Media

Slagerij Donner

De linkse oppositie heeft zich vorige week uitgesproken tegen een eventuele benoeming van Piet Hein Donner tot vice-voorzitter van de Raad van State. In die functie moet hij immers wetsvoorstellen beoordelen, ingediend door een kabinet waarvan hij nu nog deel uitmaakt.

Dat is ongewenst, zo verklaarde fractievoorzitter Job Cohen, want ‘dan krijg je een slager die zijn eigen vlees keurt’. Marianne Thieme had het niet mooier kunnen zeggen.
Het is de vraag of de PvdA-leider zich realiseerde hoe raak zijn beeldspraak in dit geval was. Nog geen half jaar geleden immers vergeleek dezelfde Donner politieke en ambtelijke besluitvorming met het maken van worst. Dat deed hij in een nogal omslachtige, slimme maar per saldo badinerende lezing bij gelegenheid van de Dag van de Persvrijheid, begin mei. Volgens Donner was Nederland met de uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) te ver doorgeschoten. Met de WOB, zo stelde hij, zou een mechanisme in het leven zijn geroepen dat vooral het wantrouwen in politiek en samenleving voedt. De uitvoering van de wet zou bovendien te veel beslag leggen op de tijd en energie van het ambtelijk apparaat en om die reden zou hij met voorstellen komen om het beroep op de WOB in te dammen.
In zijn lezing haalde Donner - overigens niet geheel correct - de Duitse kanselier Otto von Bismarck aan: 'Je weniger die Leute wissen, wie Würste und Gesetze gemacht werden, desto besser schlafen sie’ - 'hoe minder de mensen weten hoe worst en wetten worden gemaakt, des te beter slapen ze’. Anders gezegd: de burger zit helemaal niet te wachten op al dat gegraaf van journalisten. Dat Donner juist dit citaat gebruikte, is even veelzeggend als omineus.
In de eerste plaats vanwege de herkomst ervan. Bismarck, de man die in de tweede helft van de negentiende eeuw de politieke eenheid van Duitsland bewerkstelligde, was een buitengewoon autoritaire politicus. De parlementaire democratie zag hij als een noodzakelijk kwaad en hij deed er verder alles aan om hem onwelgevallige geluiden de kop in te drukken. Dat mag ook deze minister bekend zijn.
Minstens zo veelzeggend is de vergelijking zelf: de gelijkstelling van wetten en worsten. Afgezien van het feit dat er een keuringsdienst van waren bestaat om voor ons te controleren wat er in slagerijen gebeurt en ook vleesfabrikanten verplicht zijn op het etiket te vermelden wat er in hun worsten zit, is de vergelijking dubieus. Wie besturen vergelijkt met het produceren van worst heeft wel een heel gemankeerd idee van de aard van de publieke zaak in een democratische samenleving, die immers leeft bij gratie van openheid en transparantie. Dat dit besef bij Donner inderdaad zwak ontwikkeld is, blijkt uit zijn stelling dat 'openbaarheid geen doel maar randvoorwaarde voor het bestuur is’.
Ten derde is er de moraal van de uitspraak: 'de mensen’ moeten rustig kunnen slapen. Dat doet wel heel erg denken aan de beruchte uitspraak van die andere politicus met onmiskenbare autoritaire neigingen, Hendrik Colijn, Nederlands premier aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Op de dag dat Hitlers troepen het door de Fransen bezette Rijnland weer bij Duitsland inlijfden, in maart 1936, riep Colijn de bevolking per radio op rustig te gaan slapen. Niet toevallig was Colijn lid van dezelfde Antirevolutionaire Partij als Donners grootvader, indertijd minister van Justitie en auteur van de Wet tegen het vloeken. Steile mannenbroeders, keurige heren die weinig op hadden met de rumoerige buitenwereld - vanuit dat perspectief ga je automatisch wat anders tegen die fiets en het vertoon van burgerlijke deftigheid aankijken.
En dan, ten slotte, het moment en de plaats waar Donner de uitspraak deed. Dat de aanwezige journalisten niet onmiddellijk de portee van zijn wollige toespraak doorzagen en braaf applaudisseerden, kan niet verhullen dat hij hen feitelijk te kakken zette. Hij legde de schuld van het slechte functioneren van de WOB bij de rechtmatige gebruikers in plaats van bij het overheidsapparaat, dat onvoldoende heeft geïnvesteerd in de uitvoering ervan. Bijna ironisch klinkt dan ook zijn remedie voor de problemen: meer investeren in 'de sfeer tussen bestuur en pers’ en een groter vertrouwen in voorlichters.
Als we dit allemaal samen nemen, rijst het beeld op van een politicus die weinig hecht aan bestuurlijke transparantie, aan het fundamentele democratische recht van burgers, inclusief journalisten, de uitvoerende macht te kunnen controleren. Want wie zijn argumentatie goed leest, zal moeten concluderen dat vooral hij, de slager, last lijkt te hebben van al die pottenkijkers. In die zin kan Donner, die openbaarheid als een 'randvoorwaarde’ wegzet, niet alleen een regenteske mentaliteit, maar ook een gebrekkig democratisch bewustzijn worden verweten. Precies als Bismarck: niet bepaald een aanbeveling voor de beoogde functie.