Kunst

Slaapsessies

Kunst: The Black Room van Melvin Moti

De Nederlandse kunstwereld heeft er een troetelkind bij: Melvin Moti (1977), afgestudeerd in audio visuele vormgeving (16- en 8mm-films) aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg en De Ateliers in Amsterdam (16mm-film en video). In 2001 werd hij genomineerd voor de Pontprijs, de Tilburgprijs en de Montevideoprijs. Videokunst, dus.

Over belangstelling heeft Moti niet te klagen. Boijmans Van Beuningen toonde vorige maand in de expositie PROJECT Rotterdam het indrukwekkende Texas Honky Tonkin (2003). Daarvoor bracht Melvin Moti twee jaar geleden een bezoek aan de Amerikaanse staat, waar hij probeerde aan te tonen dat Amerikaanse folkmuziek – en daarmee de onderliggende structuur van de Amerikaanse maatschappij – nauw verwant is aan de Europese. Het ontroerende portret laat zich het best omschrijven als een ode aan de mens. Het is vooral de laatste zin van de aftiteling, «Don’t Mess with Texas», die een onbedaarlijke glimlach op mijn gezicht toverde. Vorig jaar toonde het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam de film No Show op de KunstRAI. Het verhaal daarvan is gebaseerd op een rondleiding die in 1943 plaatsvond in de Hermitage. Een gids vertelde een groep soldaten over de kunstcollectie, die echter vanwege de oorlog elders was ondergebracht. De gids beschreef de schilderijen – van Fra Angelico, Rembrandt en anderen – uit zijn hoofd. Een komisch en tegelijkertijd bijzonder tragisch gegeven.

Het uitgangspunt van The Black Room wordt gevormd door de «hyp notische slaapsessies» (1922-1923) van de Surrealisten. Tegen de achtergrond van een Romeinse wanddecoratie – de camera glijdt geleidelijk langs de fresco’s op de wanden van de «Zwarte Kamer» van de Villa Agrippa bij Boscotrecase, gelegen net buiten Pompeji – vindt een fictief interview plaats met dichter, literatuur- en filmcriticus Robert Desnos (1900-1945), belangrijk exponent van het Surrealisme. Zowel de interviewster als de geïnterviewde blijft buiten beeld. De beruchte slaapsessies zijn experimenten van de Surrealisten met een vorm van zelfhypnose, van waaruit gedichten, teksten en beelden werden opgetekend. Desnos was de meest bedreven slaapschrijver van het stel; zelfs in een druk café kon hij zichzelf in trance brengen en sprak tijdens de sessies wonderbaarlijke teksten uit in alexandrijnen. Desnos raakte er compleet verslaafd aan. Hij kreeg slaap- en eetstoornissen, werd suïcidaal en zat, in trance, Paul Eluard na met een mes. De interviewteksten zijn door Moti geschreven aan de hand van Desnos’ persoonlijke notities over zijn angsten en gevoelens in die periode.

De zwarte wand van de villa en de «langsdrijvende» fresco’s met landschappen en ornamenten wij zen in de richting van stimulering van het onderbewustzijn. De donkere wand is bij uitstek ge schikt om beelden en verhalen op te projecteren. De semi-automatische wijze waarop ze wordt verkend wordt hier geassocieerd met de automatismen waarmee de Surrealisten hun (en ons) onderbewustzijn aftastten.

Naast de spanning tussen beeld en geluid – de loskoppeling sticht verwarring, doet denken aan het werk van Nouvelle Vague-regisseur Jean-Luc Godard – hebben we hier ook te maken met de tweedeling fictie-realiteit, wat weer refereert aan een regisseur als David Lynch. De voorliefde voor «vergeten verhalen» is karakteristiek voor Melvin Moti. Opvallend is dit keer de afwezigheid van het element humor; daardoor is The Black Room misschien iets minder licht verteerbaar dan eerder werk. Ook No Show is in de tentoonstelling te zien.

Tot en met 30 oktober is The Black Room te zien in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.

Op 13 oktober toont het Stedelijk Museum uit zijn archief een aantal kunstdocumentaires. Melvin Moti heeft daarvoor het programma samengesteld. Informatie: www.stedelijkmuseum.nl