A.H.J. DAUTZENBERG, SAMARITAAN

Slaaf van de realiteit

A.H.J. Dautzenberg, Samaritaan, € 19,95
A.H.J. Dautzenberg, Samaritaan, € 15,95 (e-book)
A.H.J. Dautzenberg, Vogels met zwarte poten kun je niet vreten, € 19,95
A.H.J. Dautzenberg, Vogels met zwarte poten kun je niet vreten, € 16,51 (e-book)

Begin vorige maand was A.H.J. Dautzenberg te gast bij Pauw & Witteman, een prestatie op zich, want als je als schrijver bij de Vara-heren mag aanschuiven, moet je of heel bekend zijn, of iets geks hebben meegemaakt (puur over literatuur praten doen ze liever niet). Dautzenberg, een nog beginnende schrijver, viel in de tweede categorie. Hij zat er fijn onaangepast bij, zoals televisie schrijvers graag ziet, een beetje schuw, een beetje hautain. Hij zat er omdat hij kortgeleden een nier had afgestaan, geheel vrijwillig en geheel anoniem; hij kende de persoon aan wie de nier ten behoeve viel niet. Hij schreef er de autobiografische roman Samaritaan over. Waarom een nier weggeven, wilden P & W weten? ‘Op de eerste plaats had ik er een over, want met één nier kun je prima leven’, vertelde Dautzenberg, die een veelvoud van motivaties gaf (altruïsme, anarchie). Hij zag het als 'een experiment, prettig om een nieuw avontuur aan te gaan, om out of the comfort zone te stappen’.
Ik weet het niet. Het is makkelijk om Dautzenbergs daad als iets nobels te zien. Hij vertelde ook nog wel over het donatietekort en over een (mooi) systeem, de domino paired kidney exchange, waarbij de nier van een anonieme donateur 'verdubbeld’ wordt door een nier van iemand die zou willen doneren maar niet matcht, met een zieke geliefde of familie (die de anonieme nier ontvangt), wier nier dan weer naar een derde gaat - maar op mij kwam Dautzenbergs verhaal over als de ultieme verveling, dezelfde lichamelijke desinteresse die doorgaans blijft voorbehouden aan junkies en alcoholisten, masochisten of mannen die zich bareback te grazen laten nemen in dark rooms. Een nier afstaan zomaar, als 'nieuw avontuur’, als gedachte-experiment, voor de fun, zoals anderen een tatoeage laten zetten? Voor mij voelde het als een totale ontkenning van hoe fragiel gezondheid is, sowieso hoe kuttig precair het leven is. En zelden zag ik iemand daar zo gewild provocerend zo oppervlakkig over filosoferen.
En toen moest ik het boek nog lezen.
De literatuur dan: eind 2010 verscheen Dautzenbergs verhalenbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten, die, terecht, veel weerklank vond in de literatuurbijlagen - ook in die van De Groene. De verhalen waren niet allemaal even sterk, sommige ontstegen het niveau van ludiek ideetje of smerige grap niet, maar uit het merendeel kwam een aanstekelijk gevoel van gas geven, van dingen durven ondernemen, uitproberen in vorm, stijl en levensbeschouwing. Ook Samaritaan valt op in de vorm: de roman bestaat uit 33 dialogen, tussen de donor en zijn artsen, zijn maatschappelijk werker, zijn stervende vader, zijn vrienden, zijn geliefde, en uiteindelijk zijn nier zelf - een opgefokt orgaan ('Kom godverdomme maar op met die verhuizing!’) dat praat als Travis Bickle uit Taxi Driver: 'You talkin’ to me?’
Tegen de meeste gesprekspartners geeft de ik-persoon tegenstrijdige verklaringen voor zijn daad. Uit altruïsme: een goede daad verrichten. Uit egoïsme: de goede daad geeft hem aanzien. Of omdat dit, zegt hij tegen een vriend, de ideale zelfmoord is: als hij bij de operatie overlijdt, sterft hij als held. De ik-persoon lokt de artsen en psychologen uit hun comfort zone, wijst ze op hypocriete elementen van hun beleid en op de onvolkomenheden van de ziekenhuiswereld. Hij is pedant, maar tegelijk geeft Dautzenberg, heel knap, de lezer het gevoel dat hij meer weet dan de donor: is deze nierdonatie geen overspannen reactie op het ziekbed van zijn vader? Je voelt het in de gesprekken met de maatschappelijk werkers, de donor ontwijkt hun persoonlijke vragen, en als ze doorvragen verschuilt hij zich achter filosofieën - ook hij verstopt zich voor de waarheid.
Voor de vorm en de variëteit scoort Dautzenberg punten op originaliteit. Samaritaan is zonder meer grappig; vooral zijn hysterische nier, zijn waanbeelden aan de morfine en het bezoek van 'De schrijver’, die hem alvast meedeelt hier een autobiografisch relaas van te maken ('Ik ben een slaaf van de realiteit, ik volg de werkelijkheid op de voet’) zijn geestig en hoewel realisme niet zijn doel zal zijn, geeft Dautzenberg een sterk beeld van het camouflerende medische taalgebruik en de bureaucratie. Toch slaagt hij er niet in om zijn concept even sterk te houden. Alle ziekenhuismedewerkers klinken hetzelfde. De filosofie waarmee hij hen en zijn vriend bestookt is weinig meer dan een reeks quasi-diepzinnige oneliners. De constant klagende geliefde is een sjabloon, volledig eendimensionaal in haar egoïsme. Hij loopt telkens in de val van voor de lezer informerende zinnen, die in een echt gesprek tussen familie niet zouden voorkomen (tegen zijn broer: 'Hoe verklaar jij dat, je hebt daar in je beroep vast en zeker mee te maken; jij bent toch bezig met die specialisatie oncologie?’).
Natuurlijk bestaat de kans dat het een valstrik is, dat hij helemaal geen nier heeft weggegeven, of wel, maar aan een bekende (zijn vader?). Dautzenberg speelt met feit en fictie, prima, maar hij speelt te saai, te bot. Gaandeweg deed Samaritaan me vooral denken aan wat Hans Goedkoop ooit schreef over Connie Palmens I.M.: 'Een egomaan verlangen dat de rollen tot in het absurde omdraait. I.M. is niet geschreven om de lezers iets te geven, maar om iets van hen te krijgen.’ Hetzelfde geldt voor de inzet van Samaritaan: het is een potje zelfmystificatie waarmee Dautzenberg zijn lezers niet een fictieve romanwereld in wil trekken, nee, hij wil het romanpersonage Dautzenberg de echte wereld in duwen, de wereld die je op tv ziet, bij Pauw & Witteman. Hij wil niet dat we nadenken over zijn boek, maar over de schrijver. Dat lijkt me de verkeerde volgorde.

A.H.J. DAUTZENBERG
SAMARITAAN
Contact, 256 blz., € 19,95