Slaapverwekkend smegma

Helen Zahavi, True Romance. Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer, Uitgeverij Arena, 199 blz, f39,90
Waarom is dat wat belooft te prikkelen, op te winden, mee te slepen, vaak zo geeuw- en slaapverwekkend? Toegegeven, ik ben geen kenner en liefhebber van het genre, maar het kan zelfs mij niet ontgaan dat een heel leger van vrouwelijke schrijvers, in het verdorven spoor van markies De Sade, Bataille, Pasolini, Henry Miller en D. H. Lawrence, een eigen pornografisch universum probeert te scheppen. Natuurlijk vind ik het een lofwaardig streven om de robuust mannelijke prikkelliteratuur een vrouwelijke evenknie te bezorgen.

Vrouwelijke Casanova’s, onverschrokken maneaters, pan-seksuele lustmachines, genotvolle masochistes, vuilbekkende slachtoffers - van mij mogen ze allemaal best hun rol op papier opeisen. Maar of het nu om de lust in het werk van Benoite Groult, Jenny Diski of al die o zo vrijgevochten Spaanse en Franse schrijfsters gaat, het resultaat is vooral saai, doodsaai. Niet voor niets zou de verklaring bij het lemma ‘seks en literatuur’ in het woordenboek van gemeenplaatsen als volgt luiden: 'Kan niet, lukt niet, leidt meestal tot pijnlijke cliches en gemeenplaatsen.’
Onlangs deed Helen Zahavi met True Romance haar gooi naar de literaire pornografie. Zahavi baarde een aantal jaren geleden opzien met haar debuut Dirty Weekend, waarin ze Bella, een 'no- one special’, een treurig soort vrouw dat voor het slachtofferschap geboren leek, liet terugslaan. Van lam werd Bella slachter, van aambeeld hamer, ze pikte het niet langer en vermoordde in een onverkwikkelijk weekend zeven nare, opdringerige mannen. Jubel was Zahavi’s deel, want verwoordde ze niet de wraakfantasie van elke 'seksueel geintimideerde’ vrouw? Op mijn Engelse exemplaar van Dirty Weekend staan in ieder geval de aanbevelingen van een trits damesbladen en feministische kopstukken als Naomi Wolf en Andrea Dworkin. 'The game’s over, boys.’
Dirty Weekend is geen meesterwerk, maar de inzet ervan is tenminste helder, de ironische toon verfrissend en de beat van de zinnen meeslepend. Wat Zahavi met True Romance wil, ik zou het bij god niet weten. Wellicht wil ze, net als Elfriede Jelinek in haar roman Lust, vanuit een vrouwelijk gezichtspunt naar het obscene kijken, maar waarom en waartoe wordt niet duidelijk.
De intrige van True Romance is snel verteld: een naamloze vluchtelinge uit een niet nader aangeduid Oostblokland komt in Engeland terecht, waar ze in huis wordt opgenomen door de beschaafde, welgestelde Max. Max onderwerpt haar aan allerlei sadomasochistische spelletjes, eerst alleen, later met zijn jonge, viriele vriend Bruno: 'Als je heel goed telde, waren ze in totaal met z'n drieen. Hij en hij en zij. Een drieeenheid van zinnelijk ingestelde lieden.’ Het is duidelijk dat het niet lang goed kan gaan met die 'benauwende, kleverige trojka’: de afgunstige machtsstrijd tussen de twee mannen loopt uit op een moord. Maar daarom niet getreurd, want de roman eindigt zoals hij begon. Er meldt zich opnieuw een man, waardoor er wederom een 'hij en hij en zij’ zijn.
De slachtpartij aan het eind van het boek suggereert dat er sprake is van een ontwikkeling in het gezamenlijke toegeven aan de lagere driften. Niets is minder waar. 'Het probleem is’, bedenkt Max vlak voor de moord, 'dat het allemaal eentonig wordt, de laatste tijd. Ik vond het nogal saai. Om kort te gaan, ik verveel me.’
Zahavi haalt me hier de woorden uit de mond: True Romance is een gruwelijk eentonig boek. Nu weet ik wel dat literaire pornografie vaak niet daadwerkelijk lichamelijk wil opwinden, maar mentaal wil prikkelen. Het artificiele taalgebruik van Zahavi - vol 'smegmawoorden’, 'veilheid’ die tot 'geilheid’ leidt, typeringen als 'de menstruerende afdeling’ of 'degene met de borsten’ voor de vrouw, en 'degenen in het bezit van een scrotum’ of 'vleesgeworden testosteron’ voor de mannen - is echter niet minder vervelend. Ik vrees dat het nog lang wachten is op dat vrouwelijke pornografische universum.