Slager ii

Alle kalfslever op. Lag daar opeens een veertje te zwemmen in het achtergebleven rijke oliesel. Veertje fladderde even, maar gelukkig was het maar een veertje. Beetje flets musseveertje, niet van een goudhaantje in ieder geval. ‘Hoe verantwoordt u nou zoiets, slager?’ ‘Ach mijnheer, zeurt u toch niet.’ Snel naar huis, maar eerst nog even langs de groenteman. ‘Groenteman, die zuurkool van eergisteren was wel wat droog!’