Slechte dingen kindje jezus met een dromedaris op wieltjes

D.A. Cramer-Schaap en Annemarie van Haeringen, Bijbelse verhalen voor jonge kinderen. Uitgeverij Ploegsma, 416 blz., f39.95. In de Arnhemse Kinderboekwinkel is nog tot en met 9 april een keuze uit al dit moois te zien.
Veertig jaar geleden stelde Annie Schmidt De ark samen, een dik boek met verhalen die ze zelf als kind graag zou hebben gelezen. Tussen Andersen, Wilde, Shakespeare en Kastner duikt de geschiedenis van Daniel in de leeuwekuil op.

Even lijkt dat een verrassende keuze, maar eigenlijk is het verbazingwekkender dat er in zo'n bundel niet meer bijbelverhalen staan. Die zijn immers vaak spannend en uit het leven gegrepen: schriele David die de reus Goliath velt, Kains jaloezie jegens zijn broer Abel, Judas die zijn meester verraadt met een kus. Wie het kleurrijke levensverhaal van Mozes niet kent en nog nooit heeft gehoord van de Barmhartige Samaritaan mist een hoop, zeker ook wanneer hij later bepaalde schilderijen of muziekstukken zou willen doorgronden.
Omdat de Schrift zelf voor jeugdige ogen in vele opzichten als te volwassen wordt beschouwd, bestaat het fenomeen kinderbijbel. In dit land kan natuurlijk geen sprake zijn van de kinderbijbel: na de oorlog verschenen meer dan vijftig verschillende uitgaven, waaronder de meest opvallende waarschijnlijk Woord voor woord van Karel Eykman is. In veel gezinnen moeten ook de Bijbelse verhalen voor jonge kinderen van D.A. Cramer-Schaap een plaats hebben (gehad), want sinds de verschijning in 1957 werden er een half miljoen exemplaren van gedrukt.
Cramer-Schaap was een vrijzinnige predikantsvrouw en bijna twintig jaar de drijvende kracht achter het vooroorlogse kindertijdschrift Zonneschijn. Ze koos voor een simpele, huiselijke verteltrant - ‘Maar weet je wat Jakob nog het allerergste vindt?’ of bij Noachs ark: 'Verzin zelf maar wat voor dieren er nog meer waren’. De vertelster heeft duidelijk oog voor kinderen in de verhalen. Soms verzint ze ze er zelfs bij. Wel bleef ze van de Schepping tot de Openbaringen de mevrouw van het Goede Kinderboek en waakte dus over de tere zielen van haar lezers. Voor overspelige en te gewelddadige verhalen - Simson en Delila, Absolom, David en Batseba -was geen plaats. Over de vrouw van Potifar wordt cryptisch gemeld dat ze met Jozef 'slechte dingen’ wilde doen. De uitgever meende dat dit zo langzamerhand uit de tijd was en vroeg Lieke van Duin, kinderboekenrecensent van het dagblad Trouw, de drieendertigste druk te moderniseren. Dientengevolge wil Potifars vrouw nu gewoon met Jozef vrijen en zijn ontbrekende verhalen toegevoegd. Er is daarbij wel vastgehouden aan de stijl van Cramer-Schaap. Jammer genoeg is de overdaad aan vaak functieloze uitroeptekens over het hoofd gezien.
Fonkelnieuw daarentegen is het werk van Annemarie van Haeringen: ruim tweehonderd kleurenillustraties, verschillend van formaat en sfeer en vol details die benadrukken dat de bijbel over gewone mensen gaat. Zo staat Noach met de mond vol spijkers aan zijn boot te timmeren, de kleine Jezus trekt een dromedaris op wieltjes achter zich aan en van de bruiloftsgasten te Kana hebben er twee duidelijk te diep in hun glas met wonderwijn gekeken. Van Haeringen - pas tien jaar actief als illustrator - doet niet onder voor illustere voorgangers als Isings (bij W.G. van der Hulst), Jetses (bij Anne de Vries) en Bert Bouman (bij Karel Eykman). In fraaie aquarellen en met de voor haar karakteristieke snelle, zwierige pen geeft ze alles en iedereen zijn plaats. Grappig is Jona, die amechtig in een gastvrij grijnzende walvis hangt, roerend eenzaam de Christus-figuur, in afwachting van zijn veroordeling en kinderlijk juichend het visioen van Johannes’ nieuwe stad.