Ik heb er vannacht van wakker gelegen, zei de sleutelmaker. Het was de vijfde keer dat ik mijn opwachting maakte in zijn winkel, meer inloopkast, MonKEYS op de hoek van de 39ste straat en Madison Avenue. Iedere keer passeerde ik de naastgelegen Mexicaanse ambassade, waar vaker wel dan niet rijen mensen stonden te wachten op iets, een verblijfsvergunning misschien. Een slimme entrepreneur had zijn foodtruck met taco’s pal voor de ambassade geposteerd, zodat er tenminste gegeten kon worden tijdens het wachten.

De gekopieerde sleutel, die twee deuren moest openen, opende er maar één. Dit praktische probleem had zich in de loop der dagen geëvolueerd tot een welhaast filosofisch vraagstuk. De sleutelmaker, een New Yorker in hart en nieren die van ieder adres in de buurt wist hoe de voordeursleutel in elkaar stak, hield de sleutel heel dicht bij zijn oog en krabbelde onderwijl verwoed allerlei codes in een notitieblok. Een raadsel, mompelde hij, een raadsel. Drie keer had hij iets aan de sleutel veranderd, de vierde keer was hij meegelopen naar huis om poolshoogte te nemen van het onoverwinnelijke slot dat op zijn pad was gekomen. Nu, de vijfde keer, had hij dus een nachtelijk eureka-moment gehad. Glunderend gaf hij me de sleutel terug. Dit moet het zijn, miss, dit móet het zijn.

The New Yorker publiceerde afgelopen week een stuk over de Welshman James Howell die jaren geleden per ongeluk een harde schijf bij het vuilnis had gezet waarop de sleutel, een unieke reeks van 64 nummers en letters, naar zijn bitcoins stond opgeslagen. Toen bitcoin in 2008 werd opgericht door de geheimzinnige, inmiddels van de radar verdwenen Satoshi Nakamoto (mogelijk een collectief) was cryptocurrency een obscuur fenomeen. Howell hoorde erover op een online platform in datzelfde jaar en besloot bij wijze van experiment om de munt te gaan minen – een duizelingwekkend complex computationeel proces waarbij nieuwe bitcoins worden toegevoegd aan het aantal dat al in omloop is. Howell was nog geen dertig, woonde met zijn gezin en drie kinderen in Newport, Wales, werkte als ingenieur en was, als zoon van een timmerman, een handige jongen. Met gratis software lukte het hem om een paar maanden lang dag en nacht munten te minen, totdat zijn vrouw genoeg had van de herrie die zijn oververhitte computer maakte. Tegen die tijd had hij achtduizend stuks van een waardeloze munt waar niemand ooit van had gehoord. Hij vergat het, gooide vijf jaar later per ongeluk zijn sleutel naar de munten weg en zag vervolgens tot zijn afgrijzen wat er gebeurde met bitcoin.

Als die man nooit ook maar één bitcoin had gehad, was hij wellicht nog altijd een gelukkige ingenieur met een gezin en een sociaal leven

Nu probeert hij zijn harde schijf terug te vinden, ergens in de gigantische vuilstortplaats buiten de stad. Onmogelijk is het niet: harde schijven zijn zo’n beetje onverwoestbaar, en het afval, vertelt de opzichter hem, wordt wel degelijk systematisch gedumpt. Met graafmachines zou hij zo’n veertigduizend ton vuilnis moeten opdiepen en scannen. De operatie zou een paar miljoen en mogelijk jaren kosten, maar dat was alsnog een schijntje vergeleken bij het vermogen van een paar honderd miljoen (tweehonderd op het dieptepunt van de koers afgelopen jaar, vijfhonderd op het hoogtepunt) waarvan de sleutel ergens onder al dat vuil op hem lag te wachten. Het enige probleem: de gemeente geeft hem vooralsnog geen toestemming.

Of nou ja, het enige probleem… De afgelopen jaren is Howell zo geobsedeerd geraakt door zijn hypothetische fortuin dat zijn huwelijk strandde en hij zijn kinderen nauwelijks meer ziet. Het was zijn vrouw die de fatale vuilniszak in de afvalcontainer dumpte, en het was hem niet gelukt haar dat echt te vergeven. Inmiddels was hij ook gestopt met werken, het voelde zinloos in het licht van de ridicule hoeveelheid geld die op hem lag te wachten.

Het leest, natuurlijk, als een regelrechte tragedie. Als die man nooit ook maar één bitcoin had gehad, was hij naar alle waarschijnlijkheid nog altijd een tamelijk gelukkige ingenieur met een gezin en een sociaal leven. Of niet: als mensen worden getroffen door een grillig lot lijkt de overkant daarvan al gauw bedrieglijk rimpelloos. Je kunt je bovendien afvragen of iemand met een levendige obsessie die al zijn tijd en denkkracht in beslag neemt energie over heeft om ongelukkig te zijn. Het is een bizarre taak waarvoor hij zich gesteld ziet, maar het is óók een groot avontuur. Een schatkist, een verloren sleutel: wie van ons kan de zin van het leven zo helder omschrijven?

Ondertussen probeerde ik voor de vijfde keer de gekopieerde sleutel uit op de voordeur. Zonder moeite vloog hij open. Nu was het de tweede deur waar geen beweging meer in te krijgen viel. Zoals wel vaker was de ogenschijnlijke oplossing van mijn probleem alleen een verplaatsing ervan.