Slecht zicht

Hoe stel je in deze onzekere tijd je verkiezingsprogramma op? Politieke partijen worden gedwongen verder vooruit te kijken dan vier jaar. Zonder routeplanner.

Hoe Nederland er over honderd jaar uit zal zien? Sorry hoor, maar de politiek heeft daar even geen tijd voor. Politici in Den Haag weten als gevolg van het coronavirus al niet hoe Nederland er over een maand uit zal zien, laat staan over een eeuw. Voor de nabije maanden een exit-strategie bedenken om het land uit de op-slot-stand te halen, is al moeilijk genoeg. Dé hamvragen zijn dezer dagen vooral ‘wel of geen mondkapjes’ en ‘wel of geen apps’.

Twee maanden geleden nog maar, toen het eerste Nederlandse coronageval nog moest komen, wisten de Haagse politici ook niet dat ze nu bezig zouden zijn dat virus te bestrijden. Ze vermoedden dus evenmin dat de economie, die er toen nog glanzend bij lag, zulke enorme klappen zou krijgen ten gevolge van de coronamaatregelen. En ook niet dat ze met miljarden euro’s zouden gaan strooien om voor even te redden wat er te redden valt.

Een pandemie komt nooit gelegen. Maar nu is het verwoestende virus opgedoken in het jaar dat politieke partijen zich moeten gaan opmaken voor de verkiezingen van maart 2021. Uitgerekend in een periode dat ze een nieuw verkiezingsprogramma moeten gaan schrijven, nieuwe kandidatenlijsten moeten opstellen en een lijsttrekker – oud dan wel nieuw – moeten aanwijzen.

Voor de korte termijn is er intern in politieke partijen al veel onzekerheid, corona versterkt die mogelijk. Bij het cda en D66 weten ze nog niet wie hun lijsttrekker zal zijn. Vraag is inmiddels of de twee tot nu toe gedoodverfde cda-kandidaten, de ministers Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge in de politieke hitte van deze dagen overeind blijven. Bij D66 is het de vraag of fractievoorzitter Rob Jetten weet te profiteren van zijn zichtbaarheid in de wekelijkse coronadebatten, terwijl zijn concurrent, minister Sigrid Kaag, dezer dagen onzichtbaar is. Of is dat juist waar zij profijt van heeft?

En zal de strijd tegen het coronavirus vvd-leider en minister-president Mark Rutte extra vleugels geven, of krijgt hij in de nasleep alsnog zoveel woede over zich heen vanuit een diep geraakte samenleving dat hij een risico wordt voor zijn partij?

Hoe leeg is de schatkist? Wat zal welvaart straks zijn?

Bij Denk en 50Plus vechten ze elkaar ondertussen de tent uit, alsof er geen belangrijker zaken aan de orde zijn. Zal dat zoals in het recente verleden langs hun kiezers afglijden of gaan die als gevolg van het coronavirus anders naar goed bestuur en kleine partijen kijken?

Voor de nieuwe verkiezingsprogramma’s moeten de partijen nu overigens toch vooruitkijken. Vier jaar. Niet lang, zouden de wetenschappers uit Wageningen waarschijnlijk hebben gezegd toen ze in het pre-coronatijdperk hun kaart voor Nederland-over-honderd-jaar presenteerden. Volgens hen is de politiek altijd te veel bezig met kortetermijnoplossingen. Maar nu is die vier jaar op het Binnenhof helemaal een eeuwigheid. Want wanneer is het virus onder controle? Hoe groot is de economische schade dan? Hoe leeg de schatkist? Hoe overleeft de Europese Unie de crisis? Wat zal welvaart zijn tegen die tijd?

Vind ik daarmee dat politici niet moeten nadenken over een verdere toekomst? Allerminst. Maar hoe combineer je het naar de bal kijken met ver vooruitkijken. Dat is in het voetbal al niet iedereen gegeven, maar bovendien makkelijker dan in de politiek, want die telt meer spelers en een groter speelveld.

Afgelopen week dook in het politieke debat het woord ‘kantelpunt’ op. Daarmee wordt bedoeld het kantelpunt in de bestrijding van het virus, het punt waarop Nederland stapje voor stapje van het slot kan gaan. Maar het woord ‘kantelpunt’ zou ook kunnen betekenen dat het coronavirus ervoor zorgt dat de urgentie van het nemen van klimaatmaatregelen, het zuiniger zijn op de aarde, het kritischer zijn op het samenleven van mens en dier, nog meer wordt gevoeld en dat er nu ook strikter, sneller en ingrijpender naar wordt gehandeld. Vooralsnog is dat echter vooral hoop. Hoop die leeft bij partijen die daar tóch al voorstander van waren. De Partij voor de Dieren laat niet na daarop te hameren.

Zoals het cda erop zal wijzen dat de coronacrisis laat zien hoe belangrijk initiatieven vanuit de samenleving zijn, hetgeen altijd al een van de uitgangspunten van die partij is. De pvda zal benadrukken hoe belangrijk leerkrachten, verpleegkundigen en al die andere ‘helden’ in de strijd tegen het coronavirus zijn, de doelgroepen waar de sociaal-democraten toch altijd al voor opkomen. De vvd zal niet schromen het belang van het bedrijfsleven voor de economie in het middelpunt te zetten, want zie hoe hard Nederland wordt geraakt als het bedrijfsleven plat ligt. En D66 ziet vast en zeker na deze crisis nog meer het belang van een goed functionerend Europa in, want Nederland kon dit virus immers niet in zijn eentje bestrijden.

Verandert er dan niks? Jawel, dat is al gaande. Op bijna alle terreinen van de samenleving. Ingrijpender dan we ons in onze stoutste dromen hadden kunnen voorstellen. De politiek reageert daarop – zoals de politiek eigenlijk altijd reactief is – maar ‘koerst daarbij nu op zicht, niet op een routeplanner’, zoals Rutte niet nalaat te benadrukken. Niemand in de Tweede Kamer ontkent dat. Dat zicht is dan ook nog eens slechts een paar meter. Al was het lenteweer dan extreem zonnig en helder, en de lucht als gevolg van de coronamaatregelen schoner dan in lange tijd, de politiek waadt zoekend en tastend door dichte mist.