Economie

Slaafse politici

Een Europees akkoord is noodzakelijk, maar het is vooral belangrijk dat het overtuigt. Het moet de markten ervan overtuigen dat de schuld van een land als Italië zal worden voldaan, door Italië zelf en zo nodig via een noodfonds. Het voorstel door Frankrijk om het noodfonds te laten lenen bij de centrale bank is door Duitsland afgewezen. Nog sterker dan de wens om de euro te redden, blijkt de vrees voor inflatie. Want de laatste en misschien wel enige mogelijkheid om de euro te redden, is afgewezen.

De Duitse politici volgen slaafs Chicago-econoom Milton Friedman. Dit zou John Maynard Keynes niet verrast hebben: ‘Practical men, who believe themselves to be quite exempt from any intellectual influences, are usually the slaves of some defunct economist.’ Friedman is de leider van de monetaristen onder de economen geweest. Centraal bij hen staat het idee dat de geldhoeveelheid alleen het prijspeil bepaalt, en niet bijvoorbeeld de werkloosheid. Alleen door te verrassen met een grotere geldhoeveelheid (en dus met een hoger prijspeil en een lager reëel loon) kan de centrale bank tijdelijk een lagere werkloosheid bewerkstelligen. Als de centrale bank blijft proberen om te verrassen, zullen burgers en bedrijven een steeds hogere inflatie verwachten.
De nadruk van Friedman op verwachtingen is nuttig geweest. Paul Volcker heeft begin jaren tachtig met verwachtingen over steeds hogere inflatie de strijd aangebonden door het monetair beleid te verkrappen. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. De rente is naar ongekende hoogte gestegen, de huizenprijzen zijn gedaald en de werkloosheid is hoog opgelopen en in Europa nog jaren hoog gebleven. De inflatie heeft daarentegen wel een structurele daling ingezet. Die daling is versterkt door de sterkere onafhankelijkheid van centrale banken: zij worden niet langer verwacht te verrassen. De cijfers zijn duidelijk: de inflatie in de jaren zeventig bedroeg gemiddeld 7,1 procent per jaar en in de afgelopen tien jaar maar 2,2 procent.
Maar in de Chicago-school van Friedman is de overheid als een blindedarm: op z'n best overbodig en op z'n slechtst ongezond. Deze school zal nooit aan de overheid een actieve of corrigerende rol op markten toekennen. De ironie wil dat de Amerikaanse econoom juist door de Europeanen en in het bijzonder door de Duitsers uiterst serieus is genomen. De Europese centrale bank (ECB) heeft maar één opdracht: prijsstabiliteit, terwijl de Amerikaanse Federal Reserve ook de opgave van volledige werkgelegenheid heeft. De ECB houdt vast aan die ene doelstelling en is nogal terughoudend bij acties om de economie te stimuleren of zelfs om de financiële stabiliteit te borgen.
Historisch is de afkeer van inflatie in Duitsland wel te begrijpen. Sebastian Haffner verhaalde hoe zijn familie in de Weimar-republiek de hyperinflatie het hoofd probeerde te bieden, waarbij de prijzen ongeveer elke twee dagen verdubbelden. Als het salaris van zijn vader werd uitbetaald, werden onmiddellijk de huur en andere vaste lasten betaald, ging het gezin nog die dag naar de kapper en werd de volgende dag de rest van het salaris aan eten en andere levensbehoeften besteed. Het is de combinatie van hyperinflatie en politieke chaos die in het Duitse collectieve geheugen staat gegrift.
Hysterisch is de afkeer van inflatie desondanks. In Duitsland moet begrepen worden dat er een onnoemelijk groot verschil is tussen hyperinflatie en de gewone, juist gezonde inflatie van twee procent per jaar of iets meer. Ook in Nederland zijn er hysterici die in oplopende prijzen uit de hand lopende inflatie menen te zien. In perioden van stijgende grondstofprijzen schreeuwen zij luid want hysterisch; ze spelen stommetje als de inflatie geen probleem blijkt, zoals in 2008 en zoals in dit jaar. Nog vorig jaar hebben de Tilburgse economen Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic inflatie van zes procent of meer voorspeld. Dergelijke economen reken ik niet onder de slaven maar onder de slavenbewakers.
De regel is dat de centrale bank niet de schulden van een land financiert; de uitzondering is een situatie van paniek. Een bank maar ook een land in de eurozone kan door paniek in problemen komen. Als het vertrouwen niet bestaat dat een bank of een land aan de verplichtingen kan voldoen, dan kan dat ook niet: een self-fulfilling prophecy. Het is dan aan de centrale bank om vertrouwen te 'lenen’ door aan een gezonde bank of een solvabel land steun te geven én eisen te stellen. Op die manier verdwijnt de paniek. Kan financiering van schulden leiden tot inflatie? Nee, want in een situatie van paniek kampt de economie van de eurozone met een tegenvallende vraag van onzekere burgers en bedrijven. Dat is niet een situatie waarin prijzen uit de hand lopen.
Het probleem van inflatie is denkbeeldig en het gevaar van financiële instabiliteit is dat bepaald niet. Dat lijkt geen moeilijke keuze. Tenzij politici te zeer slaaf van al lang overleden economen zijn om zelfstandig een keuze te maken.