Opheffer

Slappe snaar

Het was hetzelfde café. Na een paar minuten had ze gezegd: ‘Nou, ik ben dus zwanger… Van jou.’

Ik schrok niet eens, maar zei: ‘En wanneer gaat het weg?’

‘Volgende week.’

Ik heb nog gebeld of het goed was gegaan, en toen heb ik het uitgemaakt, omdat ik verliefd werd op iemand anders. Ik hield mijn harde eerlijkheid toen voor moreel juist.

De afgelopen dertig jaar zag ik haar af en toe. Ontmoetingen als onaffe krabbels in een schetsboek: zij op de fiets, met een kind, een rouwadvertentie in de krant dat haar man was overleden, een ontmoeting in het park waar ze met vriendinnen was, de dood van haar kind waarna ik een briefje heb geschreven.

Toen zag ik haar vijftien jaar niet, en nu was ik haar in mijn straat tegengekomen met sinterklaaspakjes. Even staan praten. Het ging allemaal goed, maar echt goed kwam het nooit meer. Een kind en een man verliezen, bijna tegelijkertijd, heeft het effect dat het jouw schuld is. Ze zag me wel eens op tv, en vroeg zich dan af: hoe zou het zijn geweest als wij verder waren gegaan. Met dat kind. Ik lachte, maakte een grap die ik zelf niet begreep en lachte nog maar eens verkrampt.

‘Zullen we volgende week wat gaan drinken?’ vroeg ik.

En nu zaten we in De Pels wat te oud te wezen.

‘Ik krijg het idee dat jij ook niet gelukkig bent’, zei ze.

‘Valt mee, valt mee’, zei ik, ‘ik stel me ook aan.’

‘Dat is goed. Aanstellerij is goed. Ik wou dat ik het kon.’

Ik voelde dat ik een schaapachtige grijns om m’n smoel had.

‘En neuk je nog regelmatig?’ vroeg ze.

Ik haalde mijn schouders op.

‘Nou, ik al zeven jaar niet meer’, zei ze.

‘Neuken is geen garantie voor geluk’, zei ik.

‘Weet ik, weet ik… maar ik denk toch vaak: mijn man is te jong gestorven, en dat was ook niet zo’n neuker. En ik had er toen behoefte aan… En nu… Ik ben gewoon jaloers op al die jonge vrouwen met die mooie borsten.’

‘Je hebt last van het ouder worden.’

‘Jij niet dan?’

‘Jawel.’

We namen ieder nog een glas wijn.

‘Er was laatst een jongen… Nou ja, veertig… voor mij een jongen… Alles leek goed te gaan. Eten, drinken, film… we belandden in bed. Nou ja, ook goed, want ik ben niet veeleisend… En opeens vond ik er niets meer aan.’

‘Waaraan?’

‘Aan alles. Aan alles waar ik naar had verlangd. Aan het samen in bed liggen, het vrijen, het samen wakker worden. Ik had er gewoon geen zin in. Ik wilde alleen zijn. Hij moest weg. Mijn slaapkamer moest gelucht worden, want hij had een scherpe geur die mijn huis uit moest. En toen hij weg was, heb ik hem ge-sms’t dat ik een tijdje wegging en dat ik wel weer eens zou bellen… Wat ik natuurlijk niet heb gedaan.’

‘Wat ging er mis?’

‘Niets… Dat is het vreemde.’

Ik vroeg me af of ik met haar naar bed zou willen. Maar zelfs als ik dat al had gewild, zou het om vele redenen onverstandig zijn.

‘Ik zag je met sinterklaaspakjes, voor wie waren die dan?’

‘Voor de kinderen van mijn zuster… Dat was leuk. Ze hadden ook een surprise en een pakje voor mij. Ik dacht: o god, ze hebben een dildo voor me in elkaar gezet… Hadden ze dat maar gedaan. Het was een grote sigaret, want ik rook te veel, vinden zij, en daarin zat een kaars. Dank u wel, Sinterklaasje. Erg mooi. Hier zijn mijn cadeaus voor driehonderd euro.’

Ze keek me aan, lachte en zei: ‘Jij bent van ons vriendenclubje van toen het meest geslaagd… En ik?’

Ik maakte een beleefd compliment alsof ik op een oude viool een slappe snaar bespeelde.