Fotografie

Slapend, dood

Het afbeelden van mensen kort na hun dood behoort tot een oude traditie in de kunsten.

Medium kunst

Toen de portretfotografie op het toneel verscheen ontwikkelde zich daarbinnen al snel een apart genre, dat uitgroeide tot een specialisme: post-mortemfotografie. In het Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover wordt een flinke selectie van dat soort foto’s van dode mensen getoond, gemaakt tussen ruwweg 1860 en 1940, allemaal afkomstig uit ‘de verzameling Paul Frecker’. Het is van alles door elkaar. Een oude non, een jonge kerel uit Silver Lake, Iowa, in wit gewaad met blote voeten, een Oostenrijkse vice-kanselier, een Russische kolonel bij de kist van zijn vrouw, maar vooral veel anonieme negentiende-eeuwers, veel baby’s en veel kleine kinderen. Er is geen ordening in tijd of geografie, ook niet naar medium of onderwerp. De bijschriften zijn in kleine letters en hangen op dijhoogte. De herkomst van de foto’s is vaak onbekend. De inleiding is beknopt: in 1930 ‘werd de fotocamera betaalbaar’ en na 1945 werd het hele onderwerp ‘taboe’.

De intenties van Museum Tot Zover zijn, zo lijkt mij, vooral om de dood toegankelijker en hanteerbaarder te maken, niet om cultuurhistorisch onderzoek te doen. Deze tentoonstelling heeft dan ook geen andere pretentie – en dus helaas ook geen andere waarde – dan het tonen van beeld. Dat is jammer, omdat post-mortemfotografie geweldige vragen oproept. Naar de techniek, om te beginnen: doodsfotografie was geen makkelijk metier vanwege de technische beperkingen, in het bijzonder het beschikbare licht. Normaal gesproken kwam iemand voor zijn portret naar een studio en zat daar geduldig vijf minuten stijf stil, nu moest de fotograaf met zijn camera naar het sterfhuis en zich daar met lampen, spiegels en schermen zien te redden (het stilzitten was natuurlijk geen probleem). Het verklaart misschien dat veel doodsportretten in de buitenlucht zijn gemaakt, de familie enigszins ontworteld rond de kist geformeerd. Maar hoe ging dat? Hoe kreeg je een moeder zo ver haar baby’tje nog even op te houden? Wie bedacht dat de ogen nog even geopend moesten worden? En dan: bestond die fotografie ook in Nederland? Er hangen open-kistfoto’s uit Letland, Mexico, de VS, Oostenrijk, Rusland, Bulgarije, enzovoort – landen met nogal verschillende opvattingen over de dood, het lichaam en het eeuwig leven. Wat voor rol speelde een foto daar?

Het valt op dat het genre populair was in de VS, in het bijzonder op het platteland, dat je wel associeert met het zwartgallig doodsgeloof van zo iemand als William Cullen Bryant (1794-1878). Die schreef (in Thanatopsis) dat ‘nor yet in the cold ground,/ Where thy pale form was laid, with many tears,/ Nor in the embrace of ocean, shall exist/ Thy image’. Beeld verloren, al verloren: in die context moet de fotografie een helende en inspirerende werking hebben gehad en dus moet de beeldtaal van doodsfotografie in de negentiende eeuw iets zeggen over hoe mensen dachten over leven, dood, en wat daarna kwam. Is dit de foto van een dode, of van een slapende, iemand die spoedig zal opstaan?


Post Mortem: Foto’s vol liefde en verdriet. Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover, Amsterdam, t/m 10 april; totzover.nl

Beeld: Post Mortem: Foto’s vol liefde en verdriet (Paul Frecker / Library of Nin eteenth Century Photography)