Slechterik

Othello in het Stella Theater Den Haag, Nobelstraat 23, inlichtingen: 070-3642505, tot en met 17 mei.
Shakespeares Othello is, althans in Nederland, zeer lang voor moeilijk speelbaar gehouden. Na de oorlog is de tekst door het beroepstoneel maar vier keer uitgevoerd.

Nu hebben er we binnen één decennium maar liefst vijf versies van kunnen zien: twee keer bij Toneelgroep Amsterdam, een bewerking voor jongeren bij het MUZ-theater, een versie voor alleen mannen bij het Noord-Nederlands Toneel. En nu wordt Othello opnieuw gespeeld door een groep die meestal uitsluitend voor kinderen en jongeren werkt, Stella in Den Haag (regie: Alize Zandwijk). Waar komt die plotselinge belangstelling vandaan? De invloed van de multiculturele samenleving kan het niet echt zijn: in de vijf produkties werd de titelrol maar één keer gespeeld door een acteur die van zichzelf een donkere huid had. Of is hier sprake van invloed uit de soap-cultuur: fascinatie voor een ogenschijnlijk uit de lucht vallend schurkendom? Want eigenlijk is de feitelijke hoofdpersoon in Othello zijn tegenspeler Jago. Othello is een gepromoveerde neger aan het hof van Venetië, verliefd geworden en heimelijk gehuwd met een meisje uit de betere (blanke) kringen, Desdemona. Zijn vaandrig Jago drijft de romantische en naïeve generaal tot waanzin door hem jaloers te maken over een verzonnen liefdesaffaire die Desdemona zou hebben met een andere ondergeschikte, Cassio. Othello wordt gek van jaloezie, hij doodt uiteindelijk zijn geliefde; hij loopt in een door Jago goed opgezette serie valstrikken.
Maar waarom doet die Jago wat hij doet, waarom is die man zo vals? Alize Zandwijk en dramaturg Hans van den Boom geven op die vraag binnen het tijdsbestek van anderhalf uur een helder antwoord. Hun Jago (Marc van Eeghem) is het muurbloempje van de dansvloer, hij wordt omringd door mooie, edele, naïeve typen, en hij verdraagt geen schoonheid, nobelheid en goedgelovigheid om zich heen. Jago is absoluut niet wat met name in de Engelse speeltraditie vaak van hem wordt gemaakt: motiveless malignity. Zijn huwelijk (met Emilia, de dienstmaagd van Desdemona) is nooit wat geworden, hij is op een vernederende manier gepasseerd in een militaire promotie, hij wordt verteerd door een nauwelijks te stillen gekwetste trots. Waarschijnlijk heeft hij een tijd jankend in zijn kussen gebeten van woede. En daarna heeft hij een beslissing genomen: hij geniet ervan als al die brave borsten om hem heen tomeloos lijden. En dat gaat hij organiseren!
Deze Othello is een klein meesterwerk geworden. Het stuk is teruggebracht tot die ene essentie: Jago als artiest, de stand-up comedian die het publiek vermaakt met de ultieme vernedering van alle andere personages. Marc van Eeghem komt in de kale ruimte van Stella regelmatig gevaarlijk dicht naar de eerste rij publiek, om te vertellen welk vlerkerig plan hij nu weer heeft verzonnen. De effecten van dat plan zien we meteen. De goeie lobbes die Jack Wouterse maakt van de omhooggevallen neger Othello wordt er des te schrijnender van. De toeschouwer krijgt via zijn vertolking een gruwelijke vivisectie op goedgelovigheid te zien. Monic Hendrikx speelt de mooiste Desdemona die ik in tijden zag. Ze laat steeds drie dingen door elkaar heen zien: ik hou zielsveel van die (zwartgeschminkte) dommekracht, ik ben ook een beetje bang voor hem, en ik voorvoel dat hier een vuil spel wordt gespeeld. De verrassing van de avond is Sanneke Bos als Jago’s vrouw, Emilia. Die rol is een rottige klus voor een actrice: meer nog dan bij Othello denk je bij haar optreden vaak: mens, kijk toch eens om je heen, zie wat je man aanricht. Sanneke Bos maakt van die bijna onmogelijke opgave een prachtige rol. Je ziet haar voortdurend even aarzelen: het zal toch niet zo zijn dat…, en daarna meteen: welnee, dat kan niet, ik ben dol op Jago, zo'n slechterik kan hij niet zijn. Haar verbijstering in de slotscène wordt er des te pijnlijker door.