Slapstick in zagreb

Het slotduel uit Hamlet door Zlatko Bourek
ZAGREB - Het Istra-theater is een mooie zaal van het zogeheten ‘middenformaat’, voorzien van een lijsttoneel. De nieuwe directeur is net met zijn werk begonnen. Aardige, joviale man, primair manager, zonder omlijnde ideeen over theater. Hij is dan ook benoemd door de Kroatische minister van Defensie.

Een held uit de oorlog als theaterdirecteur. Ironie? Een absurd toneelstuk van Mrozek? Of de politieke realiteit anno 1994?
Op het elfde festival voor dans- en bewegingstheater in Zagreb zit het Istra-theater in ieder geval vier avonden vol. De Nederlandse mimegroep Suver Nuver speelt haar twee meest recente produkties, Pleisterwoede (drie performers en drie lichamelijk gehandicapte acteurs) en Negerangst (dezelfde drie performers met drie zwarte acteurs).
De voorstellingen zijn een groot succes. De Sloveense theatermaker Dragan Divanidov (van de groep Red Pilots) komt superlatieven tekort om met name Negerangst te loven: ‘Ongelooflijk hoe een zaal vol Kroaten door een voorstelling die op taalniveau relatief moeilijk te begrijpen valt, zo zichtbaar en hoorbaar wordt ontroerd en ontregeld. Een rijke voorstelling is het, riskant, gevaarlijk.’
Divanidov maakt deel uit van een vier dagen durend forum over dramaturgie dat parallel aan het Zagreb-festival plaatsvindt. Vooral Kroatische, Sloveense en Hongaarse theatermakers, studenten aan theaterscholen en dramaturgen zoeken in dit forum naar nieuwe woorden en begrippen om over theater te communiceren. De vulgaire taal van het nationalisme willen ze niet spreken. Het communisme heeft hen de vaardigheid van het open gesprek verleerd. In het cynisme van het postcommunisme vallen deze onafhankelijke theatermakers tussen de wal van de staatstheaters en het stuurloze schip van wat een ooit rijke avant-garde was.
De honger naar informatie en nieuwe bronnen is groot. De binnen het forum vertelde verhalen over de associatieve werkprocessen van groepen als Suver Nuver, en gedrukte interviews met niet-academische dramaturgen als Mira Rafalowicz (onder andere werkzaam bij Gerardjan Rijnders) worden hier gretig opgezogen. Niet omdat de uitspraken nieuw zijn, wel vanwege hun openheid, hun eenvoud.
Onder de jonge theatermakers leeft een grote honger naar een open communicatie, naar utopieen. Bij de corrupte staatskunst hoeven ze die niet te verwachten. Op de dag dat het dramaturgieforum begon, werd elders in Zagreb een volledig mobiel theater gebouwd; de studio van de Moving Academy for Performing Arts Mapa, geheel samengesteld uit materiaal dat Nederlandse gezelschappen, theaters en bedrijven afstonden in het kader van de actie Licht voor Oost-Europa. In deze studio zullen de komende weken workshops, voorstellingen en demonstraties worden gegeven.
Voor de onafhankelijke Kroatische theatermakers is de Mapa-studio van levensbelang. De officiele staatskunst zit niet alleen boven op de middelen, maar ook boven op de faciliteiten. Na Zagreb gaat de Mapa-truck waarschijnlijk naar Tsjechie, Oost-Berlijn, Ljubljana, Hongarije.
Norbert Servos en zijn Berlijnse Tanzlabor toonden in Zagreb twee indrukwekkende, verstilde choreografieen die rechtstreeks zijn geinspireerd door uitingen van barbaars nationalisme en neo-fascisme. Zsolt Fabian, artistiek directeur van het festival voor alternatief theater in de Hongaarse grensstad Szeged was verbaasd over het feit dat Duitse en Nederlandse theatermakers doen wat men op de Balkan zelf nog niet durft: 'De produkties van Suver Nuver en de choreografieen van Norbert Servos tonen op een theatrale wijze iets over gruwelen die zich op rijafstand van ons Hongaren, Kroaten, Serviers en Slovenen afspelen. Ik ben in onze regio weinig theaterkunstenaars tegengekomen die zo indringend en toch ook afstandelijk via hun kunst zaken als racisme en angst voor etnische zuivering probeerden uit te drukken.’
Midden tussen de bloedige ernst zagen we opeens een prachtige, relativerende knipoog. Het ensemble Zlatko Bourek uit Zagreb speelde in het Kroatisch Tom Stoppards sterk bekorte versie van Hamlet. Ze deden dat met poppen, bewogen door gemaskerde acteurs die razendsnel rondreden op haast onzichtbare rolstoelen. De energieke voorstelling, die de scherpe timing van de slapstick koppelt aan de grofheid van de Fritz-the-Cat-cartoons, is gemaakt ver voor de Joegoeslavische oorlog uitbrak. Ze oogt echter zo fris alsof de produktie pas vorige week in premiere ging.