© Angel Boligan / Cagle Cartoons

Om haar aantreden als president van de Europese Centrale Bank (ecb) te vieren trakteerde Christine Lagarde haar nieuwe collega’s op een diner. Het leverde een treffende illustratie op van het gebrek aan diversiteit in het ecb-bestuur: een foto van de stralende Française omringd door 23 grijze tot kalende heren. Het soort heren dat van oudsher bij de centrale bank en het ministerie van Financiën waakt over de geldpers en de schatkist. Heren die niet op die plek zijn gekomen door hun grote populariteit of hun brede interesses. Wel omdat het mannen zijn die de ratio verkiezen boven emotie, mannen wier grootste deugd hun voorspelbaarheid is en die door hun lange ervaring niet snel schrikken.

Toch is er iets wat deze koele rekenmeesters momenteel slapeloze nachten bezorgt. Een oude bekende is weergekeerd. Of hij echt gevaarlijk is valt nog niet met zekerheid te zeggen, maar het inflatiespook is terug. Inflatie is de mate waarin geld zijn waarde verliest, doorgaans uitgedrukt in percentages per jaar. Door inflatie is uw euro van vandaag morgen minder waard. Als de inflatie echt uit de hand loopt, zoals in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, kan het geld zelfs helemaal onbruikbaar worden en resteert enkel nog de ruilhandel. When Money Dies heet dan ook de klassieker over die periode van de conservatieve journalist en politicus Adam Fergusson.

Een beetje inflatie is echter juist gewenst. In de eerste plaats omdat het de economie een stootkussentje geeft: als het even tegenzit daalt de inflatie niet meteen onder nul. Dat, deflatie, zien economen namelijk als een nog groter gevaar omdat consumenten hun uitgaven dan kunnen gaan uitstellen en zo het economisch raderwerk stilzetten. De volgende morgen krijg je immers nog meer waar voor je geld. Een beetje inflatie helpt ook om het inkomen van minder productieve werknemers te laten dalen zonder dat zij een loonsverlaging hoeven te accepteren. Onder de radar kan de economie zich zo aanpassen. Het doel van de ecb is dan ook om de inflatieverwachting zo tegen de twee procent te houden. Daarbij waren de centrale bankiers de afgelopen jaren vooral bezorgd dat de inflatie te laag was. Deze was in Europa eerder één procent, soms zelfs onder de nul.

Groot was dan ook de schrik toen tussen al het juichende nieuws over het einde van de lockdowns ineens hoge inflatiecijfers opdoken. In mei kwam de inflatie in Duitsland boven de twee procent, in de VS op vijf en in China op tien procent. Voor specifieke producten waren de prijsstijgingen nog veel hoger. Het vervoer per container was drie keer zo duur als een jaar eerder en voor hout moest het viervoudige worden afgerekend. Door een tekort aan microchips stokte de productie van auto’s tot tv’s. Eenvoudige maar noodzakelijke onderdelen als spanningsregelaars, die normaal gesproken vijftig cent kostten, gingen ineens voor zeventig dollar van de hand.

Sindsdien horen we dan ook volop waarschuwingen over een overkokende economie. In de VS van superbelegger Warren Buffett (90) die de prijzen ‘just up, up, up’ zag gaan tot de invloedrijke econoom Larry Summers (66) die zich keerde tegen het stimuleringspakket van Joe Biden omdat het de inflatie maar zou aanwakkeren.

In Europa waarschuwden drie voormalig hoofdeconomen van de ecb eendrachtig voor het gevaar van hoge inflatie en in de Financial Times deelde Wolfgang Schäuble (78), de Duitse minister van Financiën tijdens de eurocrisis, zijn angsten. De oplopende overheidstekorten en het ruime monetaire beleid ondermijnen volgens hem de waarde van de euro: ‘Vroeg of laat doemt de inflatie op.’ Schäuble pleit voor nieuwe bezuinigingsrondes, precies het recept waarmee hij nog geen tien jaar geleden de eurocrisis heeft veroorzaakt. Afgelopen week waarschuwde de president van de Duitse Bundesbank Jens Weidmann (53) dat dit jaar in Duitsland een inflatie van vier procent tot de mogelijkheden behoort en dat de regering daarom snel haar tekort moet terugbrengen en de ecb zijn stimulans afbouwen. Als betrof het een zombie waarschuwde Weidmann: ‘Inflatie is niet dood.’

De Nederlandsche Bank-directeur Klaas Knot herhaalde die waarschuwing afgelopen weekend in een interview met de NRC. Anders dan Schäuble en Weidmann is Knot voorstander van flexibelere Europese begrotingsregels zodat overheden de economie kunnen blijven stimuleren, maar hij deelt hun zorgen over een oplopende inflatie. In antwoord op de vraag waar zijn behoedzaamheid vandaan kwam verwees Knot naar zijn lidmaatschap van het selecte gezelschap van (oud) ‘financieel leiders’, de ‘Group of 30’: ‘Ik leer ontzettend veel uit mijn gesprekken binnen de Group of 30 met de oudere generatie centrale bankiers, die nog inflatie hebben meegemaakt.’

Je moet dan ook bijna zestig jaar oud zijn om hoge inflatie nog bewust meegemaakt te hebben. In Nederland piekte de inflatie op meer dan tien procent ten tijde van de oliecrisis in 1975. Begin jaren tachtig liep de inflatie in de VS op tot veertien procent. In het Verenigd Koninkrijk werd zelfs een inflatie van 26 procent per jaar gemeten.

Het weer onder controle brengen van die inflatie was een uitermate pijnlijk proces. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, nam hierbij het voortouw en verhoogde de rente van vijf procent halverwege de jaren zeventig naar meer dan twintig begin jaren tachtig. Aan het eind van dat decennium was deze nog altijd bijna tien procent. De hoge rente maakte het duur voor bedrijven om te investeren en voor de overheid om een begrotingstekort te hebben. Iedereen trapte tegelijk op de rem waardoor de werkloosheid snel opliep. In het Westen werden met name jongeren hard getroffen met een ‘verloren generatie’ tot gevolg. De armste landen zagen hun in dollars genomineerde schulden de pan uit rijzen met een ‘verloren decennium’ tot gevolg.

Hoe erg is het nu eigenlijk als de inflatie wat langer wat hoger uitvalt?

Dat harde ingrijpen was volgens de westerse centrale bankiers noodzakelijk: de economie zou anders in een vicieuze cirkel raken – in een loon-prijsspiraal waarbij vakbonden en bedrijven over en weer de lonen en prijzen verhogen.

Het doel werd bereikt, de inflatie daalde en de hogere rente heeft daar zeker aan bijgedragen. Al was de opkomst van landen als China misschien nog wel belangrijker, waardoor werknemers in het Westen bij hun looneisen ineens rekening moesten gaan houden met honderden miljoenen nieuwe concurrenten op de arbeidsmarkt. Ook het breken van de macht van de vakbonden speelde een rol. Of dat nu was met harde hand zoals onder Reagan en Thatcher of met ieders instemming zoals in Nederland met Wim Kok.

Sinds de jaren negentig is inflatie bijzaak. Een saai berichtje in de krant, elke maand als de nieuwe inflatiecijfers verschijnen en de centrale bankiers melden of dat ze ertoe brengt de rente ongemoeid te laten of een kwart puntje hoger of lager te zetten. Gaat dat nu veranderen? Moeten wij ons nu zorgen maken? Is er reden om liever te vroeg dan te laat op de rem te trappen om de inflatieverwachtingen niet uit de hand te laten lopen, juist omdat het zo moeilijk en pijnlijk is om deze weer onder controle te krijgen? Of omdat, zoals een favoriet gezegde onder centrale bankiers luidt, ‘het met inflatie is als met tandpasta, je krijgt het makkelijker uit de tube dan weer terug erin’. Om die vraag te beantwoorden is het in de eerste plaats van belang of de inflatie die we nu zien slechts een tijdelijk fenomeen is of dat er langdurige krachten aan het werk zijn. Daarnaast is het de vraag hoe erg het nu eigenlijk is als de inflatie wat langer wat hoger uitvalt?

Om te beginnen zijn er zeker ook tijdelijke oorzaken van de huidige inflatie. Vorig jaar stond er door de lockdowns veel druk op de prijzen. Een terugkeer naar het oude prijsniveau ziet er dan al snel uit als een flinke stijging. Ook de krapte op diverse markten lijkt van voorbijgaande aard. De investeringen die nu recordhoogtes bereiken zullen leiden tot een groter aanbod, bijvoorbeeld van microchips, waardoor de prijzen dalen. En als de containers weer op hun plek staan kunnen ook de vrachtkosten naar beneden. De verwachte consumptiebonanza, het legen van de coronaspaarpot, houdt op als het geld is uitgegeven.

Maar er zijn mogelijk ook structurele veranderingen die de prijzen opdrijven. De gerenommeerde Britse oud-centrale bankier en hoogleraar Charles Goodhart (84) en Talking Heads Macro-oprichter Manoj Pradhan beschrijven in hun boek The Great Demographic Reversal hoe vergrijzing en afnemende globalisering de inflatie de komende jaren zullen opstuwen. De babyboomers gaan de komende jaren met pensioen. China is vrijwel helemaal in de wereldeconomie opgenomen. Daardoor zijn er minder handen en hoofden in het Westen om het werk te doen en is er minder aanwas uit andere landen. Dat kan volgens Goodhart en Pradhan niet anders dan leiden tot stijgende lonen en daarmee prijzen. Daar staat tegenover dat de organisatiegraad van werknemers nog altijd historisch laag is. Flexwerk heeft de positie van werknemers verder verzwakt. Ook staan er nog altijd veel mensen onvrijwillig langs de kant. Ondertussen staan Afrika en India te trappelen om het voorbeeld van China te volgen.

Maar zelfs al komt er inflatie: hoe erg is dat? Voor een onder schulden gebukt gaand continent als het Europese kan hogere inflatie ook een zegen zijn. De staatsschuld mag volgens de Europese regels maximaal zestig procent van het nationaal inkomen zijn. De afgelopen jaren lag de inflatie bij elkaar opgeteld acht procent onder het doel van de ecb. Daardoor zijn de schulden ten opzichte van de economie nu acht procent hoger. Om hiervoor te compenseren staat de Federal Reserve in de VS sinds kort toe dat de inflatie nu ook een paar jaar hoger mag uitkomen. De ecb besluit deze zomer of ze de Fed daarin gaat volgen. Ook Charles Goodhart gaf aan een inflatie van vijf procent voor Europa geen probleem te vinden maar juist een zegen. Tien jaar geleden bepleitte toenmalig imf-hoofdeconoom Olivier Blanchard ook al een inflatiedoel van vier procent in goede tijden.

Zeker als stijgende lonen ten grondslag liggen aan de inflatie kunnen jongeren daar wel bij varen. Die groep heeft de afgelopen decennia via de huizenmarkt en het pensioenstelsel al flink wat vermogen overgemaakt aan de babyboomers. Lonen die sterker stijgen dan de inflatie vergroten de koopkracht van werknemers. De afgelopen decennia hebben zij hun aandeel in het nationaal inkomen flink zien slinken, wat tot de unieke situatie leidde dat in Nederland zowel de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot als vvd-premier Mark Rutte hogere lonen bepleitte.

Daar staat tegenover dat inflatie het spaargeld en de pensioenpotten raakt. Juist de kleine spaarders die zich geen risico’s kunnen veroorloven zijn kwetsbaar. Zij kunnen niet in vastgoed of aandelen beleggen. De prijzen daarvan willen nog weleens met de inflatie mee stijgen, anders dan het spaargeld op de bank. Mochten we een hogere inflatie krijgen en gedogen, dan is het dus wel zaak de minder vermogende ouderen te helpen, bijvoorbeeld door de aow te verhogen.

Kortom: of er inflatie komt is onzeker. En of dat erg is hangt af van je positie. Zeker is wel dat de kans op een herhaling van de eurocrisis levensgroot is als centrale banken en ministers van Financiën het advies van Schäuble opvolgen om snel en hard op de rem trappen. Zo’n crisis is voor niemand goed en raakt de zwaksten in de samenleving het hardste. En dat terwijl het eurogezinde politieke midden nog altijd volop onder druk staat. Of dat nu is in Frankrijk waar Macron met angst zijn herverkiezing tegemoet ziet, of in Italië waar een uiterst rechts-nationalistische meerderheid in het parlement dreigt. In plaats van het nietige Griekenland kunnen de zuinige landen het nu aan de stok krijgen met Italië en Frankrijk.

De discussie in de tweede helft van dit jaar over de Europese begrotingsregels is dan ook van groot belang. Nederland speelt daar als leider van de ‘vrekkige vier’ een weinig productieve rol.

Ook ecb-president Lagarde houdt het hoofd voorlopig gelukkig koel. Zij besloot recent om niet op de rem te trappen en het monetair beleid ongewijzigd te laten. Dit jaar is de verwachte inflatie in de eurozone 1,9 procent, maar deze zakt naar verwachting richting 1,4 procent in 2023. Nog steeds ruim onder het beoogde doel. Alle reden dus om ons niet te laten leiden door spoken uit het verleden. Er zijn ergere en reëlere monsters die de eurolanden bedreigen.