Informatievoorziening over Uruzgan

Slag gewonnen, oorlog verloren

Defensie gaf beelden vrij van vechtende Nederlandse militairen in Uruzgan, maar kondigde tegelijkertijd vrijheidbeperkende maatregelen af voor de pers.

De boodschap is overgekomen. Vorige week woensdag waren op de journaals van zes en acht uur eindelijk beelden te zien van een gevecht tussen Nederlandse militairen en Taliban-strijders. Daarmee hebben enkele kritische media een slag gewonnen in de strijd om de informatievoorziening over de Nederlandse bijdrage aan de Isaf-missie in Uruzgan.

Isaf is gemandateerd door de Verenigde Naties en beoogt veiligheid en stabiliteit te brengen in Afghanistan. De strategie: de steun van de bevolking winnen voor de wettig gekozen Afghaanse regering. Het doel: het voorkomen van een nieuw afglijden naar oorlog, moord en doodslag, een praktijk die de Afghanen al bijna dertig jaar teistert en die het land een vrijhaven maakte voor islamitisch terrorisme. ‘Er is geen militaire oplossing voor Afghanistan’, het ligt Navo-generaals in de mond bestorven. Mooie missie. Doen we graag aan mee. Maar de praktijk is anders. De Navo, die de missie leidt, laat Nederland zakken. Net als in Srebrenica. Toen kwam er geen luchtsteun, nu komen er niet de beloofde versterkingen voor het district Deh Rawod. En wat die militaire oplossing betreft: er wordt nu harder gevochten in Zuid-Afghanistan dan vorige zomer, toen we aan de missie begonnen.

De uitzendingen van het nos-journaal tonen een radicale beleidswijziging van de Defensie-voorlichters. Dat was hard nodig. De spanning tussen de werkelijkheid in Uruzgan en de officiële lijn die Defensie daarover uitdroeg in zijn persberichten en periodieke overzichten werd veel te groot. Defensie overschreed een grens toen begin september in Deh Rawod vrijwel alle Afghaanse politie- en militieposten onder de voet werden gelopen in een goed gecoördineerd Taliban-offensief. Ik was toen in het district. Bijna alle militairen van de kleine basis in Deh Rawod trokken erop uit om te vechten. Toch sprak Defensie van ‘beperkte vuurcontacten’ en propte het zijn periodieke overzicht vol met breed uitgemeten maar kleinschalig en oudbakken opbouwwerk. Dat noopte De Groene Amsterdammer het toenmalige persbeleid van Defensie te kwalificeren als ‘riekend naar propaganda’.

‘Dat artikel heeft ertoe bijgedragen deze stap te zetten’, vertelt luitenant-ter-zee Robin Middel. Als woordvoerder operaties is hij verantwoordelijk voor de voorlichting over Uruzgan. ‘We vonden aanvankelijk dat journalisten een vergrootglas legden op elke tic (afkorting van ‘troops in contact’, jargon voor aanval – jb). Een tic kan klein zijn. Bijvoorbeeld een 107mm-raket die ver van de patrouille terechtkomt, maar enigszins in de richting werd afgevuurd. Maar nu zijn de gevechten in omvang toegenomen. Daar willen we open over zijn.’

Een maand geleden droeg commandant der strijdkrachten Dick Berlijn nog uit dat er te veel aandacht was voor ‘negatieve zaken’, waarmee hij doelde op gevechten. Vorige week verkondigde hij in Nova: ‘We willen een eerlijk beeld overbrengen en ook laten zien dat de missie niet alleen om wederopbouw gaat. De perceptie moet niet uit de pas lopen met de werkelijkheid in Afghanistan.’ In diezelfde uitzending raakte SP-parlementariër Harry van Bommel de weg kwijt. Hij noemde de beelden ‘propaganda’. Defensie zou het beeld van de missie willen wijzigen van een opbouwmisie in een vechtmissie. Eerder beweerde de SP het tegendeel.

Wat hebben we gezien en wat zegt dat over de situatie in Uruzgan? De schotenwisseling vond plaats op 20 augustus in de Chora-vallei, vlak bij de politiepost bij Kala Kala. De Taliban hadden de post in handen, een Nederlands peloton probeerde die te heroveren. De geluiden van dat gevecht, waarbij twee Nederlandse gewonden vielen toen hun pantserwagen werd getroffen door een mortiergranaat, waren op de achtergrond te horen. Steeds dreigender naarmate de eenheid verder oprukte. Het gevecht dat werd gefilmd, vond plaats in de marge van de strijd rond Kala Kala en werd geleverd door het Operational Monitoring and Liason Team (omlt) dat het Afghaanse regeringsleger (ana) te velde begeleidt. De Nederlanders van het omlt en de ana rukten gezamenlijk op door de dichtbegroeide vallei en werden in de flank beschoten toen ze vlak bij de politiepost waren. Het vuur werd beantwoord en terwijl dat gebeurde, werd de eenheid ook in de rug aangevallen. Het vuurgevecht duurde kort en er vielen aan Nederlandse kant geen slachtoffers. Waarschijnlijk was het aantal strijders dat de eenheid tegenover zich vond klein.

Vijf dagen later, op 25 augustus, liep de eenheid elders in de vallei in een hinderlaag. De omlt’ers en hun Afghaanse pupillen werden onder vuur genomen met verschillende typen wapens, waaronder raketgranaten. Van dit gevecht zijn geen beelden. ‘Maar het was een stuk zwaarder dan het gevecht dat je net hebt gezien. Dat stelde niet veel voor’, vertelde Stephan me begin september op Kamp Holland, waar ik de opnamen bekeek. Eerder, eind juni, was ik tien dagen met zijn eenheid in de Chora-vallei meegereisd.

De beelden zijn redelijk representatief voor wat Nederlandse troepen meemaken in Uruzgan. In twee van de drie gebieden waar Nederlandse militairen opereren, wordt regelmatig te voet gepatrouilleerd in dicht begroeide ‘groene zones’ langs een rivier. De pantserwagens en zelfs de Mercedes-jeeps kunnen er niet komen. Aanvallen op eenheden onder pantser komen ook voor, maar leveren minder risico’s op voor de Nederlanders. Dat beginnen de Taliban, die beter getraind en bewapend lijken dan vorige zomer, ook in de gaten te krijgen. Hun inspanningen richten zich steeds meer op de voetpatrouilles.

Het is opmerkelijk hoe slordig de Nederlandse pers is. Dat de nos ‘zware gevechten’ toonde, zoals werd gemeld door onder meer BNR Nieuwsradio, persbureau Novum, Nova en Trouw klopt niet. Het was één gevecht, het duurde relatief kort en het was niet zwaar. In de Volkskrant werden twee gevechten met elkaar verward. De krant beschrijft de slechte militaire prestaties van zes meegereisde Amerikanen. Die staan echter niet op de beelden van 20 augustus. Zij reisden mee in de voetpatrouille die 25 augustus werd aangevallen. Nauwkeurigheid is belangrijk, want nieuws uit Uruzgan wordt onmiddellijk gebruikt voor politieke doeleinden, zoals de reactie van Harry van Bommel toont.

We weten niet veel over wat de militairen meemaken in het heetst van de strijd. De beelden zijn gemaakt door sergeant-1 Gerben van Es. Ik was er meermalen getuige van hoe moeilijk het zelfs voor hem is om mee te mogen op gevechtspatrouilles. Commandanten zijn bang dat hun strak getrainde eenheid vestoord raakt door de aanwezigheid van buitenstaanders. Gerben is een van de weinige échte, luchtmobiel getrainde combatfotografen. Hij was jaren infanterist. Toch worden hij en andere Defensie-fotografen nooit meegenomen tijdens grote operaties, zoals de bataljonsaanval rond Ali Shirzai (Chora) eind juni. Daar vielen tientallen burgerdoden tijdens de gevechten, maar daarvan zijn geen beelden. Niet eens beelden van de ‘bedrijfsfotograaf’.

Als burgerjournalist is het nog veel moeilijker bij de gevechten te zijn. Het klinkt bizar, maar je moet ‘de mazzel’ hebben dat de patrouille waarin je je bevindt wordt aangevallen. Bij grote operaties worden journalisten pas toegelaten na de strijd. Eventuele misstappen zijn dan al begaan en de mogelijke bewijzen daarvan verwijderd. Zoals een ex-woordvoerder operaties zei: ‘Wij zijn mannen met wapens. Wij behoeven controle. De media kunnen daarbij van dienst zijn.’ Maar als journalisten niet zelf kunnen bepalen met welke patrouilles ze meereizen, zijn ze veredelde pr-medewerkers die braaf wachten welk plekje ze in de bus krijgen toegewezen.

Defensie heeft een _embedded-_beleid in het leven geroepen. Volgens het Communicatieplan Defensie is het doel daarvan om ‘openheid en continuïteit’ te bewerkstelligen. In een democratie is het van belang de strijdkrachten op de voet te kunnen volgen, vindt ook Defensie. Dus mogen journalisten mee. Wel dienen ze een verklaring te tekenen waarmee ze zich verplichten hun producties door voorlichters te laten inzien op operationele informatie (informatie die de militairen of de missie in gevaar kan brengen). Er kunnen passages geschrapt worden.

Defensie noch journalisten horen het graag, maar volgens het woordenboek is dat ‘censuur’. De reden dat ook De Groene Amsterdammer embedded werkt, is een praktische. Wie reist zonder militaire bescherming, komt in Uruzgan niet veel verder dan de relatief veilige gebieden. Bovendien kan door middel van embedded journalistiek een vinger aan de pols worden gehouden van de Nederlandse operaties. Maar dan moet de journalistiek niet nog meer aan banden worden gelegd.

Dat is echter precies wat nu gebeurd is. Tegelijk met het vrijgeven van de gevechtsbeelden ontstond commotie over een interview dat kolonel Nico Geerts (de commandant van de Taskforce Uruzgan) gaf aan BNR Nieuwsradio. Daarin maakte hij een ongelukkige verwijzing naar een naderende operatie in de Baloechi-vallei. De voorlichters verzuimden die opmerking te schrappen. Merkwaardig genoeg vielen er geen klappen onder de voorlichters, maar werd de vrijheid van journalisten op de bases beperkt.

De perswerkruimte ligt op enige afstand van de stafgang. ‘Kolonel Geerts wil niet steeds met een schuin oog naar de deur hoeven kijken waarachter journalisten zich ophouden als hij op de gang iemand aanspreekt’, zegt Defensie-woordvoerder Robin Middel. Verder dienen journalisten nóg beter herkenbaar te zijn op de bases. Alleen hun burgerkloffie is niet meer genoeg. Commandant Dick Berlijn denkt aan een pas met daarop in grote letters ‘pers’, zei hij in Nova. Maar juist het ongedwongen _off the record-_contact met stafleden, officieren en manschappen biedt de journalist de achtergronden voor een accurate berichtgeving. Het zijn hinderende maatregelen die het kleine beetje vrijheid aantasten dat journalisten in Uruzgan hebben. Als we dit over onze kant laten gaan, waarom zou Defensie de klem op onze berichtgeving dan niet nog strakker aandraaien?

Embedded-journalistiek is een noodoplossing. Het is op zijn best halve journalistiek, want met waarheidsvinding hebben censuur en fysieke beperkingen niets te maken. De grenzen dienen juist te worden opgerekt. Dat Defensie bereid is om te leren, bewijst de toestemming voor de vertoning van de gevechtsopnamen in het nos-journaal. Maar dat het reageert met vrijheidbeperkende maatregelen op een misser die het zelf heeft veroorzaakt , maakt van Defensie een kwakkelende leerling.

Lees ook: Defensie is een kwakkelende leerling