Slap passiespel

Marina Abramovic, objects, performance, video, sound. Nog tot en met 17 november in het Groninger Museum.
Is een goede performance voor herhaling vatbaar? Zijn performances geschikt om vast te leggen? Zijn ze jaren na hun eerste uitvoering nog met evenveel spanning te beleven? Zijn ze überhaupt geschikt voor het nageslacht? Het zijn vragen die opkomen bij de overzichtstentoonstelling van Marina Abramovic, te zien in het Groninger Museum. De zalen zijn gevuld met video’s, installaties, geluid, foto’s en sculpturen. Het werk bestrijkt een heel oeuvre. Marina Abramovic (1946) heeft intens geleefd en intense kunst gemaakt. Haar werk laat je niet onberoerd. Het doet niet zozeer een beroep op het gevoel voor schoonheid of conceptueel vermogen; je moet er vooral voor kunnen huiveren. Het is kunst waarvoor het woord subliem is gereserveerd.

Ook in het latere werk, waarbij bezoekers zich in ‘energiestromen’ kunnen voegen door zich tegen klompjes kwartssteen te drukken of in barnstenen klompjes te stappen, doet Abramovic altijd een gooi naar de onzegbare spanning. Maar zo krachtig als de performances zijn, zo slap zijn deze vormen van aardtherapie. Het zal best zo zijn dat Abramovic zelf allerlei epifanische ervaringen heeft gehad, in de woestijn, op de Chinese Muur of in opperste ascese in strijd met de elementen en de tijd, maar echt indrukwekkend zijn deze ervaringen toch alleen als je ze Abramovic lijfelijk ziet ondergaan. Ook al gebeurt dat dan op video, soms jaren na dato. Elk passiespel heeft een gekruisigde nodig.
Toch is het echte huiveren eenmalig, en een tentoonstelling over Abramovic heeft daarom iets tweedehands. Een terugblik op uitersten die ooit bereikt zijn, ontaardt al snel in een erelijst van wapenfeiten. Dat heb je er nu van als je zelf als krijger, heilige of lover omschrijft en hele projecten onder zulke banieren schaart. Kunst die het van dat ene moment moet hebben, heeft het moeilijk in het licht van de geschiedenis. Die geschiedenis kan daar ook niets aan doen. De opnamen en foto’s van oude performances vervullen gewoon hun taak een historische bron te zijn. Ze geven weer. Je kunt historische bronnen nu eenmaal niet verwijten dat ze niet de gebeurtenissen zelf zijn. De tentoonstelling is evengoed mooi; bovendien zijn er ook heel wat recente werken te zien.
Maar wat gebeurt er met de kunstenaar? Haar heroïsche adagium van weleer, 'no rehearsal, no predicted end, no repetition’, blijkt bij het klimmen der jaren geen eeuwigheidswaarde te hebben. Integendeel, een overzicht van hoogtepunten in het museum was Abramovic kennelijk nog niet blasfemisch genoeg. In de Groningse Stadsschouwburg voerde zij onlangs een heuse medley op van haar mooiste momenten. Het optreden was De biografie gedoopt en bestond voornamelijk uit het kort heropvoeren van bekende performances. Heel even deed ze zichzelf weer pijn, met de haar bekende attributen als mes, kam en zweep. Daartussendoor schuifelde ze als silhouet tegen een verlicht fond en somde ze haar levensfeiten op. De voorstelling had iets aandoenlijks. Abramovic is in haar eigen kunstgeschiedenis gaan geloven. Wat de tentoonstelling onnadrukkelijk doet met haar werk, deed zij, nadrukkelijk, nog eens met de tentoonstelling. De kunstenaar is het tragische slachtoffer geworden van het misverstand dat het juridische lichaam in body-art na vele jaren nog steeds auteur van die body-art kan zijn. Tot overmaat van ramp distantieerde ze zich ook nog luidkeels van allerlei grote gedachten waarin ze ooit geloofd had. 'Bye bye symmetry, harmony, purety, unhappiness, solitude. Bye bye Ulay.’
Of was er soms iets anders aan hand? Was deze hele avond zelf een performance? Was dit opnieuw een poging tot radicale zelfkwelling? Was zij er weer aan toe alles te vernietigen om ruimte te scheppen? Als dat het was, is zij glansrijk geslaagd. Waartoe die nieuwe ruimte aanleiding geeft zullen we weldra weten.