Slechte gewoontes

Zou Home, de tiende roman van Nobelprijswinnares Toni Morrison, een knipoog zijn naar Philip Roth’s Indignation (2008), waarin ook de Korea-oorlog van halverwege de twintigste eeuw een traumatische achtergrond vormt?

Er is nog een overeenkomst. Roth’s hoofdpersoon is onder invloed van morfine als hij – een dode ik-verteller en joodse slagerszoon Marcus Messner – terugblikt op zijn leven en op zijn dood in 1952 op het Koreaanse slagveld. Toni Morrisons Korea-veteraan Frank Money dwaalt en doolt in 1954 door Amerika, maar is zo ernstig de weg kwijt dat hij zichzelf terugvindt in het ziekenhuis met handboeien om, gedrogeerd met morfine. Hoe is hij daar terechtgekomen?

Roth neemt in Indignation de gelegenheid te baat om rake dingen te zeggen over de betuttelende maatschappij in de jaren vijftig, de verontwaardiging daarover en het vechten voor een compromisloze individualiteit. Hij laat zien dat zijn hoofdpersoon zich niet thuis voelt in een samenleving vol vooroordelen, preutsheid en angst die op wreedheid uitloopt. Morrison stipt heel subtiel een ander wezenlijk aspect van de jaren vijftig aan: de segregatie in het Zuiden én in het Noorden, het verstikkende racisme.

Home begint met een scène, cursief gedrukt, waarin een jongen en zijn jongere zusje ergens buiten het gehucht Lotus in Georgia in hoog opgeschoten gras rondzwerven. Ze zien twee hengsten met elkaar vechten, en vlak daarna blijken ze opeens getuige te zijn van een lugubere begrafenis. Aan het slot van dat tafereel, dat niet voor hun ogen was bestemd en waarvan de betekenis pas veel later in Home duidelijk wordt, wendt de jongen (Frank Money, beseft de lezer pagina’s verder) zich tot degene die het verhaal opschrijft: ‘Aangezien jij zo nodig mijn verhaal wil vertellen; wat je ook denkt en wat je ook opschrijft, besef dit: Ik ben die begrafenis echt vergeten. Ik herinnerde me alleen nog die paarden. Die waren zo mooi. Zo wreedaardig. En ze hielden stand als mannen.’

De lezer is gewaarschuwd: het geheugen van de getraumatiseerde Korea-veteraan Frank Money vertoont ernstige hiaten en vertekeningen. Maar Home gaat niet alleen over een onbetrouwbare of ‘gestoorde’ hoofdpersoon, over iemand die zijn zelfbeeld kwijt is door wat er in de oorlog is gebeurd. Morrison wil ook iets fundamenteels zeggen over moed, over mannelijkheid en het tarten van gevaar en over eigen initiatief, zowel van mannen als van vrouwen. En ten slotte gaat Home over het schrijven zelf: kan een oudere vrouw wel over een jongere man met een ptss-syndroom schrijven? Weet ze waar ze het over heeft?

Leslie Fiedler, essayist en romancier, zei eens dat de Amerikaanse herkomst de vlucht is. De gemiddelde Amerikaan is geworteld in ontworteling, terwijl het doel de verwezenlijking van de Amerikaanse Droom blijft. De vervulling van die droom, een eenheidsbevorderende gedachte, kun je een vorm van ‘thuis­komen’ noemen. Morrison scherpt die droom, die tegelijk een nachtmerrie was en soms nog is, aan. De zwarte Amerikaan kwam nooit als vluchteling aan in Het Beloofde Land maar als slaaf: gekidnapt, ontvoerd, verhandeld. Frank Money wordt in zijn eigen land steeds opnieuw verdreven: de eerste keer op vier­jarige leeftijd uit een gehucht in Texas, omdat de blanken het daar zo wilden: wie bleef werd afgemaakt. Het gezin, met een zwangere moeder, vestigt zich in Lotus, Georgia, waar Frank zich ontfermt over zijn jongere zusje Cee omdat de ouders dag en nacht werken en grootmoeder Lenore andere zaken aan het hoofd heeft. Maar Frank wordt ook uit Lotus verdreven omdat de toekomst voor hem daar doodloopt. Het leger is een uitvlucht, meent hij, maar de waarheid is anders. Hij verliest zijn dorpsvrienden op het slagveld en maakt zelf iets mee wat hij wel moet verdringen om er niet aan onderdoor te gaan.

Home is het verslag van een poging thuis te komen. Frank is een jaar terug in de VS, is 24, werkt wat, heeft een ondernemende vriendin bij wie hij intrekt en probeert zich staande te houden. Maar het lukt niet. De kleuren verdwijnen uit zijn bestaan. Alles wordt soms opeens zwart-wit. Hij krijgt last van absentieverschijnselen en de drank maakt hem gewelddadig. Een brief over de beroerde toestand van zijn zusje – dat hij altijd beschermd heeft, totdat hij het leger in ging – zorgt ervoor dat hij weer een doel voor ogen heeft en een plek waar hij naartoe kan, naartoe moet. Morrison beschrijft de reis per Greyhound en per trein nauwgezet maar niet vanuit een realistische blik. Ze laat de getraumatiseerde soldaat hallucineren – nawerking van de morfine – en dingen meemaken die hem scherper, alerter en bewuster maken. Die reis met hindernissen terug naar huis in Georgia onderbreekt Morrison door vanuit drie andere personages (Lenore, Cee en vriendin Lily) de wereld vol dreiging te schetsen waarin Frank en zijn zusje Cee zijn grootgebracht. Hij gaat terug om het leven van zijn zusje te redden: ze is in dienst getreden bij een dokter die zijn zogenaamde wetenschappelijke experimenteerlust (rassenleer, eugenetica) op haar botviert.

Toni Morrison schrijft in Home over een nationaal trauma, dat zich met Vietnam op een andere manier zou herhalen, een storing die maatschappelijk is én in het hoofd rond blijft woelen. ‘Custom is just as real as law and just as dangerous’ is een kernzin in het verhaal. Er zijn gewoontes die het bestaan ondermijnen en zo slecht zijn dat ze niet alleen afgeleerd moeten worden maar zelfs ‘begraven’. De begrafenis – een soort home coming – die Morrison aan het einde voor de lezer in petto heeft, verwijst naar het begin van haar roman en is zowel schokkend als hoopgevend. Home is een zeer genuanceerde roman die over veel meer gaat dan racisme en de moeizame verhouding tussen vrouwen en mannen. Morrison heeft vanaf haar eerste roman altijd geschreven over wat het is om Amerikaan te zijn én te blijven. Ze is een nationale schrijfster: in haar verhalen raakt ze aan de essentie van de Amerikaanse identiteit, die altijd al mobieler en flexibeler is geweest dan de Europese.


Toni Morrison, Home. Knopf, 147 blz., € 17,99. Verschijnt eind augustus bij De Bezige Bij als Thuis, in de vertaling van Nicolette Hoekmeijer, ca. 160 blz., € 17,50