De Macedonische prostitutieval

Slavinnen uit het Oosten

Veel vrouwen in Oost-Europa worden met mooie praatjes de prostitutie ingelokt. Journalist William Richardson ondervond in Macedonië hoe walgelijk de symptomen van mensensmokkel en vrouwenhandel kunnen zijn.

De tijd kroop door me heen. Het was twee uur in de ochtend op vrijdag de dertiende september. Ik had me met de lampen uit verstopt in een gehuurde kamer in het vakantiestadje Lake Ohrid in West-Macedonië. De voorgaande drie avonden hadden we stripteasebars en bordelen bezocht en gepraat met seksslavinnen… Op de een of andere manier was ik heel even in slaap gevallen… Mijn collega, een journalist uit Texas, schudde me plotseling wakker en op hetzelfde moment was er een explosie van lawaai en een enorme schreeuw op straat. Alle deuren in het huis vlogen tegelijk open. De kamer implodeerde in de duisternis. «Konrad!» riep de stem vanuit een auto die om half drie in de ochtend naderde vanuit een vieze zijstraat. De laatste schreeuw leek recht onder het open raam vandaan te komen. De stem — een die we niet kenden — riep de man die tegenover me zat. Paranoia danste naakt voor ons als een stripper.

Danailov had ons gewaarschuwd: «Maak ze niet boos.» Maar we hadden onze hand in het wespennest gestoken. Vladimir Danailov werkt voor de IOM (Internationale Organisatie voor Migratie) in Skopje. Ook had hij gezegd: «Als je de meisjes wilt vinden, ga dan zelf naar ze op zoek. Jullie zijn tenslotte journalisten.» Dat zijn we.

West-Macedonië (WM) is verboden terrein voor de IOM. Het is daar gewoon te gevaarlijk. Dit is geen Kosovo, waar zwaar bewapende vredestroepen beduiden: handen af van buitenlanders. De IOM weet waar de bordelen zijn, maar het is verboden ze te onderzoeken. Maar niet voor journalisten. Nu waren wij minder dan een haar verwijderd van het punt waar we zelf slachtoffers worden, ongewapend, midden in de nacht en zonder zelfs maar een mobiele telefoon. Er was iets serieus verkeerd gegaan. Toch durfden we niet de plaatselijke politie in te schakelen. Het is een loterij. Maffia-afrekeningen tieren welig in de seksbusiness. Een lokale Albanese «krijgsheer», Leku, wiens leengoed het ranzige stadje Valesta is, houdt de autoriteiten in het nauw door ze om te kopen of te dreigen met een nieuwe opstand als zijn domein wordt binnengevallen.

Valesta staat bekend als de gevaarlijkste plek van Europa. De oorlog heeft de maffia geen windeieren gelegd. Naast de uitgebreide drugshandel zijn er naar schatting duizend seksslavinnen in het schaars bevolkte WM, en op dit moment zijn er meer bordelen in Macedonië dan in het beruchte Kosovo. De Albanezen lijken het soberder aan te doen op ruiger en vriendelijker terrein buiten het bereik van de Navo en de VN…

Konrad en ik wachtten.

Als we gepakt zouden worden, werden we hoogstwaarschijnlijk eerst wekenlang gefolterd en vervolgens vermoord, zou een speciale onderzoeker van het ministerie van Binnenlandse Zaken ons later vertellen. Die avond konden we maar weinig troost putten uit het verhaal van een Duitse hulpverlener die vorig jaar had geprobeerd een meisje in Kosovo te helpen. Er was een granaat zijn kamer in gegooid. Ze hadden de verkeerde kamer…

Ik moest denken aan de stille woorden van de directeur van La Strada in Skopje, een NGO die is gespecialiseerd in hulp aan slavernijslachtoffers. Ze zei dat het de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken is om vrouwen uit bordelen vandaan te halen. Toen herinnerde ik me het vaak herhaalde verhaal dat de minister van Binnenlandse Zaken zelf op een of andere manier betrokken was bij een van de grootste bordelen van Skopje. Macedonië bood meer intriges en corruptie dan antwoorden. Ik dacht aan Danailov en zijn waarschuwing. Hij legt zijn veiligheid in de handen van God en Smith and Wesson. Wij hadden alleen God — en Johnny Walker.

Een paar dagen eerder zat «Igor» een sigaret te roken in de kleine wintertuin van het IOM-kantoor in Sofia. «Bestrijding van mensensmokkel is een van onze grootste aandachtspunten», zei hij. Meisjes worden vanuit Bulgarije, Moldavië, Oekraïne of Roemenië verhandeld naar westerse buurlanden of West-Europese landen als Duitsland en Groot-Brittannië, waar Albanezen de macht hebben overgenomen over de misdaadorganisaties van centraal Londen.

Igor wees nadrukkelijk op het geval van een meisje dat in omstandigheden had verkeerd die leken op «in een concentratiekamp zitten». Het slachtoffer, dat in een Berlijns bordeel zat, werd uitgehongerd en geslagen, regelmatig aangerand door haar «eigenaar» en ging onder dwang met honderden mannen naar bed. Ze getuigt op dit moment in een getuigenbeschermingsprogramma onder leiding van het Bulgaarse ministerie van Binnenlandse Zaken.

De meeste meisjes komen naar de IOM nadat ze zijn ontsnapt, met de hulp van een klant, gered door een inval of een papierencontrole door de politie. Het zijn wanhopige meisjes die meestal tegen hun wil de prostitutie in worden gelokt na eerst een baantje als danser, serveerster of kinderjuf in West-Europa te zijn beloofd.

Igor ontmoet de meisjes op het vliegveld. Hij is verantwoordelijk voor het verbergen van meisjes in opvanghuizen op het platteland, waar ze zo lang kunnen blijven als ze willen.

«Dit is slavernij van het ergste soort», zegt hij. «Mensenhandel verwoest de persoonlijkheid van het meisje. Ze verliezen hun gevoel van eigenwaarde. De handelaars laten geen ruimte over voor enige menselijkheid. Het is het totale bezitten. De geestelijke mishandeling is misschien nog erger dan de lichamelijke. Voor mij is het te vergelijken met overlevenden van de holocaust. Ik heb een paar jaar gewerkt met overlevenden van de holocaust in Bulgarije. In beide gevallen zijn de slachtoffers slaven, maar bij mensensmokkel worden de meisjes gebruikt als handelsartikelen. Dit houdt ze in leven.»

Hoewel de meeste vrouwen een achtergrond van mishandeling of armoede hebben, zijn sommigen afgestudeerd aan de universiteit. Eli is een 23-jarig Bulgaars meisje dat nu werkt op de marketingafdeling van een multinational en uit een gegoede familie komt. Ze reageerde op een advertentie in een krant voor een vakantiebaantje en belandde na korte tijd in een bordeel in Hamburg. Haar broer en haar echtgenoot weten nog steeds niets over haar verleden.

Over Navo-troepen die meisjes gebruiken zegt Igor: «Soldaten moeten ervan bewust worden gemaakt dat veel meisjes slaven zijn. We hebben een brede campagne nodig voor klanten in de regio… En dan zijn er veel klanten die meisjes redden of helpen, wat bewijst dat ze het afkeuren wanneer ze weten dat de meisjes slaven zijn.»

Igor schetste een grimmig beeld, dat niet rooskleuriger wordt door recente grootschalige acties van de Bulgaarse politie tegen de georganiseerde misdaad. Zondagavond, voor mijn vertrek naar Macedonië, at ik samen met mijn kennis Theodore, een advocaat in Sofia. Ik vertelde hem wat ik aan het onderzoeken was. «Koop een pistool», zei hij.

Overal in WM zie je geüniformeerde mannen die waakzaam bij met zandzakken afgeschermde checkpoints staan, en zware machinegeweren die heersen over onveilige wegen. Troepen bewaken de zijwegen in Tetovo, Gostivar en de hoge bergpas op de weg tussen Gostivar en Kicevo. Het is algemeen bekend dat geen enkel weldenkend mens ’s avonds over de wegen in WM reist. Als het donker is geworden, is het anarchie…

Macedoniërs en de Albanese minderheid leven in een sfeer van spanning en wantrouwen die door de recente verkiezingen niet of nauwelijks minder zijn geworden. De spanning is met name voelbaar in de straten van plaatsen als Tetovo, waar het grootste deel van de oorlog van vorig jaar zich afspeelde. Net buiten Tetovo op de weg naar Skopje bewaken twee Duitse legerkampen de veiligheid van de weg: de Duitse vlag rimpelt in de wind.

Verder afgelegen toeristenbestemmingen als Ohrid en Struga in het uiterste zuidwesten van het land liggen naast twee grote meren die een makkelijke doorgang bieden over de Albanese grens. De grens is poreus aan alle kanten, waardoor Macedonië een belangrijk doorvoergebied is voor wapens, drugs en… mensen.

Seksslavernij levert Balkan-maffiosi jaarlijks zo’n zeven miljard dollar op. In Macedonië betalen klanten vijftig tot honderd dollar per uur. Bordelen verdienen gemiddeld ongeveer vijftigduizend dollar per maand. Er zijn rond de 150 van die ranzige hoerententen in Macedonië, uitgerust met misbruikte en mishandelde vrouwen, die worden gedwongen hun «schuld» weg te werken, de prijs die hun pooiers voor ze hebben betaald.

Dit is een gevangenis zonder vervroegde vrijlating wegens goed gedrag. Goed gedrag is verplicht als je niet de kleverige zoetheid van je eigen bloed in je mond wilt proeven, de leren riem op je rug wilt voelen, een gloeiende sigaret op je borst uitgedrukt wilt krijgen — als je niet eenzaam in bed wilt kruipen na een avond van gedwongen seks, en het bezorgen van blauwe plekken, de merktekens van het vuige machtsspelletje van een pooier.

Twee Amerikanen in de straten van Ohrid, ze vallen op als indringers van buiten.

De eerste avond brachten we door in de zogeheten Playboy Club aan de rand van de stad met een groep patserig uitziende locals en wervelende strippers. Er gebeurde niets. De meisjes wilden niet met ons praten. Misschien was alles oké in Ohrid, dacht ik.

We waren moe en teleurgesteld. Misschien waren we onze tijd aan het verdoen.

De volgende dag gebeurde er iets. Die middag ontmoette ik «Paul» bij de kleine haven in Ohrid, net buiten een restaurant dat Don Vito’s heette. Paul is een plaatselijke chauffeur, toeristengids en middleman voor prostitutie.

Binnen tien minuten praten en na een beetje subtiel aandringen beschreef hij de diensten die hij kon leveren. Hij kon ons naar clubs brengen, waar we prostituees konden ontmoeten. Er waren veel mooie meisjes. De vorige zomer bracht hij vaak Navo-soldaten naar Valesta, een plaats in de buurt die berucht is om zijn slavenbordelen, waarvan het meest opvallende Hotel Joni was. Maar de zaken gingen op het moment niet erg goed. «De soldaten komen niet zo vaak meer.» De Amerikanen en Duitsers waren de beste klanten, zei hij. Die gaven graag veel geld uit. De Britse soldaten willen alleen drinken en vechten.

Voor Paul waren de magere jaren aangebroken, zo leek het. Terwijl we op de bank zaten te praten, paradeerde er een jonge man voorbij. «Dat is de zoon van de belangrijkste man in Valesta», zei Paul. Ik zag een magere knul met gel in zijn haar en rattenogen. Ik zei dat Valesta interessant klonk. Ik zou er graag naartoe gaan. «Nee. Nee. Je begrijpt het niet. Valesta is een gestoorde stad. Te veel Albanezen. Het is er donker en alleen maar voor f-ing», zei hij.

«Ik ben niet bang in het donker», zei ik. «Ik wil er toch graag naartoe. Het klinkt goed. En misschien wil ik wel een slavin kopen.»

«Echt?» zei hij vol aandacht. «Dat kan. Dat kost je ongeveer tweeduizend euro.»

«Geen geld», zei ik.

«Ik zal jullie vanavond ergens naartoe brengen», zei Paul. «Maar niet naar Valesta — dat is niet voor jullie.» Ohrid mag dan het toeristen-Mekka van Macedonië zijn, plotseling leek het erop dat je niet eens zo heel ver onder de oppervlakte van dit ogenschijnlijk onschuldige stadje — beschermd Unesco-gebied — hoefde te kijken om genoeg vuile was te vinden om een wasmand te vullen zo groot als het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Laten we haar Anna noemen. Ze glimlacht mechanisch. Ze vangt blikken met een behoorlijk sensationele paaldans. Maar er gaat veel schuil achter haar dans. De afgelopen drie maanden is deze twintigjarige vastgehouden als seksslavin in dit kleine hotel, waar ze elke avond optreedt in de aanpalende stripteasebar. Net als een stuk of tien andere meisjes hier is zij een gevangene, gesmokkeld vanuit haar vaderland Moldavië naar deze nachtmerrie aan de rand van Ohrid.

Ik weet haar blik te vangen en regel dat ze bij mij komt zitten door een drankje te bestellen voor vijftien euro. Het is een soort cocktail compleet met namaakbloem, kers en parasolletje. Met één zo’n drankje koop je ongeveer vijftien minuten conversatie.

Het is een kat-en-muis-spel. In het volle zicht en onder de oplettende ogen van haar bazen praat Anna geanimeerd Engels. Ze spreekt mij aan als «my darlink». Ze nipt van haar drankje en barst vervolgens los met details over haar leven in de bar. Door met mij te praten kan ze ons allebei in grote problemen brengen. Ze vraagt of ik een Navo-soldaat ben en ik antwoord «ja». Zeggen dat ik journalist ben, zou voor ons allebei euthanasie kunnen betekenen.

Anna was oorspronkelijk van plan om als danseres te gaan werken op Grieks-Cyprus, maar ze werd naar Macedonië gesmokkeld, waarschijnlijk via Bulgarije. «Het systeem hier is gesloten. Het is afschuwelijk. Wij zijn allemaal heel ongelukkig. Het is erg gevaarlijk… Begrijp je, my darlink?» In Moldavië deed ze een dansopleiding en werkte ze als kapster.

We hebben onze gezichten dicht bij elkaar. Haar hand ligt op mijn been. Anna gaat prima: een domme Amerikaan betaalt goed geld voor slechte drankjes. Aangezien ze wordt gedwongen seks te hebben met iedereen die maar voor haar betaalt, riskeert Anna bruut te worden afgeranseld of zelfs gedood omdat ze met mij praat. Of ze me de volgende dag ergens kan ontmoeten?

«Dat kan ik niet. Onze baas is altijd bij ons. Hij laat ons kleren kopen. Ik geef mijn geld uit aan mijn kostuums.»

Anna krijgt 110 euro per maand «betaald» — de prijs van één uur seks met haar. Normaal heeft ze verscheidene seksklanten in één nacht. Haar baas heeft haar paspoort ingenomen en net als de andere meisjes kent ze alleen de vrijheid om te kiezen welk kostuum ze aantrekt. Sinds 1991 worden jaarlijks rond de 125.000 vrouwen uit de voormalige Sovjet-Unie verkocht aan de prostitutie. In sommige dorpen zijn bijna geen jonge vrouwen meer. Het gemiddelde loon is 25 dollar per maand. Veel meisjes zijn door familie, vrienden of minnaars erin geluisd en tot prostitutie gebracht.

Hoe is ze naar Macedonië gekomen?

«Darlink, dat moet je me nu niet vragen.» Haar ouders weten niet waar ze is. Haar vriend is een «politieke gevangene». Haar droom van een beter leven heeft haar naar deze afgelegen en gevaarlijke plek aan het einde van de wereld geleid. Zou ze naar huis terug willen gaan?

«Ik zou graag weggaan. Ik zou graag naar Amerika gaan waar vrijheid is. Het is heel slecht in mijn land. Je hebt geen idee. Net zoals het hier ook heel slecht is», zegt ze. Ik zeg het niet, maar ik weet dat dit slechts een halte is op haar weg naar een nieuwe eigenaar in Duitsland, Italië of Nederland. Nu danst ze. Nu glimlacht ze om haar leven te redden. Nu is ze per uur te koop. En ik weet dat als de politie een inval doet in het hotel, de eigenaar, een kerel die Risto heet, hoogstwaarschijnlijk van tevoren zal worden getipt. De enige manier waarop ik Anna zou kunnen redden is ter plekke en meteen met haar naar buiten lopen. Maar dat is niet mogelijk. De gewapende bandieten bij de deur maken dat dat een wensdroom blijft.

«Ik denk dat ik wel weer een keer naar jou zal kijken», zei Anna.

Als ik ook maar een beetje moed had, zou ik ter plekke en meteen haar vrijheid voor haar hebben gekocht. Als we niet de volgende avond de Albanezen in onze nek hadden gekregen, was ik vast en zeker teruggegaan om haar te zien…

We zaten in de Kukri bar in Pristina, Kosovo, tegenover het VN-hoofdkwartier.

Ik zat aan de ene kant van de tafel en Sven Lindholm, een prettige New Yorker die persofficier is bij de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) zat aan de andere. We dronken bier en praatten over Kosovo — om precies te zijn over een stel bordelen in Pristina; de Arizona Café Bar en de Miami Beach Club, allebei mensensmokkel locaties.

Desondanks waren mijn gedachten nog steeds bij wat er vorige week gebeurde, met name mijn ontmoeting met Anna, en dat ik de stad werd uitgestuurd door de maffia. Het stond me niet aan.

«Ik wil dat Valesta zien. Ik wil er foto’s van maken», zei ik opeens tegen Sven.

«Ze zouden nooit verwachten dat jij stom genoeg was om terug te komen.»

«Dat denk ik ook…»

Twee dagen later stopte de taxi bij een politie/leger-checkpoint een kilometer buiten Valesta. Een zwaar machinegeweer waakte vanaf een stapel zandzakken over de weg. De smeris bekeek mijn paspoort en praatte met iemand door de telefoon. Hij keek ernstig. Toen kwam hij terug. Hij glimlachte en zei: «Geen probleem.»

«Ze denken dat ik u naar Hotel Joni breng om de meisjes te zien», zei de chauffeur. «Ik zei dat u een toerist bent.»

Even later stopten we tegenover het hotel. Ik sprong uit de auto en maakte een foto. Vervolgens reden we langzaam door Valesta terwijl ik foto’s maakte door de achterruit. Telkens als er iemand naar de auto keek, liet ik de camera zakken. We kwamen uit op het centrale plein. Er was een café waar een paar kerels buiten zaten.

«Moeten we iets gaan drinken?» vroeg ik.

«Nee», zei de chauffeur. «Dat is geen goed idee. Ze houden hier niet van vreemden.»

Hij werd nu zichtbaar steeds nerveuzer. Ik nam snel nog een paar foto’s. Ogen waren op ons gericht vanuit portieken van verschillende winkels en nog een café aan de rechterkant. Die ogen waren op zoek, ze speurden. Wie waren wij? Er reden geen andere auto’s door de straten.

«Foto’s niet goed», zei de chauffeur.

Toen we weer bij Hotel Joni kwamen, vroeg ik of de chauffeur wilde stoppen en ik schoot gauw nog een paar foto’s door het zijraampje. Ditmaal stapte ik niet uit. Iemand stond ons te observeren vanuit het benzinestation.

«Ik heb genoeg gezien. We gaan.» En tegen mezelf zei ik: «Hebbes!»

Ik hoefde het de chauffeur geen tweede keer te zeggen.

«Er zijn veel mooiere plaatsen dan deze», zei hij. Het was duidelijk dat hij vond dat iedere plaats — wellicht zelfs de hel zelve — mooier zou zijn.

Voorzichtig ging ik mijn weg door de straten van Ohrid, mooie straten die rust en ontspanning boden als je niet wist wat ik wist. Ik voelde een overweldigende ambivalentie. Ik wist dat vijftig procent van de meisjes die ontsnappen uiteindelijk weer in bordelen belanden. Ik wist dat bij een inval vorig jaar in Hotel Joni in Valesta dertig meisjes waren gevonden. Ik wist dat negentien van hen hun vliegtuig in Belgrado hadden gemist en sommigen de maand daarop waren gearresteerd in Kosovo. Ik wist dat ik geen antwoorden had.

In mijn kamer klikte ik de tv aan en keek naar CNN. Door een bijna bovennatuurlijk toeval was er net een bericht over de Europese conferentie in Brussel over mensensmokkel. «Georganiseerde bendes jagen op arme ongeschoolde meisjes … voormalige Sovjet-staten … Toen ik bij de club kwam, zei de baas dat ik al mijn kleren moest uittrekken … een man betaalde 1700 euro om mij te kopen … zei dat hij mijn verdiensten eerlijk zou delen, fifty-fifty … Vrouwen verlaten de armoede van het Oosten voor dromen over een beter leven elders…»

Ik dacht aan Anna en de andere meisjes. Ik hoopte dat alles goed met ze ging. Ik wist dat dat niet zo was. Ik dacht aan hoe vies de hele zaak voelde… Ik dacht aan motels, moord, geld, waanzin en alle angst er tussenin… Afgezien daarvan kon ik alleen maar denken aan weggaan van daar. Ik wist niet wat ik anders kon doen. Ik had genoeg gezien en gehoord voor deze reis.

Ik nam een lange, hete douche.