KUNST: Erwin Olaf

Sleutelgat

Erwin Olaf had in 2003 een overzichtstentoonstelling in Groningen, hij heeft niet te klagen over publiciteit, zijn foto’s staan groot in de betere kranten; toch is het nog heel relevant om ze te zien in een museale opstelling, zoals nu in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem.

Daar zijn drie projecten te zien: de serie Dusk Dawn (2009), de nieuwe fotoserie Berlin (2012) en de installatie Keyhole uit 2011, die in Madrid zijn première beleefde. In Keyhole en Dusk Dawn verlaat Olaf het vaste format van de fotografie-in-lijst. Dat deed hij al eerder, maar naar eigen zeggen is voor Olaf de integratie van beweging en geluid in zijn werk pas de laatste jaren belangrijk geworden.

Keyhole is een zaal-groot ensemble, met in het midden een afgesloten ruimte, een kamer met twee deuren, met op de buitenzijde foto’s van mannen, vrouwen en kinderen, de meeste in kledij uit het midden van de vorige eeuw, bijna allemaal strak gestreken en gekapt, bijna allemaal het hoofd afgewend. De kamer heeft twee sleutelgaten, waardoor naar binnen gekeken kan worden; de gluurder ziet dan een filmpje van een man en een vrouw die een klein jongetje op schoot nemen. Deze installatie is uitstekend. De foto’s zijn beladen met een bijna tastbare sfeer van pijn, schaamte en vernedering, de psychologische beklemming van een onuitspreekbaar geheim, van ’t soort dat ik associeer met incest, misbruik, mishandeling. In het oproepen van die sfeer is Olaf zeer goed. De art-direction is vlekkeloos, de stijl minutieus, en de textuur (stof, wol, behang, marmer, leer, huid) precies als van Rogier van der Weyden. Het ‘gluren’ is ongemakkelijk voelbaar, zowel de nieuwsgierigheid van de camera als de wellust van de bemoeial, die beide zijn gestuit op iets waarvan het ware verhaal verholen blijft. De sleutel tot het effect is het niet-uitgesproken verhaal; een íets meer betekenende titel had je al in een anekdote doen belanden.

Dusk Dawn is een parallelle vertelling in al even volmaakte vormgeving. Het ene deel is in wit – een klein quasi-Russisch kostuumdrama over een man en vrouw, een portret van een gestorven kind en een baby in een wieg – het andere in zwart, een vrouw met een kind en een baby in een zwart interieur. Berlin, ten slotte, toont veelbetekenende scènes – een clown, drie verlepte prostituees, een Toulouse-Lautrec-achtige schilder, een schril meisje in een leren jas – in historisch beladen ruimtes in Berlijn. Beide zijn grootser opgezet, en sterker bepaald door literair-filmische of historische connotaties. De drie werken roepen de vraag op waar nou Olafs grootste kracht ligt. Niet, denk ik, in de literatuur, of de geschiedenis; voor mij zit die vooral in de suggestie, in het oproepen van onderhuidse, psychologisch-erotische spanning in ensceneringen waar, als het ware, de zuurstof tot stilstand is gekomen. Wat de enscenering in Arnhem extra interessant maakt is de gelijktijdige expositie van werken uit de eerste helft van de twintigste eeuw, uit de collectie. Door die Olafs krijgen bijvoorbeeld de portretten door Johan Mekkink (1904-1991) van zijn moeder en zijn vader een langere adem, en veel meer diepte.

Erwin Olaf: Regressive, MMKA, Arnhem, t/m 27 januari.mmkarnhem.nl