Slechte tijden

Tijdens het CDA-congres rolde de ene smalende opmerking over partijgenoten over de andere. Het zijn niet alleen slechte tijden voor het CDA, maar ook bij het CDA.

WAARNEMEND CDA-partijvoorzitter Henk Bleker haalde Augustinus erbij. Uren voordat er zaterdag op het partijcongres voor of tegen regeren met gedoogsteun van de PVV kon worden gestemd, las Bleker een tekst van deze kerkvader voor. ‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden.’

Inderdaad. Daarom zijn het ook slechte tijden. Al helemaal voor het CDA zelf.

Eerst was er de gigantische nederlaag bij de verkiezingen. Nu is de partij tot in de haarvaten verdeeld over de vraag of ze moet gaan regeren met behulp van Wilders, want als 32 procent tegen stemt valt dat niet te negeren. Direct na de stemmingen werd al uitgerekend dat er dan eigenlijk zes tot zeven CDA'ers in de Kamer zouden moeten zitten die tegen samenwerking met de PVV zijn en niet 'slechts’ twee.

Het zijn niet alleen slechte tijden voor het CDA, maar ook bij het CDA. Wie zaterdag op de buis naar het zeer druk bezochte CDA-congres heeft gekeken, kon horen hoe er boe werd geroepen toen Tweede-Kamerlid Kathleen Ferrier had uitgelegd waarom zij tegen samenwerking met de PVV is. Het betekent voor haar dat het CDA kernwaarden opgeeft en mee gaat doen aan de vergroving van de samenleving. Als Ferrier had geweten dat de partijvoorzitter deze kerkvader zou aanhalen, had ze Bleker om de oren kunnen slaan met een uitspraak van diezelfde Augustinus: 'Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?’

Wie zaterdag aan de tv gekluisterd was, heeft ook kunnen zien hoe dagvoorzitter Jos Houben het andere Kamerlid dat bezwaar maakte tegen de samenwerking met de PVV, Ad Koppejan, eerst onderbrak om hem te manen zijn toespraak kort te houden, om vervolgens na afloop van die toespraak het publiek te bedanken voor het geduld dat het had opgebracht voor spreker Koppejan. Ja, zoals wij zijn, zijn de tijden.

Maar in de wandelgangen van het partijcongres merkte je pas echt hoe slecht de tijden bij het CDA zijn. Na afloop van de stemmingen antwoordde een prominent Kamerlid op de vraag of volgens hem 68 procent voor-stemmers genoeg is om zijn twee fractiegenoten ervan te overtuigen hun verzet op te geven: 'Dat is anders tweederde, voldoende voor een grondwetswijziging.’ Zijn stem was doordrenkt van ongeduld. Oftewel: nu moeten die twee eens ophouden ons te dwarsbomen. Een gedeputeerde had eerder al smalend opgemerkt dat het vreemd is als mensen hun geweten laten beïnvloeden door percentages. Waarmee hij het principiële karakter van het verzet van Ferrier en Koppejan onderuithaalde.

Regionale tegenstanders van de samenwerking met Wilders hadden in de wandelgangen hun eigen verhalen. Zij voelen zich op het verkeerde been gezet door lijsttrekker Jan Peter Balkenende toen die vóór de verkiezingen zei dat het CDA geen enkele partij uitsluit, maar dat de verschillen met de PVV wel erg groot zijn. Daarin hadden zij de boodschap gehoord dat samenwerking met de PVV absoluut geen optie was. Zij vinden ook dat de partij de leden vorige week heeft gechanteerd door op de regionale vergaderingen de achterban voor te houden dat een kabinet zonder het CDA, een links kabinet, de vrijheid van godsdienst en daarmee ook die van onderwijs overboord gaat gooien. Ook snappen ze niet hoe Kamerleden tegenover hen kunnen spreken van die rot-PVV, maar er toch mee in zee willen.

Maar ook uit de mond van tegenstanders van samenwerking met de PVV kwamen smalende opmerkingen over partijgenoten die een andere mening zijn toegedaan. De meest gehoorde opmerking als een spreker een voorstander bleek: die is zijn carrière aan het veiligstellen.

Het zijn ook slechte tijden voor de politiek in Nederland. Met de duimen omhoog en breed glimlachend noemde fractievoorzitter Maxime Verhagen het CDA-congres een feest voor de democratie. Dat zou hij niet hebben gezegd als diezelfde democratie hem geen groen licht had gegeven. Maar ook verder is het zo'n feest niet, want Verhagen blijft aansturen op een kabinet dat in werkelijkheid nog minder draagvlak heeft in de samenleving dan het toch al geringe aantal van 76 zetels dat VVD, CDA en PVV samen hebben.

Zouden er nog treffender omstandigheden denkbaar zijn voor het gebruik van de term minderheidskabinet dan voor het kabinet-Rutte-Verhagen? Hoe veel krommer kan het denken bij het CDA bovendien nog worden als het binnen de eigen fractie het standpunt huldigt dat de minderheid haar wil niet mag opleggen aan de meerderheid, maar het dat vervolgens zelf wel doet in de Tweede Kamer?

Na zaterdag was de grote vraag wat Ferrier en Koppejan gingen doen. Maar ook als ze hun verzet binnen de fractie hadden volgehouden, hoefde het wat Rutte en Verhagen betrof niet direct over en uit te zijn. In die situatie dachten ze al voorzien te hebben door afspraken te maken met de twee SGP-Kamerleden, in ruil voor het niet uitbreiden van het aantal koopzondagen. Winkelen op zondag mag niet van de streng-christelijken, in het geheim buiten de formele kabinetsonderhandelingen om regeringsmacht kopen wél.

Rutte en Verhagen vinden blijkbaar dat het land geregeerd zou kunnen worden door een kabinet dat aan de ene kant wordt gedoogd door een partij die door de vrijheid van godsdienst te onthouden aan de islam het aantal moslims in Nederland wil beperken, en aan de andere kant door een partij die met een beroep op de vrijheid van godsdienst vrouwen bestuursmacht in de politiek ontzegt. De ene discrimineert alle moslims, de andere alle vrouwen. 'Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden!’ Maar niet alleen omdat de mensen het zeggen.