Slechte tijden voor het hoger onderwijs?

In de opmaat naar de opening van het academisch jaar strijden de universiteiten vaak om dezelfde eregast: de minister van Onderwijs. Dit jaar lag het anders. Geen enkele universiteit - de VU met Balkenende uitgezonderd - had een zittend minister op de sprekerslijst.

De reden ligt voor de hand: onder demissionair bewind valt er weinig te lobbyen. En dus zochten de colleges van bestuur naar andere redenaars. De Universiteit van Amsterdam koos voor Daniel Cohn-Bendit, Rotterdam voor Neelie Kroes. In Utrecht sprak Cees Veerman, die de aanbevelingen uit zijn hoger-onderwijsrapport herhaalde. Zijn boodschap: geld stoppen in onderwijs is een investering met hoog rendement. Als de staatsschuld daarom oploopt, het zij zo.

Het lijkt preken voor eigen parochie. Wie in een gezelschap van studenten en hoogleraren het nut van investeringen in onderwijs bepleit, krijgt vanzelf de handen op elkaar. Dit soort redevoeringen zijn echter niet bedoeld voor de directe toehoorders maar voor de politieke partijen in Den Haag. Zij gaan de komende jaren de koers van ons hoger onderwijs bepalen. De opening van het academisch jaar stond dus in de schaduw van de kabinetsformatie.

Dat er dingen zullen veranderen staat vast. Ongeacht welke coalitie aantreedt, de kans is groot dat de basisbeurs sneuvelt. De vraag is wat er tegenover dit soort bezuinigingsmaatregelen komt te staan. Het gaat er hier namelijk om hoe Nederland zijn economie draaiende wil houden. Voor ons geldt hetzelfde als voor heel Europa: zorgen voor een goed opgeleide beroepsbevolking is de enige manier om te blijven concurreren met opkomende economieën als China en India.

Nederland heeft veel te winnen op dit vlak. We zijn afgegleden naar de middenmoot van kenniseconomieën. De weg terug omhoog vereist flinke investeringen in onderwijs en onderzoek. Ook hebben we dingen te verliezen: ons onderwijs scoort nog steeds goed in het buitenland. Engelse studenten die dit jaar naast een plek op een topuniversiteit grijpen, komen graag naar Nederland voor goed - en betaalbaar - undergraduate onderwijs. Het nieuwe kabinet zal bepalen of zulke selling points kunnen worden behouden.

Met VVD-CDA gedoogd door PVV zijn de vooruitzichten somber. Het is de meest ongunstige combinatie om de kenniseconomie een extra zet te geven. Voor het CDA zijn onderzoek en onderwijs een bezuinigingspost. Voor Wilders telt wetenschap weliswaar niet als linkse hobby, uit het programma van de PVV spreekt weinig affiniteit met een vruchtbaar wetenschappelijk klimaat. De VVD trekt in haar programma wel extra geld uit voor hoger onderwijs, maar in de zoektocht naar achttien miljard aan bezuinigingen is zo'n belofte snel vergeten.

Toen de gesprekken tussen de drie partijen werden gestaakt, leek er even te ruimte te ontstaan voor een meer onderwijsvriendelijk kabinet. Maar na het opstappen van Klink bleken Rutte, Verhagen en Wilders al snel eensgezind over het willen voortzetten van de besprekingen. Hiermee wordt de kans kleiner dat partijen met een hart voor onderwijs tot de onderhandelingen zullen toetreden. Dat is jammer.