Slijmschimmel

Evolutie of schepping? Zijn we op deze wereld omdat God ons ruim zesduizend jaar geleden heeft geschapen of zijn we het product van een miljarden jaren durend proces van natuurlijke selectie? De biologen Tom Zoutewelle en Ronald Plasterk voeren een in principe wetenschappelijk, maar soms per ongeluk toch theologisch debat.

ZE HEBBEN BIOLOGIE gestudeerd, zijn voor in de veertig en succesvolle jonge wetenschappers, allebei op hun eigen terrein. Maar ze komen tot volstrekt tegenstrijdige conclusies als het gaat om de vraag hoe het leven op aarde zich heeft ontwikkeld. Ronald Plasterk (1957) werkt als hoogleraar moleculaire biologie aan het Nederlands Kanker Instituut. Hij was spraakmakend columnist van het weekblad Intermediair, en is net vorige week overgestapt naar de Forumpagina van de Volkskrant. Hij vaart met zijn onderzoeken en zijn andere opinies enthousiast mee op de stroom van de moderne evolutiegedachte. Tom Zoutewelle (1958) is actief op het gebied van multimedia en databanken. Hij doet geologisch en paleontologisch onderzoek voor een christelijke universiteit in Los Angeles. In feite voert Zoutewelle een moeilijke strijd op twee fronten tegelijk. Tegen de ‘gelovigen’ in de evolutietheorie die te weinig aandacht schenken aan mogelijke alternatieve opvattingen en tegen beunhazende dominees die boekjes schrijven waarin allerlei geologische en biologische onzin staat. Tom Zoutewelle wil zijn gelijk slechts vanuit de wetenschap bewijzen. De bijbel is voor hem een geloofsboek, geen wetenschappelijk handboek. Maar daarom kan de bijbel nog wel een bron van inspiratie en van wetenschappelijk testbare hypothesen zijn. De hypothese dat er een intelligente schepper voor nodig is om leven te laten ontstaan uit levenloze chemische elementen zou bevestigd kunnen worden door zowel laboratoriumexperimenten als historisch onderzoek. ZOUTEWELLE: 'Geloof en wetenschap hebben natuurlijk connecties met elkaar, maar bij mij staat het los van elkaar. Ik kijk puur naar de wetenschappelijke gegevens en vraag me af of mensen daar zuiver mee omgaan.’ Plasterk: 'Dus als uit het wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die hele schepping maar een misverstand was, dan ben je bereid die conclusie te accepteren?’ Zoutewelle: 'In ultima forma zou dat kunnen, ja. De bijbel is voor mij een kennisbron, maar die lees ik thuis. Op het moment dat ik een laboratorium in stap of het veld in ga, ligt het anders.’ Plasterk: 'Dat snap ik niet. Je bent toch één persoon?’ Zoutewelle: 'De bijbel is mijn inspiratiebron, maar feitelijke informatie vind ik door waarneming in de natuur. Soms wordt de indruk gewekt dat de bijbel een wetenschappelijk handboek is en dat er in zou staan dat het leven zesduizend jaar oud is. Maar zo ga ik niet met de bijbel om. Het model dat ik voorsta is dat het heelal misschien miljarden jaren oud is, maar dat het leven van recente datum is.’ Plasterk: 'Er staat toch vrij helder in de bijbel dat de wereld in een week geschapen is?’ Zoutewelle: 'De laatste twintig, dertig jaar zijn heel opwindend geweest, omdat er steeds meer moleculaire gegevens beschikbaar zijn gekomen. De zwarte gaten zijn verdwenen. Je ziet aan de moderne ontwikkelingen dat er intelligentie en apparatuur voor nodig is om te kunnen klonen en allerlei dingen met het leven te doen.’ Plasterk: 'Dat is het oude argument dat de creationisten hanteren. Als je een horloge op het strand vindt en je ziet hoe mooi het in elkaar zit, dan staat het voor je vast dat er een horlogemaker moet zijn. De creationisten noemen in analogie met dat horloge graag het oog, natuurlijk ook een schitterend instrument. En dus stellen ze dat er ook een ogenmaker moet zijn geweest.’ Zoutewelle: 'Die redenering is recentelijk gerevitaliseerd door een moleculair bioloog zoals jij, Michael Jay Behe in z'n boek Darwin’s Black Box uit 1996. Hij zegt dat, nu de moleculaire structuur van de cel in kaart is gebracht en de essentie van het leven bekend is, een wetenschappelijke evaluatie van het darwinisme mogelijk is. Het darwinisme kan worden gefalsificeerd door een irreducible complex system, een enkelvoudig systeem dat uit verschillende onderdelen bestaat die alle bijdragen tot de functie van het geheel en waarbij de verwijdering van een van die onderdelen het functioneren verhindert. Volgens hem is het darwinisme krachteloos als verklaringsprincipe bij twintigste-eeuwse moleculaire systeemanalyse. Zo beschrijft hij de trilhaar, het bloedstollingssysteem, het distributiesyteem binnen in de cel, het immuunsysteem en de eiwitsynthese. Hij laat zien dat je je eigenlijk niet kunt voorstellen hoe zo'n systeem in verschillende stappen zou kunnen zijn ontstaan. Met het toenemen van de kennis wordt in feite duidelijk dat je wel moet aannemen dat er sprake is van een bovennatuurlijk ontwerp.’ Plasterk: 'Maar Richard Dawkins heeft in The Blind Watchmaker al die oeroude argumenten al driedubbelendwars weerlegd. Hij gaat juist uitgebreid op die analogie van de horlogemaker in en laat aan allerlei schitterende voorbeelden zien hoe er wel degelijk geleidelijk dingen kunnen ontstaan die aanvankelijk op een weinig complexe manier een probleem oplossen, maar die toch al direct een selectief voordeel geven. Om het toch maar even bij het oog te houden: je zou kunnen uitgaan van een zenuwcel die lichtgevoelig wordt. Dan gaat het nog alleen maar om licht en donker. Dat kunnen een paar zenuwcellen worden en dan kan er geleidelijk een soort rich tingsgevoel bij komen waardoor je boven en onder kunt onderscheiden. Dan zou er een lens bij kunnen komen die je kunt scherpstellen. En zo kun je stapsgewijze een complexe structuur krijgen, terwijl iedere stap weer een selectief voordeel oplevert. Want de natuurlijke selectie doet niets anders dan selecteren wat meer kans heeft om te overleven. Uiteindelijk heeft de biologie nu ook een verklaring voor het bestaan van het leven hier op aarde, dus daar hebben we God ook niet meer voor nodig.’ Zoutewelle: 'Er hangt steeds een sfeer om de evolutietheorie dat het allemaal al bewezen is.’ Plasterk: 'Dat klopt.’ Zoutewelle: 'Voor mij is die Dawkins een typisch voorbeeld van een storyteller, en als er iets is waar ik me aan erger binnen een wetenschappelijk debat, dan is dat als de verhalenvertellers naar voren komen. Wat ik zou willen horen is hoe een eerste cel is ontstaan, gewoon heel simpel: de eerste stap. Dat kun je me niet vertellen.’ PLASTERK: 'Natuurlijk zijn daar geen fossielen van. Het is dus buitengewoon moeilijk met zekerheid iets over die eerste stadia te zeggen. Dat is miljarden jaren geleden geweest. Ik wil best toegeven dat we over de eerste twee miljard jaar van de evolutie weinig weten. Dat is inderdaad niet meer dan storytelling. Er moet een vorm van replicatie van erfelijk materiaal zijn geweest. Tom Cech heeft de Nobelprijs gewonnen met zijn gedachten over self-splicing DNA, de gedachte dat RNA de eerste vorm van zichzelf kopiërende erfelijke informatie zou zijn geweest.’ Zoutewelle: 'Dat was apert vals spel. Hij suggereert dat hij bij nul begint en dan een cel probeert te maken, maar hij begint met een beetje RNA, dan begin je dus feitelijk al met leven.’ Plasterk: 'Met een heel simpele vorm daarvan. Met een molecuul.’ Zoutewelle: 'Leven is leven.’ Plasterk: 'Dat zeg je ook gemakkelijk. Wanneer ga je dat leven noemen? Dat is natuurlijk ook willekeurig.’ Zoutewelle: 'Maar mijn stelling is dat er geen feitelijke onderbouwing is van die allereerste moleculaire evolutie.’ Plasterk: 'Dat is juist, daar ben ik het mee eens. Maar waarom die discussie voeren over wat er drie miljard jaar geleden is gebeurd en waar we geen restanten of fossielen van hebben?’ Zoutewelle: 'Je hebt toch een laboratorium! Je kunt het nu allemaal reproduceren!’ Plasterk: 'Maar twee miljard jaar, dat is een ontzettend lange tijd. De factor tijd wordt onderschat. Ik wil je een andere vraag stellen. Accepteer je dat er dinosaurussen zijn ontstaan en toen zijn uitgestorven? Of noem je dat allemaal suggestie?’ Zoutewelle: 'Wij, dat wil zeggen de creationisten die gewoon wetenschappers zijn, gaan uit van een model waarbij er basistypen zijn geschapen. Vanuit die basistypen is er een ontwikkeling geweest die heeft geleid naar een aantal aparte groepen naast elkaar. De zoogdieren en de vogels zijn niet voortgekomen uit de reptielen. Misschien wel de eenden uit de ganzen, maar de kippen zeker niet. In Duitsland doet een professor Scherer kruisingsproeven om na te gaan in hoeverre er in het DNA verwantschap te bespeuren is. Dat is hetzelfde soort werk als wat jij doet. Op een gegeven moment zijn die basistypen geschapen, maar in de loop van de tijd verandert de DNA-informatie in lichte mate, dus is het niet altijd even gemakkelijk die verwantschap goed te testen. Als kruising vruchtbare nakomelingen oplevert noem je het een soort. Op die manier kunnen we op een heel voorzichtige, rationele manier basistypen vaststellen.’ Plasterk: 'Hier heb ik wel verstand van. Drie miljard jaar geleden was ik er niet bij, maar dit is echt onzin! Als je naar het DNA kijkt, zie je een keurige verwantschap tussen alle levensvormen. Ze hebben allemaal dezelfde genetische code. Bovendien zie je dat naarmate de soorten op basis van uiterlijk dichter bij elkaar staan, ook het DNA meer op elkaar lijkt. Tussen de mens en de chimpansee zit maar anderhalf procent verschil op DNA-niveau. Bij de vogels en de reptielen is het verschil weer groter. Daar kun je een mooie en keurige boom van samenstellen met allemaal vertakkingen. Maar een bekend eiwit als cytochroom C, dat vinden we zelfs bij de bacteriën terug.’ Zoutewelle: 'Er zit een zeer uniform patroon in, als je gaat kijken naar cytochroom C of naar haemoglobine. Voor bijvoorbeeld cytochroom C verschillen alle levensvormen onderling met een percentage van vijftien. Dat is niet wat je vanuit de evolutiegedachte zou verwachten.’ Plasterk: 'Dit is echt achterhaald. Er zijn bepaalde eiwitten hetzelfde gebleven, omdat de natuurlijke selectie niet accepteert dat het minder wordt, en er zijn andere vormen van gelijkenis die het gevolg zijn van gemeenschappelijke afstamming. Maar er zijn genen die we inderdaad voor 85 procent hetzelfde hebben als de bacteriën. Dat vind ik nog steeds een sterk argument voor de evolutietheorie, tenzij je denkt dat God hetzelfde idee twee keer heeft gehad.’ Zoutewelle: 'Yep! Waarom niet? Zo zou jij het ook doen. Als je God ziet als een moleculair ingenieur, dan kun je je voorstellen dat hij een bepaalde code nog eens gebruikt. Mij interesseert de vraag of wij van de dieren afstammen en met allerlei resten van dinosaurussen in onze hersens zouden rondlopen.’ PLASTERK: 'Nu begrijp ik pas waarom je dat verschil maakt tussen de kippen en de ganzen! Je kunt wel accepteren dat de gorilla’s en de orang-oetans uit één levensvorm zijn ontstaan, maar je kunt niet aanvaarden dat wij mensen uit diezelfde levensvorm ontstaan zijn, dat wij mensen van een of andere slijmschimmel afstammen.’ Zoutewelle: 'Ik ben wetenschappelijk geïnteresseerd in verwantschap. Maar vanuit mijn geloofsperspectief is er nog een andere dimensie: de geestelijke. Voor mij is zingeving een van de belangrijkste redenen om te geloven. Bewustzijn, nadenken over jezelf, dat zijn dingen die op dit moment alleen bij de mensen zijn aangetoond.’ PLASTERK: 'IK denk dat we als mens de verantwoordelijkheid hebben voor ons handelen. Wij hebben het vermogen en daarmee ook de plicht na te denken over hoe we met onze omgeving omgaan.’ Zoutewelle: 'Mijn stelling is dat de evolutie voor jou een identieke rol speelt in je bestaan als het geloof in mijn leven. Voor veel wetenschappers geldt dat ze in een onderwijskundig systeem zijn gelopen, de trein is gaan rijden, en vanaf dat moment vragen ze zich niet meer af wat de gegevens in feite zijn. En dan zeggen ze dat er maar één theorie is en dat die af is. Het is het beeld van een gesloten maatschappij.’ Plasterk: 'Maar we denken toch ook niet meer dat de aarde plat is en dat je er van af kunt vallen! Ik denk dat de evolutietheorie nu gewoon gezond verstand is geworden voor biologen. Een wetenschapper die dat niet erkent heeft een groot probleem. Dat geldt ook voor jouw versie van het creationisme, waarbij je je behoefte aan een schepping poogt te verzoenen met je functioneren als bioloog.’ Zoutewelle: 'De wetenschap schrijdt voort. Dat zie je ook in de geologie. Twintig, dertig jaar geleden was het nog taboe om over catastrofisme te praten. Nu is dat een modewoord en worden grote catastrofen gebruikt om het uitsterven van dinosaurussen te verklaren.’ Plasterk: 'Hoe zie jij de tijdschaal dan? De aarde bestaat zo'n vier miljard jaar. Maar hoe zie je dat met de levenssoorten. Zijn die allemaal op één dag geschapen?’ Zoutewelle: 'Waarschijnlijk in vrij korte tijd. Zeg maar: een biological big bang. Iets wat in één keer uitklapt, zoals het heelal het ook heeft gedaan. Natuurlijk zullen we God nooit kunnen bewijzen, we hebben alleen indirecte bewijzen dat er een auteur is voor het leven. Voor een wetenschapper is dat uiterst frustrerend, maar dat zijn nu eenmaal de beperkingen van de wetenschap.’ Plasterk: 'In jouw visie hebben wij samen met de dinosaurussen geleefd?’ Zoutewelle: 'Dat zou kunnen.’ Plasterk: 'Wij denken dat de mens pas een paar honderdduizend jaar oud is en de dinosaurussen leefden tientallen miljoenen jaren terug. Jij moet dat in elkaar schuiven.’ Zoutewelle: 'Ik ga er vanuit dat het leven maximaal enkele tienduizenden jaren bestaat.’ Plasterk: 'Maar dat is gewoon de bijbelse schaal. De bijbel zegt zesduizend jaar en jij zegt tienduizend jaar. Dat is ook toevallig.’ ZOUTEWELLE: 'Er zijn allerlei tijdsklokken die aangeven dat geologische processen veel sneller gaan dan werd gedacht. Het optreden van catastrofen. De erosiesnelheden van continenten. Er verandert kennelijk nogal wat in de wetenschap. Mijn stelling is dat er anders naar geologie gekeken moet worden en gaat worden. Wat mij frustreert is dat er binnen de wetenschap zo weinig intrinsieke kritiek is. Er is een algemeen geloof: dat is het!’ Plasterk: 'Jij bent niet eerlijk tegenover jezelf. Ik begrijp niet waarom je je geloof per se wetenschappelijk wilt grondvesten. Je gelooft gewoon in de bijbel omdat je niet op Nieuw-Guinea bent geboren maar hier. Misschien kun je links en rechts scoren door gaatjes te schieten in de evolutietheorie en door te zeggen dat mensen soms wel erg snel conclusies trekken en een te gesloten wereldbeeld hebben. Maar intussen is die consensus gegroeid en word je inderdaad gemarginaliseerd als je er anders over denkt.’ Zoutewelle: 'Wij beiden zijn in zekere zin uitersten. De meeste Nederlanders geloven in zoiets als een geleide evolutie, dat er een soort godheid is die het evolutieproces stuurt. Daar hoef ik bij jou ook niet mee aan te komen.’ Plasterk: 'Nee, op dat punt zijn we het eens. We geloven niet dat er een god achter de deur staat. Jij denkt dat God in één keer, floeps, zijn werk heeft gedaan en daarmee uit. In elk geval accepteer je het dat er een tegenstelling tussen ons is. Jij en ik zijn het er ook over eens dat wat wij denken niet allebei tegelijk waar kan zijn.’ Zoutewelle: 'Precies. En dat is een belangrijke vaststelling. Die in feite een wetenschappelijk debat waard is.’