt Bobbeltjeskonten, Rotterdam Hussenmetjeneusd’rtussen. Wageningen heet Boerenbries. Knabbeldam. Schetevleet. Vleugemeug. Toeschouwers komen verkleed (niet alleen een rode neus op zetten). Spelers gaan hossend in polonaise het veld op. Overal wordt de aftrap verricht door iemand die zich prins noemt en iets onverstaanbaars zegt. Op het veld en daarbuiten wordt alleen Limburgs of Brabants gesproken. Er is bier, veel bier.
Zul je zien dat de sport daar baat bij heeft. Het Nederlands kampioenschap dreutelbal wordt beslist in Uuuleveullen, met de derby tussen Leuckeroy en Vleudreup.
De beul is reund, zeggen ze daar, vooral in het dreutelbal.
De spannende strijd in de hoofdklasse van het zaterdag-keurfbeul vervolgt met de ontmoeting tussen nummer 1 Ruftenbeutel en de nummer 3 De Deurleupers. Carnabal. De carnabal is rond oleu en we nemen er nog één.
De Malle Wappers uit Vliegengat handballen tegen de Kneuterige Knollen uit Stampershoek. De Matige Maten treden voor hun korfbalwedstrijd aan tegen de Haonige Hoanepoeten uit Kwezelenflappersdam.
De Knaopensjchenners tegen de Roanddebeulen. Mieiejzzemuuzen versus Loangeloellen. De Dikkeloelle nemen het op tegen Lejjkkerfukken. D’n Oagterlukke Rukkers tegen D’n Zatte Oapen. De Vette Nekken vrezen De Ruige Knaopen. D’n Keihèrde Toeters worden kampioen als ze winnen van Achterlijke Dakhazen.
In Oeteldonk, dat door de week Den Bosch heet, staat de sjoelkraker Vogelflatsen versus Druugslaimers op de agenda. Het publiek kijkt ernaar uit. Voor de match zit de stemming er al goed in: ‘Agge maar leut het, hè? Sins da’t ‘r nuuwe mèènsen in ‘t kefee van Bòòne zitte is ‘t ‘r al veul veraandert. Zoo èmme me daor nouw ok mechaòniese meziek. En dan èdde ok ‘n disjokkie nòòdig.’
De dreuf- en reunsport beleeft mooie tijden. Bij het heugsprungen gaat het tussen de Dumme Rukkers en de Deurgedreuide Fleumen. Het hurdleupen is spannend omdat de Knetterkaputte Keurkneupen maar één punt meer hebben dan de Veule Verrekes.
Heel Nederland Limland. Braburg. Limbraland. We hebben leut met mekoar en met zun allen. Leut van hier tut Teukieu. Oleuheu, oleu.
We zuipen ons een ongeluk aan het bier en slapen niet tussen alle wedstrijden door. We euten af en toe een gebakken eu en dan hoppelepeu weer veurt met de speurt. Zijn wij niet allen Limburgers, diep in ons hart?