Voor de eerste landelijke stembusgang in de EU sinds het uitbreken van de coronacrisis trokken de Nederlandse verkiezingen bijzonder weinig aandacht. Artikelen die verschenen in de buitenlandse pers pompten de geijkte beelden van de polderpolitiek in de 21ste eeuw nog eens rond. De kiezer schaart zich braaf achter teflon Mark, Geert Wilders blijft een ongemakkelijk meubelstuk in de Kamer en onder de streep zijn de Nederlanders pro-Europa. Twee weken verder blijkt dat een Nederlandse baggeraar die het Suezkanaal helpt ontstoppen voor bijna net zo veel internationale krantenkoppen zorgt als het kiezen van een nieuwe regering.

Wel maakten buitenlandse verslaggevers zich vrolijk over het recordaantal partijen. Het werd vooral gezien als een curiositeit van dat malle landje zonder kiesdrempel. ‘Dutchification’, maakte de Financial Times ervan. Democratie in tijden van pandemie, de rol van Europa in de wereld, hoe een ecologische crisis af te wenden – de grote thema’s van deze tijd bleken moeilijk van buitenaf op de Nederlandse verkiezingen te projecteren. We moesten het doen met een signaalfunctie voor kleinere trends: de gestage opmars van politiek die dier en planeet centraal stelt, de ineenstorting van traditioneel links en een succes voor een transnationale partij die de volgorde binnenwereld-buitenwereld omdraait. Als Nederland al een windvaan is, wappert die slapjes.

Zelfs de nationale media-obsessie van de afgelopen maanden wekt weinig interesse over de grens. De honger naar berichtjes over een nieuwe rechts-populistische club met een druktemaker als kopman was binnen Nederland onstilbaar. Daarbuiten leek uiteindelijk niemand echt gegrepen, hoezeer Nederlandse auteurs en spreekbuizen Forum voor Democratie ook aan de man probeerden te brengen als de nieuwste creatie uit het laboratorium van het Nederlandse populisme: ‘Nu nog extremer!’ Ze gingen voorbij aan het volslagen gebrek aan originaliteit van Thierry Baudets ideeën, die een mix vormen van wat er rondzingt aan complotten op het internet en slogans waarmee Donald Trump de verkiezingen in Amerika verloor.

Het is maar goed dat de buitenlandse pers weer weg is

Sigrid Kaags rondedansje op tafel werd gezien als bewijs dat Nederland heus niet afhaakt als het om de EU gaat. Wel werden die berichten voorzien van de terechte kanttekening dat de Nederlandse deelname aan het Europees project altijd halfhartig is. We kunnen stemmen wat we willen, uiteindelijk sturen we een minister van Financiën naar Brussel die misprijzend naar het Zuiden kijkt en trots thuiskomt met de boodschap dat er geen geld naar Grieken, Italianen of Spanjaarden is gegaan. Dat die tevreden man zich de ene keer een sociaal-democraat en dan weer een christen-democraat noemt, is een verschil dat er voor een buitenstaander niet toe doet.

Enigszins mysterieus is dan ook de eeuwige samentrekking in buitenlandse kranten van de VVD en D66 als ‘pro-Europese liberalen’. Het lijkt soms alsof de Nederland-correspondenten hun informatie niet hebben bijgewerkt sinds de jaren negentig. Mark Rutte was de man die een blokkade opwierp voor een Europese begroting die de welvaart van de EU gelijker zou spreiden tussen Noord en Zuid. D66 deed vrolijk mee aan zijn kabinet, beloofde ‘nieuw leiderschap’ en staat op het punt weer naast Rutte op de bok te gaan zitten. Een verkenner van die partij stelt zichzelf ondertussen de vraag welke baan een impopulaire minister van Financiën moet krijgen in een volgend kabinet. Buiten Nederland zullen ze zich Hoekstra herinneren als de man die zelfgenoegzaam een oproep deed aan de Europese Commissie om een disciplinerend onderzoek te doen naar waarom sommige Europese landen financiële moeite hadden om de Covid-uitbraak te bestrijden.

Het is misschien maar goed dat de minimale buitenlandse nieuwskaravaan inmiddels weer verder is getrokken. Was de buitenlandse blik op Nederland blijven hangen, en had die tot onder het oppervlak gereikt, dan was het beeld minder kabbelend geweest. De verslaggevers hadden verhalen kunnen optekenen van bestuurders die hun excuses moeten maken voor het verstieren van een formatieproces, terwijl een nieuwe regering hard nodig is vanwege een voortwoekerende pandemie. In die artikelen zou dan ook het abominabel trage vaccinatieproces aan bod kunnen komen. Een land van het formaat gemiddelde wereldstad, zeer welvarend en naar het schijnt met een goede logistiek, krijgt het niet voor elkaar een virus voor te blijven met inentingen. Als er ooit een Hollandse paradox nadere verklaring behoefde, dan is het deze wel.