Commentaar: Slavernijmonument

Slavernijextremisme schiet doel voorbij

Hier vertoevend op vakantie heb ik op 1 juli — de Dag van Afschaffing van de (Nederlandse) Slavernij — vanwege het miezerige weer verstek laten gaan bij de onthulling van het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark. Drukt dit mijn betrokkenheid met het leed van mijn voorouders uit? Mag je hieruit opmaken dat zo’n «lang verleden» zelfs zwarten een worst zal wezen?

Er is heel wat te doen om het slavernij verleden van Nederland, zo’n anderhalve eeuw na dato. Extreme standpunten beïnvloeden daarbij, helaas, te veel het publieke debat over het nut van een slavernijmonument. Rauwe eisen als: Nederland móet «herstel betalingen» verrichten, en: Beatrix móet om «vergiffenis» vragen aan Suriname en de Antillen, roepen weer felle tegenreacties op bij «witte nazaten»: wat heb ik te maken met handelingen die mijn voorouders eeuwen geleden hebben gepleegd? Maar als je op die toer gaat, kun je net zo goed een bom plaatsen onder het Rijksmuseum, waar met trots een eeuwenoude historische erfenis wordt tentoongesteld.

Hannah Belliot heeft zich vrijwel onsterfelijk belachelijk gemaakt door geen handje te willen schudden met de Ghanese Ashanti-koning Osei Tutu II, die twee weken geleden een bezoek aan Nederland bracht «ter viering» van driehonderd jaar handelsbetrekkingen tussen Ghana en Nederland. Ook Osei moet als nazaat van Afrikanen die broeders en zusters als slaven hebben verhandeld eerst zijn excuses aanbieden. Belliot was kennelijk in haar emoties vergeten dat zij binnen dit kader ten eerste een Amsterdamse wethouder is en pas daarna een zwarte nakomeling van slaven. Het zou van bestuurlijke volwassenheid hebben getuigd Osei fier en trots de hand te schudden en op diplomatieke wijze te herinneren aan die verwerpelijke mensenhandel.

Anderzijds geldt dat niet met zoveel kramp achtige weerzin moet worden gereageerd op het oprakelen van het slavernijverleden omdat het zogenaamd alweer zo ver achter ons ligt. Bovendien is het monument geen symbool van verwijt maar een verrijking van het historisch besef, of dat nu zwart of wit is. «Zwart leed» als gevolg van slavernijverleden is verser dan velen willen accepteren. De zwarte emancipatiestrijders Anton de Kom en Louis Doedel werden door het (vooroorlogse) koloniale bewind in Suriname respectievelijk verbannen en weggestopt in een krankzinnigengesticht. In 1963 werd de Afro-Amerikaanse mensenrechtenactivist Martin Luther King geliquideerd omdat hij opkwam voor gelijke rechten voor nazaten van slaven. Dat jaar werd ik geboren. Wereldwijd is de zwarte emancipatie niet veel ouder. Vanuit dit perspectief is een slavernijmonument verre van achterhaald.