Slechte mop, goede clou

Maarten Schinkel, Narcissus. € 17,95

Medium 9789029083355

Maarten Schinkel doet het blijkbaar rustiger aan, deze dagen. Waar zijn vorige roman, Drie, nog begon met een journalist die met honderd per uur angstig invoegde op de A2, begint Narcissus met een hedgefund-medewerker die op zijn fiets het slakkentempo van de hardloper voor hem moet aanhouden.
‘Vermoord me. Breng me om, beroof me van het leven. Echt, maak me dood als ik ooit zo word als hij’, denkt David Stresemann, de hoofdpersoon van Schinkels nieuwe roman, als hij op de kalende kruin van de jogger uitkijkt. Stresemann wil hogerop. Hij is slim en ambitieus en als hij die twee eigenschappen bij zijn nieuwe werkgever, een hedgefund, weet te combineren wachten hem gouden bergen. Want ja, ook in de tijden van kredietcrisis blijft geld geld maken, bonussen verdwijnen nooit helemaal, en ook in crisistijd is er altijd wel een groep die weet hoe je het verlies van anderen kunt vergulden. Volgens mij hoort Maarten Schinkel, economieredacteur en commentator bij NRC Handelsblad, zelf ook bij de groep die hiervan profiteert, al was het maar omdat zijn economiestukken prominenter dan ooit in de krant staan. Slimme stukken, voorzover ik er verstand van heb. Krijg er altijd het idee van dat het een stuk logischer in elkaar zit dan je zou vermoeden, zo'n wereldeconomie.
En daarnaast schrijft hij dus ook romans, dit is zijn tweede. Zijn debuut Drie (2007) was verrassend origineel en werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs. De plot spon om drie mannen heen, een wetenschapsjournalist, een popzanger en een heroïnejunk, wier levens door kosmische snaren en lekkende zwaartekracht naar elkaar toe werden gezogen, met kosmische explosiviteit als gevolg. Schinkel filosofeerde er vrolijk op los, over laatmiddeleeuwse fysica, de nauwkeurige werking van winkeldiefstal, over de dwarsverbanden tussen faalangst en autorijlessen. De tekortkomingen sprongen weliswaar vol in het oog, met name hoe vlak de personages bleven, maar dat nam je op de koop toe door de vertelkracht en het ongeremde enthousiasme van Schinkel.
In zekere zin gaat Schinkel in Narcissus op dezelfde voet verder. Schinkel voert zijn hedgefund-jongens en -meisjes op als Übermenschen, al dan niet gebotoxt, die hun genetica oppoetsen met een pilletje waar niet over gesproken mag worden. De interactie tussen Stresemann en zijn collega’s en vrienden levert weer dezelfde snelle theorietjes als in Drie op - het is bepaald geen filosofie, maar zit wel boven het niveau borrelpraat. Francis Fukuyama wordt aangehaald, Kondratieff-golven worden verklaard, de invloed van erfelijke eigenschappen op de sociale hiërarchie, zelfstigmatisering door middel van tatoeages. Onder druk van zijn baas Hilferding neemt ook Stresemann het pilletje, waarna plots het mysterieuze jongensmeisje Cho opduikt, die hem opstuwt naar grote hoogten. Wie is Cho?
Dat is voor Schinkel vooral een narratieve vraag, geen emotionele. Want net als in Drie zijn zijn personages weinig meer dan sjablonen. De Aziatische Cho (slim, sexy), de vriendin Daphne (suf, niet-sexy), de baas Hilferding (streng, kapitalist, zijn hobby is jagen) - hun drijfveren zijn evident. Ook op het gebied van taal gebeurt er niets dat in de weg staat, maar ook niets dat te bewonderen valt. Het stelt teleur dat Schinkel zo oppervlakkig schrijft over het hedgefund-wereldje. Nergens geeft hij pakkende details, of schrijft hij diepzinnig over de hyperagressieve werkmentaliteit of over de kleine, dagelijkse statussymbolen - bij Schinkel laat de baas zich in een limousine vervoeren, grof geschut. Maar wanneer zie je ooit in Nederland een limousine rijden? In de Verenigde Staten laten de CEO’s zich verplaatsen in limousines, in Londen in town cars, in Nederland meestal in ruime Volvo’s. Dat weet ik dan weer wel. In vergelijking met non-fictiewerk van economische journalisten (klassiekers als Barbarians at the Gate of Liar’s Poker), geeft Schinkel zijn fictiewereldje weinig kleur. Met als gevolg dat er in Narcissus eigenlijk weinig literairs te genieten valt. Een paar keer schijnt er iets doorheen, een paar korte hoofdstukken over het sterven van een ongeïdentificeerde ik-figuur, maar verder zijn er geen onderhuidse thema’s. What you see is what you get. Het is eerder een filmscript dan een roman.
Het verrassende is dat Narcissus toch wel weer verrast, net als Drie, en dat je bij het uitlezen toch weer oprecht vermaakt bent. Als er in de tweede helft ineens een aantal volkomen onverwachte plotwendingen zit, snap je waarom Schinkel er met zo'n sneltreinvaart naartoe heeft gewerkt. En begrijp je dat Schinkel aanzienlijk beter over zijn verhaal heeft nagedacht dan je de eerste tweehonderd bladzijden zou denken. Moeilijk om er iets over te zeggen zonder te veel te verklappen. Het verhaal dat Schinkel je presenteert blijkt toch niet het enige verhaal te zijn dat zich afspeelt, onder de huid - letterlijk - is er van alles aan de hand.
Vergelijk het met een mop: als de mop stuntelig verteld wordt, maar de clou klopt helemaal, dan lig je alsnog dubbel. Zoiets geldt voor Schinkel.

MAARTEN SCHINKEL
NARCISSUS
Meulenhoff, 240 blz, € 17,95