Slecht de kunstberg!

Nederland heeft, zoals bekend, wat kunstenaars te veel, want dat is een aangenaam beroep zonder vaste werktijden. Met name aan beeldend kunstenaars is geen gebrek. Sommigen weten zich wel te redden. De meesten zitten echter op een bestaansminimum. Vandaar dat het Koninkrijk der Nederlanden zo aardig is geweest een systeem uit te vinden dat ooit de ‘contraprestatie’ heette. Dat functioneert als volgt. De schilder schildert. Zijn kunstwerk geeft hij aan de overheid. Die stort dan een bedragje op ‘s schilders girorekening. Het kunstwerk wordt vervolgens in het beste geval in een gemeentelijke artotheek te leen aangeboden. In het slechtste geval verdwijnt het in een der gemeentelijke kunstdepots.

Alleen al de gemeente Amsterdam beschikt dientengevolge over 59.000 kunstwerken. Becijfer de gemiddelde breedte van zo'n kunstwerk op een halve meter. Dat betekent dat deze kunstwerken, lijst aan lijst geexposeerd, drie kilometer kunstgenot omvatten, een afstand van de Westergasfabriek tot aan de grens van de gemeente Haarlem.
Wat moeten wij ermee? Het hoofdstedelijke gemeenteraadslid Reina Spier (VVD) heeft een radicaal advies: ‘Dump al die kunstwerken maar in het IJ.’
Sancta simplicitas!
'Geen sprake van. Zolang ik wethouder ben, wordt er geen kunst vernietigd’, sprak wethouder Ernst Bakker, die voor de rest niet van artistieke overgevoeligheid kan worden verdacht. Hij heeft gelijk. Volgens de wetten van de kansberekening moeten zich immers onder die kunstberg vier, misschien wel vijf, kunstwerken bevinden met de artistieke kwaliteit van de Aardappeleters of de Stier van Potter.
Wat te doen? Amsterdam telt zo'n zeshonderdduizend inwoners. Met die bijna zestigduizend kunstwerken zou dus een op de tien hoofdstedelingen - gratis, natuurlijk - blij gemaakt kunnen worden. Helaas, daar zal de VVD niet zo veel voor voelen. Een dergelijke handelwijze zou een klap betekenen voor een deel van haar natuurlijke achterban, de kunsthandelbedrijvende middenstand, op die paar galeries met snobstatus na.
Nee, de kunstenaars zelf hebben niets te willen; die hebben inmiddels hun centen gehad. En hoe is het met het publiek? Zou dat het leuk vinden, zo'n gratis kunstwerk boven de schoorsteen? Het vraagstuk overdenkende, enigszins vertrouwd met de bovengrondse eigentijdse kunst, ben ik daar plotseling niet meer zo zeker van. Mijn hoofdstedelijke stadgenoot Karel van het Reve valt in elk geval als kandidaat-begunstigde af, want die heeft ooit rondweg verklaard het contemporaine kunstgeklieder als leugen en bedrog te beschouwen.
Niettemin, er moet iets aan die tot extreme proporties groeiende kunstberg worden gedaan. Maar wat? Allemachtig, wat een luxeprobleem! Daar zullen de Burundezen en voormalig-Joegoslaven ons werkelijk om benijden.