De hete vrede tussen Amerika en Rusland

Sleetse propaganda

Donald Trump liet zich in juli in Helsinki naïef inpakken door Vladimir Poetin. Toch boekte Poetin hiermee slechts een pyrrusoverwinning, gezien de recente nieuwe Amerikaanse sancties. Rusland is nog ver weg van het realiseren van alle Euraziatische aspiraties.

Moskou, een souvenirkiosk. Affiche met Poetin, gebaseerd op een propagandaposter waarop sovjetleider Josef Stalin een baby vasthoudt © Mladen ANTONOV / AFP / ANP

Vladimir Vladimirovitsj Poetin is de enige die Rusland kan beschermen tegen de oorlogsdreiging, de op niets dan anti-Russische hysterie berustende sancties en ondermijning van het Russisch staatsbestel vanuit het Westen. Dat was het voornaamste, door de Russische staatstelevisie uitentreuren herhaalde en uitvergrote argument waarmee Poetin zich in maart voor de vierde keer tot president liet verkiezen. Hoogtepunt was Poetins befaamde persconferentie over de nieuwe, ‘onoverwinnelijke’ wonderwapens van Rusland, met een vernuftige animatie van een superraket die op de Verenigde Staten neerkwam.

Kort na de verkiezing zwakte de propagandistische strijdvaardigheid tegenover het Westen plotseling af – kennelijk om de sfeer tijdens de in Rusland gehouden wereldkampioenschappen voetbal niet te bederven. En bovendien was er, op 16 juli, in Helsinki de topontmoeting tussen Poetin en de Amerikaanse president, die – in de woorden van Donald Trump – historisch zou zijn: waar zijn voorganger Barack Obama had gefaald, zou hij de goede sfeer tussen de nucleaire grootmachten herstellen. Voor Poetin leek dat een opening te bieden naar verzachting van de vele westerse economische sancties die sinds 2012 tegen zijn land zijn ingesteld.

Het mocht niet zo zijn. In veel opzichten lijkt Trump Poetins tovenaarsleerling. Onaangenaam nieuws beantwoorden met een stroom van verwarrende, onderling tegenstrijdige verdachtmakingen, de vrije pers proberen te knechten, onwelkome feiten glashard blijven ontkennen – dat alles lijkt rechtstreeks ontleend aan de methoden van Poetins propaganda. Maar net als in de ballade van Goethe lijkt de tovenaarsleerling niet bij machte het geleerde in praktisch voordeel om te zetten. Wild om zich heen slaand naar binnenlandse vijanden wekte Trump op de persconferentie in Helsinki de indruk van fatale naïviteit, die zich maar moeilijk met diplomatiek verkeer laat verenigen. Bovendien bleek Trump zo’n beetje de laatste Amerikaan die bereid was Poetin op zijn woord te geloven als die zei dat Rusland niet had geïntervenieerd bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Uit ‘Helsinki’ is de beheerste Poetin duidelijk als overwinnaar uit de bus gekomen, gezien zijn staatsmanschap uitstralende optreden – betoogde daags na de top Fjodor Loekjanov, een scherpzinnige en toch niet oppositionele Russische waarnemer op het gebied van de buitenlandse politiek. Maar hij vreesde een pyrrusoverwinning. Zo knullig was Trumps optreden dat het hem thuis in Washington zelfs verwijten van landverraad opleverde. Dat zou voor een terugslag in het Amerikaanse Congres zorgen, vermoedde Loekjanov.

Die voorspelling is uitgekomen. Nog geen maand na ‘Helsinki’ ziet Rusland zich geconfronteerd met de aankondiging van een golf nieuwe Amerikaanse sancties, van het Amerikaanse Congres en het State Department. Die lijken voor de Russische economie nog fnuikender dan de vorige, omdat ze het land dreigen af te sluiten van veel import van hoogwaardige technologie en Russische banken van de internationale kapitaalmarkt in dollars. In arren moede is de Russische staats-tv teruggevallen op inmiddels aardig versleten patronen van antiwesterse propaganda: de lange lijst van dingen waarmee Rusland niets te maken heeft en die een voorwendsel zijn voor sancties (betrokkenheid bij de strijd in Donbass in Oost-Oekraïne, het neerhalen van de MH17, inmenging in de verkiezingen door internetpropaganda en computerkraken in de VS, de aanslag op vader en dochter Skripal et cetera).

Het maakt na al die jaren wel een beetje een vermoeide indruk. Er is bovendien af en toe sprake van een inflatie van argumenten. In het dagelijkse, opgewonden discussieprogramma 60 Minuten heette het onlangs dat de Navo klaarstond om Oekraïne militair te helpen in de dreigende Oekraïens-Russische oorlog om de Zee van Azov. Het begin van de Derde Wereldoorlog, zou je kunnen denken – maar niet echt natuurlijk, want zelfs de Russische staats-tv neemt zijn eigen thema’s niet altijd serieus. Gelukkig is er een nieuw, tot de mediale verbeelding sprekend slachtoffer van de westerse perfidie: Maria Boetina, de jonge Russische vrouw die jarenlang nuttige contacten heeft opgebouwd met oudere Amerikaanse heren, uit naam van een vereniging die in Rusland vrij bezit van wapens propageert – voorwaar een opmerkelijke club als je nagaat dat je in Rusland al met justitie in aanraking komt als je een de overheid onwelgevallige tweet hebt gedeeld. Boetina – heldin van het Russische tv-journaal – zit nu vast in de VS, als martelares van Russische vermoorde onschuld.

één Amerikaan was in het bijzonder geschokt na de persconferentie in Helsinki: Michael McFaul, de onfortuinlijke Amerikaanse ambassadeur in Moskou van 2012 tot 2014. Deze Rusland-specialist van Stanford University was de intellectuele architect in het Witte Huis van de Rusland-politiek die bekend stond als ‘de reset’ – het streven om de vooral sinds de Georgisch-Russische oorlog van 2008 deerlijk in het slop geraakte Amerikaans-Russische betrekkingen te herlanceren op het pad van constructieve samenwerking.

In zijn boek From Cold War to Hot Peace vertelt McFaul wat hem in Moskou overkwam. Zijn aantreden viel samen met het begin van Poetins derde ambtstermijn als president, na omvangrijke, met geweld onderdrukte protestdemonstraties tegen malversaties bij de verkiezingen. Min of meer van de ene dag op de andere verklaarde het Kremlin de Verenigde Staten tot de vijand, die uit was op de ondergang van de Russische Federatie. Ambassadeur McFaul werd de verpersoonlijking van dit beleid: voor de deur van zijn ambtswoning stonden dag en nacht Russische cameraploegen, om McFauls bezoekers te vragen welke instructies ze hadden ontvangen en hoeveel dollars ze verdienden met het verraden van het vaderland. De demonstraties tegen de verkiezing van Poetin heetten plotseling een door de VS geleide poging in Rusland regime change tot stand te brengen. Poetin leek persoonlijk verbeten te zijn ten aanzien van McFaul. Als deze aanwezig was bij een Amerikaans-Russische topontmoeting liet Poetin nooit na iets onaangenaams over de ambassadeur te zeggen.

Er waren plannen voor een staatsgreep waarbij Russische maffiosi de Montenegrijnse premier zouden vermoorden

McFaul keerde na twee jaar ambassadeurschap terug naar de universiteit. Obama werd opgevolgd door Trump. Wie schetst de verbazing van de academicus toen bleek dat zijn persoon in Helsinki weer aan de orde was gekomen. Trump betoonde zich op de persconferentie enthousiast over Poetins idee om de twaalf medewerkers van de Russische militaire inlichtingendienst GROe, die door de speciale onderzoeker naar Russische politieke inmenging in de VS, Robert Mueller, in staat van beschuldiging zijn gesteld wegens diefstal van computerbestanden, in Moskou door de Amerikanen te laten verhoren. Daags na ‘Helsinki’ kwam naar buiten welke voorwaarden Poetin stelde. Een Russische officier van justitie, een prokoeror, las op de televisie een onderzoeksverslag voor waaruit bleek dat de Russische justitie als tegenprestatie in Amerika twaalf Amerikanen wilde ondervragen.

Het gaat daarbij om de zaak-William Browder, een Amerikaanse zakenman wiens hedgefund Hermitage Capital ooit de grootste buitenlandse investeerder was in Rusland. Sinds 2005 worden Browder echter grootscheepse belastingontduiking en andere malversaties voor de voeten geworpen, waarvoor hij bij verstek al een keer is veroordeeld. Dat lijkt erg op de manier waarop in Rusland al jaren het Kremlin onwelgevallige binnenlandse oligarchen worden uitgeschakeld. Browder zegt dat het een wraakactie betreft, omdat hij van plan was een boekje open te doen over corruptie in de hoogste kringen in Rusland.

De Amerikaanse zakenman is een geduchte lobbyist in Washington gebleken. Nadat Browders Russische advocaat, Sergei Magnitsky, in 2012 onder verdachte omstandigheden was overleden in een Russische cel wist hij de Amerikaanse Senaat te bewegen tot de zogeheten Magnitsky Act, een wet die voorziet in een inreisverbod en financiële sancties in de VS voor zakenlieden en andere Russen die de mensenrechten zouden hebben geschonden – het begin van de sanctiegolf.

Moskou blijft tegen die Magnitsky Act ageren. De Russische prokoeratoera heeft een heel nieuwe waslijst beschuldigingen tegen Browder. Daaronder is het curieuze verwijt dat de zakenman vierhonderd miljoen dollar van het in Rusland gestolen geld heeft gestoken in de verkiezingscampagne van Hillary Clinton, Trumps tegenstander in 2016. Ex-ambassadeur McFaul is een van de elf mogelijke medeplichtigen die de Russische justitie hierover wil ondervragen. Deze wens is een dermate grove inbreuk op elk diplomatiek protocol dat de Amerikaanse Senaat er met een resolutie voor is gaan liggen. Zelfs Trump – geen liefhebber van ongelijk bekennen – moest liegen dat hij Poetins opzetje nooit serieus had overwogen.

De zaak-Browder is inmiddels niet de enige aanwijzing dat Trump zich in zijn gesprek onder vier ogen met Poetin naïef heeft laten inpakken. Enkele dagen na ‘Helsinki’ bracht Trump in een tv-interview plots Montenegro ter sprake. Montenegrijnen zijn erg agressieve mensen, meende de Amerikaanse president te weten, en omdat deze kleine Balkan-staat van nog geen miljoen inwoners sinds kort lid is van de Navo kan het volgens Trump heel goed zijn dat Amerikaanse soldaten moeten meevechten in een Montenegrijns militair avontuur.

Artikel 5 van het Navo-verdrag zegt immers dat een aanval op één Navo-land een aanval op alle Navo-landen is. Trump heeft al eerder gezinspeeld op bezwaren tegen dit automatisme, dat de basis is van de collectieve Europese defensie. Het is lichtelijk verdacht dat hij kort na zijn gesprek met Poetin juist met het voorbeeld van Montenegro kwam. Want Rusland heeft luid geprotesteerd tegen het Montenegrijns Navo-lidmaatschap en volgens sommige berichten waren er zelfs (mislukte) plannen voor een staatsgreep waarbij Russische maffiosi de Montenegrijnse premier zouden vermoorden.

De Russische economie gaat steeds meer lijken op een belegerde veste die het moet hebben van zelffinanciering

In From Cold War to Hot Peace laat McFaul zien hoe president Poetin aan het begin van zijn derde ambtstermijn bruusk besloot dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten in Europa voortaan niet langer als partners, maar als rivalen, zo niet vijanden zouden worden benaderd, tot verrassing van het Westen. De doctrine ging dus vooraf aan de talrijke verwikkelingen die daarna gevolgd zijn, en die door het Kremlin graag als de oorzaak van alles worden voorgesteld – zoals de ‘terugkeer in het vaderland’ van de Krim.

Voor zijn belangen op de lange termijn heeft Poetin alle reden tot tevredenheid met Trump, omdat deze actief lijkt bij te dragen aan de realisering van hartenwensen van het Kremlin: crises in en destabilisatie van de liberale democratieën en markteconomieën van het Westen, verslapping van de band tussen de VS en Europa, desintegratie van de Europese Unie. Deze verlangens worden in de omgeving van het Kremlin met de jaren steeds verder gesystematiseerd tot een conceptueel geostrategisch vergezicht: Eurazië als het continent van de toekomst.

Prominent vertegenwoordiger van deze denkrichting is de politicoloog Sergei Karaganov, van wie gezegd wordt dat hij het oor van Poetin heeft. In het blad Journal of Eurasian Studies schilderde Karaganov een wereld waarin het Atlantisch bondgenootschap aan zijn economische en politieke tegenstrijdigheden ten onder gaat en Amerika het stokje van het wereldleiderschap moet afgeven aan de Euraziatische machten China en Rusland. Zo wordt de wereldmacht Rusland verantwoordelijk voor de stabiliteit en veiligheid in het westelijk deel van het Euraziatische continent, het marginale Europa, en neemt de hegemonie daar over van de VS. De manier waarop de grillige Trump Amerikaanse bondgenoten van zich vervreemdt en ook tegen China tekeergaat, klinkt deze Russische politicoloog als muziek in de oren.

Hetzelfde geldt vermoedelijk voor Poetin. Zijn verkiezingscampagne eerder dit jaar – als je de beruchte persconferentie over nieuwe wapensystemen en twee internetdocumentaires over zijn groot geostrategisch inzicht en vertrouwen in de opofferingsgezindheid van de Russische bevolking een ‘campagne’ kunt noemen – stond geheel in het teken van de herwonnen positie van Rusland als wereldmacht. Aan zijn binnenlandse- en economische politiek maakte de kandidaat-president geen woorden vuil.

Dat deed hij pas ná de verkiezingen, in de zogeheten mei-oekaze, over zijn beleidsvoornemens tot 2024. Het ontgaat de Russische president natuurlijk niet dat een wereldmacht in spe gebaat is bij een sterke economie en de uitstraling van een land waar het leven goed is. De levensverwachting moet worden opgeschroefd naar 78 jaar (die is nu 70,6). Rusland moet toonaangevend worden in wetenschappelijk onderzoek. De arbeidsproductiviteit moet met vijf procent per jaar omhoog, meer Russen moeten werken in kleine en middelgrote ondernemingen. Gezondheidszorg en onderwijs dienen drastisch verbeterd. En de klapper: de Russische economie moet een van de vijf sterkste ter wereld worden.

Omdat de oekaze niet rept van de manier waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden, en ook verdere wetgevingsinitiatieven ontbreken – afgezien van wat belastinghervormingen en een impopulaire verhoging van de pensioenleeftijd – lijkt de oekaze vooral wishful thinking. Om het Verenigd Koninkrijk, nu vijfde op de wereldranglijst naar bnp (imf, 2015), af te lossen moet het bruto nationaal product van Rusland meer dan verdubbelen. De Duitse economie is nu 2,5 keer zo groot als de Russische, de Japanse 3,1 keer, de Chinese 8,2 keer, de Amerikaanse 13,5 keer, en die van de gezamenlijke EU-landen 14,2 keer. Rusland – een wereldmacht wat betreft kernwapens en omvang van het territorium – is voorshands een economische dwerg omringd door reuzen.

Ook los van het effect van de sancties wijst de macro-economische ontwikkeling van Rusland geenszins in de richting van een moderne supermacht. De prominente econoom Jakov Mirkin heeft in een stuk voor de site Repoeblik het sombere beeld geschetst. Het aandeel in de economie van door de staat gecontroleerde bedrijven is gegroeid tot tachtig procent. Midden- en kleinbedrijf kwijnen. In essentie leeft Rusland van de export van grondstoffen als olie en gas, waarmee de import van industriegoederen en zo nodig voedsel kan worden gefinancierd. Voor technologie, machines en knowhow die kunnen bijdragen aan de arbeidsproductiviteit is Rusland ook sterk van import afhankelijk. Het niveau van buitenlandse investeringen, en het aantal ondernemende buitenlanders dat in Rusland werkt, is de laatste jaren echter drastisch teruggelopen. Onder invloed van het avontuurlijke buitenlandse beleid, schrijft Mirkin, begint de Russische economie steeds meer te lijken op een belegerde veste die het moet hebben van zelffinanciering – een beetje als ooit de aan economische stagnatie overleden Sovjet-Unie.

Een macro-economisch lichtpuntje is wellicht de defensie-industrie, die sterk groeit. Maar ook daar speelt de technologische achterstand van Rusland ten opzichte van het Westen parten. De Russische ruimtevaartdeskundige Andrei Ionin vroeg zich onlangs in Novaja Gazeta af vanwaar Rusland innovatieve elektronica moet halen wanneer dat uit het Westen niet meer mogelijk is. China wellicht. Turkije misschien, of Iran? Ook hij hoopt dat Trump doorgaat de Amerikaanse bondgenoten van zich te vervreemden. Want dat heropent het perspectief van import van technologie uit Japan en de landen van de EU.

Uit de manier waarop de staatsmedia omgaan met de dreiging van nieuwe sancties spreekt een zekere verlegenheid. In de tv-journaals komen beknopte berichten over dit onderwerp pas ná de overwinning van Russische atleten op internationale toernooien, het zegenrijk optreden van Russische militairen bij het brengen van vrede in Syrië en de kleine en grote wandaden van de Oekraïense president Petro Porosjenko (die onlangs met zijn gezin werd gesignaleerd in een bijzonder duur restaurant in Kiev). In afwachting van een kwalificatie uit de mond van Poetin zelf heeft diens premier, Dmitri Medvedev, de sancties tegen de Russische banken een ‘economische oorlogsverklaring’ genoemd, waartegen Rusland met diplomatieke en politieke en – niet verder omschreven – ‘andere’ middelen moet optreden.

Maar al heeft Poetin in Helsinki voor zijn buitenlands beleid dus nog geen diplomatieke winst kunnen binnenhalen – de relatief goedkope methoden om de vijand te destabiliseren, blijven hun nut bewijzen. Als we de Amerikaanse inlichtingendiensten mogen geloven, is er nog steeds sprake van Russische computerkraken en desinformatiecampagnes op internet. Er zijn ook andersoortige initiatieven, vooral op de Balkan. In Griekenland en Macedonië steunt Moskou met geld demonstraties tegen het akkoord over de naam van de ex-Joegoslavische republiek, vermoedelijk vooral omdat zo’n akkoord de weg opent naar een Macedonisch Navo-lidmaatschap. In Banja Luka, hoofdstad van de ‘Servische republiek’ binnen Bosnië-Herzegovina, zijn Russische nationalisten met gevechtservaring in Oost-Oekraïne opgedoken, en ook schijnen plaatselijke Serviërs mee te vechten met de separatisten in Oost-Oekraïne. De Nachtwolven, een extreem-nationalistische Russische motorclub die Poetin door dik en dun steunt en paramilitaire trekken vertoont, heeft een basis gevestigd in Navo- en EU-land Slowakije. De weg naar het nieuwe Eurazië is nog lang.