Slangen van Neptunus

De schilderingen van de Sixtijnse Kapel zijn geïnspireerd op de Laokoön-groep uit de jaren voor Christus. De sculptuur werd het voorbeeld van het perfecte kunstwerk.

OOIT WAS de zogenaamde Laokoön-groep (bijna twee meter hoog) ongeveer het beroemdste beeld ter wereld. Voor het in 1506 bij werkzaamheden in Rome werd teruggevonden, was alleen de reputatie ervan bekend. Het stond genoemd in de Historia Naturalis van Plinius de Oudere (eerste eeuw na Christus) als zeker het beste werk dat de beeldende kunst ooit had voortgebracht. Hij had het gezien in het paleis van de latere keizer Titus en volgens hem was het gemaakt door drie kunstenaars van Rhodos. Nu wordt het tussen 175 en 50 voor Christus gedateerd en stilistisch ingedeeld bij de Hellenistische Barok. Toen het was opgegraven werd het onmiddellijk gekocht door paus Julius II - dezelfde die, ook in 1506, de architect Bramante engageerde voor de nieuwe Sint-Pieter en twee jaar later Michelangelo opdracht gaf voor de wandschilderingen in de Sixtijnse Kapel.
Het was dus de tijd waarin zulke grote meesters de kunst van de Renaissance naar een luisterrijk hoogtepunt brachten - en de algemene opwinding rond de ontdekking van de Laokoön-groep moet in die artistieke context begrepen worden. De schilderingen in de Sixtijnse Kapel, en ook die in de vertrekken in het Vaticaan waar Rafaël in 1509 aan was begonnen, zijn dramatisch in opzet: theatrale groeperingen van druk bewegende gestalten, min of meer levensgroot, in houding en gebaren ongemeen expressief. Precies dat waren ook de kenmerken van de antieke sculptuur waarin wordt verbeeld hoe de Trojaanse hogepriester Laokoön en zijn twee zoons door zeeslangen worden gewurgd. Die waren gestuurd door de pro-Griekse god Neptunus, als straf omdat de priester de Trojanen had gewaarschuwd het listige houten paard van de Grieken, dat voor de poort stond, in godsnaam niet de stad binnen te halen.
Julius II liet het beeld opstellen op een binnenplaats in het Vaticaan waar het voor iedereen (en vooral elke kunstenaar die Rome bezocht) te zien was. Natuurlijk werden er meteen ook prenten van gemaakt. Het kon zo beroemd worden omdat het, met de autoriteit van de klassieke oudheid, precies die heftige dramatiek liet zien die in de eigentijdse kunst van toen zo gezocht was - natuurlijk in het maniërisme en de Barok maar ook nog veel later. Zelfs in de scherpe vormcontrasten die we zien in het beroemde Desmoiselles d'Avignon van Picasso heeft de Laokoön nog zijn sporen nagelaten. Tegelijkertijd leverde het schilderij van Picasso ook een nieuw schematisch model voor hoe een schilderij in elkaar kan zitten. Zo overtuigend ook dat daarmee, vierhonderd jaar nadat het was gevonden, een eind kwam aan de geschiedenis van het antieke beeld als voorbeeld van het voorbeeldige, perfecte kunstwerk. Tot dan toe had het in zo ongeveer alle kunstacademies ter wereld gestaan, in kopie op ware grootte, ter lering van jonge kunstenaars. Het origineel bevindt zich in het Vaticaans Museum in Rome - maar omdat ik het heb over de legende van de Laokoön staat hier de kopie afgebeeld uit het Leidse kunstgenootschap Ars Aemula Naturae, nu in het trappenhuis van het museum De Lakenhal.
Af en toe liep je erlangs zonder erbij na te denken, maar twee maanden terug zag ik een paar nieuwe beelden van John Chamberlain, in een werkplaats in Lanaken waar hij regelmatig werkt - zoals DOGEYEMATADOR. De titel is net zo compact, om niet te zeggen verwrongen, als de sculptuur zelf. Die is hoog en rondom breed (283 x 278 x 212 cm): een gedrongen volume van zwarte stukken autocarrosserie, gebutst, geknakt en verbogen, met hier en daar glanzende accenten van blanke stukken bumper. Hoe langer je ernaar kijkt: van alle kanten zie je een suggestieve vervlechting van repeterende contrasten en vormbewegingen. Toen moest ik denken aan de meeslepende dynamiek van de Laokoön. In de hedendaagse kunst bestaan zulke verstrekkende modellen niet meer, het perfecte werk. Iedere kunstenaar begint als het ware steeds opnieuw met zijn idioom, maar kennelijk zitten er in de methode van verbeelden en het handschrift van het maken toch constanten. Bijvoorbeeld dat veel kunst, oud en nieuw, werkt met contrasten die op spannende wijze regelmaat verstoren - of het omgekeerde treedt op: wanorde wordt tot regelmaat en beschouwelijke rust gebracht. In welke stijl ook: het oog wil verrast worden, en ontregeld, zodat we frisser en scherper gaan kijken.

PS De nieuwe sculpturen van Chamberlain zijn tot 7 september te zien in de More Gallery in Giswil bij Luzern; www.moregallery.ch