Joseph Beuys in Museum Kurhaus Kleve

Sleutelmoment

Joseph Beuys’ ‘Strassenbahnhaltestelle - Ein Monument für die Zukunft’ is opgesteld in Museum Kurhaus Kleve. Over de betekenis van een beslissende jeugdervaring en een afgegoten kanonsloop.

KLEVE - Het monument aan de Nassauer Allee staat er nog. Daar waar de toekomstige bestbetaalde kunstenaar van de wereld als schooljongen op de tramhalte stond te wachten, steken de contouren van de Cupido-Säule, bijgenaamd de Eisernen Mann, nog altijd scherp af tegen de bosrand van de aanpalende Baroktuinen. Kleves verlichte stadhouder en Oranjetelg Johann Moritz von Nassau-Siegen liet de zuil kort na de Dertigjarige Oorlog oprichten als eerbetoon aan Cupido en Mars, de goden van de liefde en de oorlog. Veel meer dan een ijzeren kanonsloop met munitiebussen restte er niet van het zeventiende-eeuwse monument toen de jonge Joseph er peinzend tegenover stond, tramkaartje in de hand en trommeltje met doordesemd Duits roggebrood op de rug.


Nu pas wordt duidelijk dat er op die mistige ochtenden in de fraaie tuinstad Kleve sprake is geweest van een beslissend moment in het leven van Joseph Beuys (1921-1986), de latere tekenaar, leraar, performer, imagobouwer en voorvechter van directe democratie. De brokken steen en ijzer moeten de jongen bewust hebben gemaakt van de plastische kracht en indringendheid van historische resten. Een wereldoorlog verder (de Luftwaffe-piloot Beuys stortte met zijn Ju-87 neer boven de Krim en werd gered door Tartaren die hem in met dierlijk vet bestreken vilten lappen wikkelden) en een overrompelende internationale carrière later, besloot de kunstenaar terug te keren naar zijn verleden. Voor de Biënnale van Venetië 1976 vulde hij het Duitse Paviljoen met de installatie Strassenbahnhaltestelle — Ein Monument für die Zukunft, opgebouwd uit het ijzeren afgietsel van de kanonsloop, rechtop geplaatst in de opengebroken vloer, en vier ijzeren afgegoten munitievaten naast een tramrail.


Op de later vaak afgedrukte zwartwitfoto ziet Beuys’ herinnering aan het monument en de tramhalte van zijn jeugd er indrukwekkend uit: een somber gevaarte dat dreigend uit de grond omhoogpriemt en scherp contrasteert met het uit wit marmer en steen opgetrokken paviljoen. Uit de loop van het kanon wurmt zich een van pijn vertrokken gezicht, waarbij de dramatiek nog wordt versterkt door een berg uit de paviljoenvloer gebroken puin. Jarenlang had Beuys — onderhand wereldberoemd door zijn Fluxusacties, zijn vet- en viltinstallaties, zijn performances met dode hazen en coyotes, en zijn leraarschap aan de Düsseldorfse Staatliche Kunstakademie — met het idee rondgelopen voordat het in het strenge Germania-paviljoen van de Biënnale kon worden gerealiseerd.



‘HET VERLEDEN IS niet dood, het verleden is nog niet eens begonnen’, heeft een schrijver eens gezegd. Deze uitspraak uit een vergeten literatuurbijlage sluit treffend aan bij Beuys’ opvatting van sculptuur als een voortdurend veranderend en sociaal proces dat zich van verleden naar toekomst beweegt. Hij maakte geen beeldhouwwerken maar ‘ruimtebetrokken installaties’ en Aktionen, vormen die de neerslag waren van eerdere ervaringen, waarop tijd en plaats hun invloed uitoefenden en die als voorbeeld voor de toeschouwer dienden om zelf de wereld ‘om te vormen’.


Het klinkt wollig, het is niet vrij van messianisme en het laat zich samenvatten in de in de jaren zestig en zeventig veel ophef veroorzakende slogan: ‘Jeder Mensch ist ein Künstler’, ook wel bekend als Beuys’ Erweiterte Kunstbegriff. Als de kunst niet bij machte is de maatschappij te veranderen, redeneerde Beuys, wordt het zaak het kunstbegrip uit te breiden naar de alledaagse praktijk van politiek, opvoeding, milieu, economie, wetenschappen en religie — naar al die gebieden kortom waarin de mens zichzelf levensbeschouwelijk vormgeeft. ‘Soziale Plastik’ noemde Beuys zijn vernieuwde kunstbegrip (‘Iedereen kan een maker, een plastisch kunstenaar, een vormgever van het sociale organisme worden’), dat hij drammerig maar charismatisch uitdroeg via zijn Organisatie voor Directe Democratie, de Vrije Internationale Universiteit, de Groenen en talloze Documenta-gespreksronden.


De discussies zijn onderhand verdampt (kunstcriticus Robert Hughes: ‘Joseph Beuys, political Luftmensch and fantasist’) maar Beuys’ objecten, tekeningen, aquarellen en installaties worden nog steeds tentoongesteld, onvermijdelijk vergezeld van goedbedoelde diepzinnige uitleg. Zo ook in Kleve, waar een korte rondgang door de dorpskern leert dat Beuys’ idee van permanente verandering en vrij stromende creativiteit vrijwel volledig aan de in vaalgroene winterjassen gestoken inwoners voorbij moet zijn gegaan. Kleve is gietijzeren Duitse degelijkheid in het kwadraat, een stadje waarvan de geestelijke horizon begrensd lijkt door het Kännchen Kaffee in de plaatselijke Konditorei en de angstwekkende verbale acrobatiek van de slager: ‘TOLL!!! 3 halbe Hänchen nur 9.99 DM’.



ALLE SJAMANISTISCHE en wereldverbeterende retoriek ten spijt is ook het werk van Joseph Beuys voorgoed in het museum terechtgekomen. Niet dat dat betreurenswaardig is; Duitse musea en kunsthallen hebben een reputatie hoog te houden wat betreft de kunst van het tentoonstellen: in Museum Kurhaus ligt de Strassenbahnhaltestelle er dan ook prachtig bij, onder direct daglicht op een vers in de was gezette parketvloer. Maar waarom toch zoveel ophef gemaakt over een installatie (de persmap: ‘Op indrukwekkende wijze wordt in deze tentoonstelling verhelderd hoe de kunstenaar zeer persoonlijke jeugdherinneringen met zijn visionaire maatschappelijke ideeen versmolt’) die zowel in het Abteiberg-museum van Mönchen-Gladbach als het Kröller Müller Museum te zien is geweest?


Daar zijn enkele redenen voor: ten eerste is Kleve Beuys’ hometown (de kunstenaar groeide er op en betrok er in de jaren vijftig een atelier in het voormalige Kurhaus) en ten tweede heeft het kunstwerk een directe relatie met een belangrijk monument uit Kleve — met de geschiedenis dus. Ten slotte is de Strassenbahnhaltestelle de letterlijke neerslag van een sleutelmoment uit Beuys’ loopbaan. In een interview met kunstcriticus Georg Jappe stelde Beuys dat in zijn dagelijkse ontmoeting met de Cupido-Säule de kern van zijn kunstenaarschap besloten lag. ‘Ich habe erlebt, an dieser Stelle, als kleines Kind, dass man mit Material etwas ungeheueres ausdrücken kann, was für die Welt ganz entscheidend ist, so hab’ ich’s erlebt. Oder sagen wir, dass die ganze Welt abhängt von der Konstellation von ein paar Brocken Material.’


Een afgietsel van een monument als metafoor voor het kunstenaarschap en het plastische bewustzijn (Beuys: ‘het afbreken van oude vormen verwijst naar het begin van een nieuwe toekomst’), dat is wat in Kurhaus Kleve op de grond ligt. Want de Strassenbahnhaltestelle is geen afgeronde sculptuur; het werk kan en mag iedere keer op verschillende manieren worden ‘afgelegd’. De historische status van het monument is bekend maar het zal in de toekomst op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden: als rauwe vorm, als commentaar op de geschiedenis (wat is de betekenis van het afgieten en in afzonderlijke delen herschikken van een officieel herinneringsteken?) en als demonstratie van creatieve kracht. Weerbarstig, roestig en bonkig, zo ligt de Strassenbahnhaltestelle erbij. En licht tragisch, net als de andere beroemde Beuys-installaties Voglio vedere i miei montagne, Plight (een kamer gevuld met 142 geluiddempende rollen vilt en een concertvleugel) en Das Rudel, de Volkswagenbus waaruit zich een roedel sleeën, voorzien van vilten dekens, vet en lantaarns naar buiten stort.


Vreemd eigenlijk dat een man die bekend stond om zijn onnavolgbaar metafysisch geleuter zulke overtuigende beelden wist op te roepen. Zou Diederik Kraaijpoel dan toch nog ongelijk krijgen? Drie jaar geleden beweerde de polemiserende kunstcriticus en schilder dat ‘over twintig jaar niemand meer in Beuys is’. ‘Het werk kan niet zonder de profeet’, liet Kraaijpoel monter optekenen door de Volkskrant. De tentoonstelling in Museum Kurhaus Kleve bewijst het tegendeel. De profeet mag dan al meer dan vijftien jaar dood zijn, en zijn woorden vervlogen in de mystieke wind van Noordrijn-Westfalen, maar zijn installaties staan als een huis. Of was het een heideggeriaans gewortelde boshut?



Joseph Beuys: Strassenbahnhaltestelle — Ein Monument für die Zukunft. Museum Kurhaus Kleve. Di t/m zo 10-18 uur. Tot en met 18 juni.