Sleuteljournalistiek

Sylvain Ephimenco is te onzent de correspondent van Liberation, het Franse dagblad waarin hij de handel en wandel van les Bataves pleegt te beschrijven. Hij heeft, vind ik, nog steeds niet echt verstand van Nederland en dat komt, denk ik, omdat hij zich niet in Amsterdam of Den Haag, maar in Dordrecht heeft gevestigd. Voor de rest geen kwaad woord over hem: Ephimenco is strijdbaar en geestig en bovendien heeft hij lang niet altijd ongelijk.

Een voorbeeld is het stukje dat hij onlangs in Trouw over de Libris-literatuurprijs schreef. Dat is een letterkundige manifestatie rond de beste roman van het jaar, bekroond tegen het decor van een zaal vol geanimeerd tafelende dames en heren. Ook Ephimenco was uitgenodigd. De organisatoren hadden bedacht dat hij in het front van de tv-camera ‘iets over dit prijzengedoe’ moest zeggen, het een en ander gelardeerd met sappige anekdoten over de vermaagschapte Prix Goncourt. Maar Ephimenco kent geen sappige anekdoten over de Prix Goncourt en was dus zo verstandig nee te zeggen.
Achteraf heeft hij spijt, zo blijkt. Want misschien had hij toevallig aan dezelfde tafel gezeten van die 'nitwit met stropdas’, recensent 'bij een informatief ochtendblad’, zodat hij tussen voor- en hoofdgerecht de kans had gekregen diens 'arrogante kwasterij’ af te straffen. De betreffende recensent is namelijk een 'jaloerse dwerg’, gekenmerkt door 'domheid en arrogantie’, een 'zelfingenomen pleeborstel’ vol 'onmetelijke leegte’. Verdere gegevens werden niet verstrekt, behalve dat de man een 'vernietigend, ordinair en oerdom’ stukje over Tessa de Loo’s roman De tweeling heeft geschreven.
Sylvain Ephimenco is de auteur van het boek Facades, een sleutelroman rond de corrupte politicus Ron Lubeek. Daarnaast bedrijft hij blijkbaar ook sleuteljournalistiek. Want wie moge voornoemde, kritische ochtendbladjournalistiek bedrijvende, 'zelfingenomen pleeborstel’ zijn? De critici van Telegraaf en Algemeen Dagblad vallen af. Die spelen geen rol in het intellectueel discours. Resten Trouw en de Volkskrant, die respectievelijk de recensenten Tom van Deel en Arnold Heumakers op de loonlijst hebben staan. Zij hebben lang niet altijd de wijsheid in pacht, maar nitwits zijn het niet.
Wie bedoelt Ephimenco dan wel? De alle vragen beantwoordende Literom van de Openbare Leeszaal geeft antwoord: het is natuurlijk Arjan Peters die het boek van Tessa de Loo in de Volkskrant 'een barre baksteen’ beliefde te noemen in een recensie die inderdaad niet zozeer het karakter van een kritiek als wel een moordaanslag had.
Deze Peters heeft, begrijp ik uit Ephimenco’s bijdrage, die avond voor de tv-camera nogal misprijzend over de Libris-literatuurprijs gedaan, omdat - zei hij - het ware literaire debat in de kranterecensies ('Daar wordt teruggeschreven’) zou plaatsvinden. Zo is iedereen zijn eigen God in het diepst van zijn gedachten. Wel vraag je je af waarom zo'n man tegen zo'n Libris-literatuurprijs tekeer is gegaan, terwijl hij zelf een half jaar eerder in de jury van de concurrerende Ako-literatuurprijs is gaan zitten.