Kunst 1

Slechts oppervlak

Beeldende kunst: Tekeningen van Rosemarie Trockel

Een meisje liggend op haar rug, met benen als een draaikolk. Een blazend konijn, een vrijend paartje, drie poedels: de onderwerpen van Rosemarie Trockels tekeningen lijken niets met elkaar te maken te hebben, net zo min als de manier waarop zij ze op papier zet. Soms zijn haar figuren opgebouwd uit korte venijnige streepjes, dan weer zijn haar lijnen langgerekt, onzeker trillend en nerveus. Deze tekeningen, waarmee de tentoonstelling in de Oude Kerk begint, kennen nauwelijks diepte en zweven over het papier. Een volwassen eigen «stijl», zoals van een kunstenaar van naam kan worden verwacht, lijkt afwezig.

Kan ze eigenlijk wel tekenen? vraag je je af. Vooral enkele portretten verderop in de tentoonstelling, Ohne Titel, uit 1993, waar een wild zigzaggende kras een schaduw voorstelt en krasserige cirkels brilmonturen zijn, brengen je aan het twijfelen. Eind jaren tachtig verwierf de Duitse kunstenares faam met haar wandvullende «Strick-Gemälde», industrieel vervaardigde, gebreide schilderijen, die ook op de tentoonstelling niet ontbreken. Niet alleen geeft Trockel hiermee commentaar op de door mannen beheerste kunstwereld, ook zet ze de norm van authenticiteit onder druk.

Met dit soort dubbelzinnigheden speelt Rosemarie Trockel vaker. Ze aanschouwt de kunstpraktijk en haar geschiedenis van een afstand; in die afstand nestelt zich de humor, klinkt de kritische, bij wijle karikaturale ondertoon die te zien is in haar tekeningen. Maar diezelfde toon, grenzend aan balorig- of meligheid, zet de bezoeker soms ook op het verkeerde been. Zo laat Trockel in een filmpje, Egg Trying to Get Warm (1994), een ei in de schaal gedurende ruim vier minuten rondjes draaien in een koekenpan met anti-aanbak laag, zonder dat het ei breekt of gebroken wordt, laat staan gebakken. Of in à la Motte (1993), waar een mot zich een weg vreet door een wollen oppervlak. Waarna hij de stof weer herstelt. Later in de tentoonstelling herken je in een serie van vier zeefdrukken op plexiglas (Ohne Titel (1992/93)) de aangevreten wolstructuur uit à la Motte. En ja, wol is het materiaal waarmee haar breischilderijen werden gemaakt. Trockel herhaalt zichzelf, maar in gewijzigde vorm. Zij doorbreekt de clichés en brengt haar werken op een andere dan stilistische manier met elkaar in verband. Zo zet zij haar handtekening, creëert ze een oeuvre.

In Trockels werk is het «What you see is what you get»: geen diepte, geen illusies, slechts (aangevreten) oppervlak. Trockel maakt met haar vervreemdende drogbeelden de bezoeker achterdochtig. Telkens kijk je op of om op zoek naar een verklaring voor het getoonde, zowel binnen haar oeuvre als daarbuiten. Maar die verklaring is er niet.De verwarring is natuurlijk regel van het spel dat Trockel speelt, maar is jammer genoeg ook te wijten aan de tentoonstellingsmakers, die niet hebben gezorgd voor titels en jaartallen bij de werken. Dat maakt dat Rosemarie Trockels hilarische en speelse, vaak ook subtiel ontroerende universum voor de niet-ingewijde bezoeker deels gesloten blijft.

T/m 15 augustus in de Oude Kerk te Amsterdam