Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

Slikken of stikken

Waar in de ene bubbel de pil nog altijd een symbool van vooruitgang is, geldt in de andere ‘hormoonloos’ leven als het ultieme progressieve streven. Hoe heeft de betekenisgeving van de pil zich door de jaren heen ontwikkeld?

© BruceBlaus (cc)

Hoe progressief is de pil in tijden van digitale informatiebubbels, en hoe was dat vroeger? We leven in een wereld vol algoritmes; op een slimme en optimaliserende wijze produceert deze technologie gepersonaliseerde informatiestromen die parallelle (online) werelden naast elkaar laten bestaan. Mijn eigen (online) bubbel heeft de kenmerken van een progressief paradijs dat wordt bewoond door mondige, levenslustige en radicale burgers die vraagtekens weten te zetten bij sociale ontwikkelingen. In de ban van mijn progressieve bubbel applaudisseer ik voor mijn kritische medemens die het gebruik van synthetische hormonen aan de kaak stelt. Het gepersonaliseerde karakter van sociale bubbels betekent per definitie dat mijn bubbel zich anders manifesteert dan die van jou. In mijn bubbel wordt de pil afgeschilderd als een hormonaal korset: een middel waarmee de vrouwelijke vruchtbaarheid gecontroleerd dient te worden, waarmee de vrouwelijke seksualiteit onderdrukt wordt, en waarmee de vrouwelijke emoties te strak ingesnoerd worden. En toch, ondanks de felle toon waarmee ik dagelijks in aanraking kom is de pil een van de meest populaire anticonceptiemiddelen in Nederland. Waarin verschillen de perspectieven op pilgebruik, en hoe hebben deze zich ontwikkeld door de jaren heen? Welke belangen spelen er, en wie is daar precies bij gebaat?

Een geluid dat niet snel binnen mijn bubbel wordt gehoord is dat van de gynaecoloog Ingrid Pinas. In 2018 bekritiseerde zij de ‘ontpilling’ van de vrouw: ‘Vrouwen zetten zichzelf weer eeuwen achteruit door toe te geven aan de hype om “hormoonloos” te laveren door deze maatschappij.’ Hierbij verwijst Pinas naar de seksuele revolutie en de anticonceptiepil die daarvoor nodig was. Socioloog Cas Wouters stemt daarmee in en licht de sociale gevolgen van de pil toe: het middel ontnam angsten voor ongewenste zwangerschappen en veranderde het beeld van jonge en alleenstaande vrouwen die seksueel actief waren. Inherent aan deze verschuiving wijzigde zo ook het perspectief op seks. Seks werd niet langer gezien als een daad gericht op voortplanting, maar werd nu ook geaccepteerd ter plezier. De seksuele revolutie in de jaren zestig voegde een sociale waarde toe aan het gebruik van de pil: een symbool van de (seksuele) bevrijding van de vrouw. Dit inzicht voorziet de pil naast een praktische functie ook van een sterke emancipatorische waarde die op de dag van vandaag haast niet meer los te koppelen is van het gebruik van de orale anticonceptie. Een zelfstandige vrouw moet tenslotte zelf in staat zijn om baas te zijn over haar eigen buik, en de pil is daar een perfect middel – en handelswaar – voor.

Om de veranderende betekenisgeving van de anticonceptiepil bloot te leggen zijn er voor het onderzoek dat aan de basis staat van dit stuk tientallen artikelen geanalyseerd uit het jaar 1965, 1980 en 2017 afkomstig uit de Volkskrant en De Telegraaf. Het is niet geheel onbelangrijk om te vermelden dat beide kranten tot de top-drie meest gelezen nationale dagbladen behoren en dus veel invloed hebben op hun lezers en het maatschappelijk debat. Wellicht ten overvloede wil ik de lezer erop wijzen dat de term ‘vrouw’ in deze context aan een cisvrouw refereert. Door de resultaten van de analyse te toetsen aan verschillende sociale theorieën, die hieronder aan bod komen, is het mogelijk om een bredere kritiek te formuleren op de anticonceptiepil. Hierbij gaan feministische perspectieven hand in hand met een kritiek op de politieke economie waarin de pil is gesitueerd.

Om te beginnen, de pil werd in 1964 op de Nederlandse markt geïntroduceerd. In 1965 wordt de anticonceptiepil door De Telegraaf voornamelijk impliciet besproken. Het dagblad voorziet de lezer van informatie over de pil in de context van de katholieke kerk. De pil is toegestaan binnen een huwelijk, wel enkel wanneer daar een gegronde reden voor is. Het gebruik van de pil en geboortebeperking uit egoïstische en materiële motieven blijft verboden. ‘De bezegeling van de echte liefde is voortplanting’, aldus De Telegraaf in 1965. Hiernaast worden er opvallend vaak stereotyperende geslachtsrollen benadrukt. Zo worden geïnterviewden van het mannelijke geslacht aangeduid als ‘man’ en vrouwelijke deelnemers als ‘meisje’ of ‘jonge vrouwen’. Er wordt zelfs gesuggereerd dat de enige taak van vrouwen het verzorgen van het huishouden en de kinderen is. Marianne Weber – Duits feminist, socioloog en rechtshistoricus – observeerde aan het begin van de twintigste eeuw dat de taak van het voorkomen van zwangerschappen primair bij vrouwen lag. Weber stelde dat onder het patriarchaat de seksuele behoefte van mannen centraal staat, in tegenstelling tot vrouwen, die in dienst zijn van deze vervulling. De Volkskrant beschrijft in 1965 de pil al meerdere malen expliciet, waarbij zij voornamelijk aandacht schenkt aan objectieve nieuwsfeiten, zoals de goedkeuring van de Paus van de anticonceptiepil, de ter beschikbaarstelling van de pil door artsen, of de medische discussie over mogelijke bijwerkingen van de pil.

In de jaren tachtig is seksualiteit nog altijd complex verstrengeld met de heteronormative liefde enerzijds en spontaniteit anderzijds. De Volkskrant is kritisch op de romantische saus waarmee seks aangeprezen wordt en waardoor het gebruik van zichtbare anticonceptie, zoals bijvoorbeeld een pessarium of condoom, ongewenst en verdacht is. Zo blijkt ook uit een VU-onderzoek uit 1977 dat vrouwen preuts zijn in het initiëren van seks door een nog altijd bestaand stempel van ‘de slet’ (de Volkskrant, 1980). Wel lijkt de kritische houding ten opzichte van de bijwerkingen van de pil gericht op de hormonale disbalans en het verhoogd risico op hart- en vaatziekten toe te nemen: ‘Wat gebeurt er precies in zo’n klein vrouwenlijfje door al die hormonen? Daar ben ik altijd nieuwsgierig naar geweest’, aldus de Volkskrant in 1980. In dit dagblad wordt er progressief geschreven over de voordelen van abortusrechten die voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn – ongeacht of er sprake is van een verkrachting. Volgens de Volkskrant zijn de dominante geslachtsrollen nog altijd te heersend: ‘Seksuele revolutie is een sprookje.’ Dit statement wordt wederom onderbouwd aan de hand van het genoemde VU-onderzoek, waaruit bleek dat meer dan de helft van de studenten in de veronderstelling verkeerde dat vrouwelijke masturbatie enkel door penetratie kon geschieden. Ook heerst er een kritisch perspectief op de farmaceutische industrie: er wordt veel aandacht besteed aan de rol van zowel artsen als farmaceutische bedrijven die hun winsten belangrijker vinden dan de zorgtaken. De Volkskrant laat de complexe marktstructuren doorschemeren waarbij de grote opbrengst van de anticonceptie-productie wordt toegeëigend door de eigenaren van de productiemiddelen (i.e. eigenaren van de farmaceutische bedrijven). De Telegraaf houdt zich wederom vast aan de conservatieve waarden, door de opkomende opspraak van de pil wordt sterilisatie steeds vaker als de oplossing gezien voor geboortebeperking. Ondanks dat deze ingreep minder riskant is voor de man, zijn het nog altijd vrouwen die onder het mes moeten. Er wordt gespeculeerd over de toekomst van sterilisatie; door de ontwikkeling van microchirurgie en de mogelijkheid tot het herstel van de zaadleiders, wordt er lovend gepraat over deze nieuwe methode. Maar een stap richting het daadwerkelijk verdelen van de lasten, en dus het herverdelen van de ingrepen over beide geslachten, wordt niet gemaakt. Verder is het opmerkelijk om te zien hoe De Telegraaf de problematiek rondom abortuswetgeving als opgelost ziet door seksuele voorlichting in de praktijk: ‘Nog nooit is er in Nederland minder ongeboren leven vernietigd dan juist nu.’

Hoewel er in de jaren tachtig ruimte lijkt te ontstaan voor kritiek binnen de anticonceptiezorg, wordt in 2017 de beschikbaarheid van de pil voor de vrouw juist aangeprezen. In 2017 wordt er opvallend meer en vrijer geschreven over de anticonceptiepil. Artikelen die het voorbehoedsmiddel benoemen vertonen nieuwe combinaties van uiteenlopende thema’s die samen met de pil worden genoemd, onderwerpen als klimaatverbetering, tienerzwangerschap, digitalisering, feminisme, YouTube en het kunstmatig creëren van geslachtscellen. In tegenstelling tot de twintigste eeuw worden de voorbehoedsmiddelen voor het eerst zij-aan-zij genoemd met alinea’s over seksueel genot. De auteurs lijken comfortabel te zijn om de pil zonder al te veel uitleg te benoemen; er worden haast geen kritische kanttekeningen gemaakt over de bijwerkingen van het middel. Elizabeth Watkins, een expert op het gebied van orale anticonceptie, beaamt dat er een verandering heeft plaatsgevonden in het adverteren van de pil: sinds de jaren negentig wordt het middel als een lifestyle-drug gepromoot waarbij het verminderen van menstruatieklachten, zoals acné en dysforisch premenstrueel syndroom, centraal staat. Met deze ontwikkeling lijken auteurs ook een nieuwe, meer nuancerende rol op zich te nemen die de broodje-aapverhalen en de slechte reputatie van de anticonceptiepil uit de lucht proberen te halen. De Telegraaf in 2017: ‘De bijwerkingen krijg je door de hormonen en die zitten in vrijwel elk anticonceptiemiddel. De horrorverhalen die je soms hoort, zijn dus uitzonderingen.’

De verantwoordelijkheid in geboortebeperking wordt wederom impliciet bij de vrouw neergelegd. Neem bijvoorbeeld het Rotterdamse project waarin voorgesteld wordt om vrouwen verplicht anticonceptie te laten gebruiken wanneer zij met hun partner in een ‘kwetsbare’ situatie zitten (De Telegraaf, 2017) of de anticonceptie-app die zich richt op vrouwen die graag een hormoonvrij alternatief willen voor de pil (de Volkskrant, 2017). Er is veel kritiek geleverd op deze anticonceptiemethode door de zeer lage betrouwbaarheid: deze technologie biedt vrouwen de mogelijkheid om meer inzicht te krijgen in hun menstruatiecyclus maar is een discutabele methode indien men zwangerschap wenst te voorkomen. Slechts één artikel uit De Telegraaf benoemt de ‘mannenpil’, hier wordt echter de conclusie getrokken dat het voorbehoedsmiddel niet aanslaat bij de gebruikers wegens mogelijke bijwerkingen. De alom gevierde keuzevrijheid van anticonceptie is daarmee niet wat deze lijkt te zijn; we komen maar niet los van de traditionele rolverdeling tussen vrouw en man.

Alhoewel de pil enerzijds historisch gezien emancipatie in gang heeft gezet – en nog steeds als een emancipatorisch middel wordt gezien – is het anderzijds ook belangrijk om te benoemen dat de farmaceutische industrie veel baat heeft bij het blijven produceren van de pil. De farmaceutische bedrijven ontvingen in 1980 kritiek en werden beschuldigd van onethisch handelen waarbij de winst van anticonceptie als oogmerk werd gezien. Dit terwijl in het jaar 2017 het debat over de pil meer over de kosten en efficiëntie van het middel lijkt te gaan in plaats van over sociale en morele noodzakelijkheid. De transitie van de pil als een instrument tot geboortebeperking naar een lifestyle-drug om menstruatie ‘makkelijker’ te maken schetst de contouren van de neoliberale privatisering van de zorg waarbij een gezonde (winstgevende) marktwerking voor het welzijn van de burger wordt gesteld. De staat trekt zich terug van haar publieke plichten waardoor de keuze voor zorginstellingen, -behandelingen en -verleners langzaam op een cryptische menukaart van een restaurant gaat lijken, zo eentje in een toeristisch oord, waarvan er geen Engelse vertaling is, waar jij niet de taal van spreekt, en waarop er geen plaatjes te vinden zijn. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) beklaagt zich over de almaar afnemende zorgtaken en -plichten van de overheid: ‘De mensen moeten erop kunnen rekenen dat de overheid er voor hen is als dat nodig is. Dat is de grondgedachte achter het sociaal contract. Nu al decennialang vertelt de overheid daarentegen wat zij vooral niet meer van plan is te doen.’ Terugkomend op anticonceptie: in 2011 zien we dat onder toenmalig CDA-minister Ab Klink van Volksgezondheid de pil voor vrouwen ouder dan 21 jaar uit het basispakket is gehaald, dat de (dodelijke) anticonceptiepil Diane-35 (middel tegen ernstige acné, vette huid of overbeharing) nog steeds op de markt verkrijgbaar is, en dat burgers zelf als verantwoordelijk worden beschouwd voor het kiezen van de juiste anticonceptie. Zelfs als deze geen betrouwbaarheid levert op het voorkomen van ongewenste zwangerschappen, zoals de anticonceptie-app. Betreft Diane-35: in 2013 is er veel media-aandacht besteed aan het aantal sterfgevallen rondom het gebruik van deze specifieke pil. Vanaf 1987 tot 2014 zijn er zeker zevenentwintig Nederlandse vrouwen overleden aan het slikken van deze anticonceptie. De samenstelling van de derde-generatiepillen verhoogt ongeveer tweemaal de kans op trombose en longembolie, en hoewel deze pillen nog steeds op de markt verkrijgbaar zijn is de ophef uit 2013 haast volledig verdwenen. Agnes Kant, directeur van het bijwerkingencentrum Lareb, reduceerde de taken van het kenniscentrum en verwees naar de collectieve verantwoordelijkheid van artsen, zorgverleners en slikkers – gebruikersklachten moeten vaker officieel gemeld worden (Het Parool, 2013).

Als de collectieve zorgplicht afneemt, wie kijkt er dan nog om naar het welzijn van de pilgebruiker? Hoe navigeren deze vrouwen zich door de versnipperde informatiebubbels? Een bellenblaas is een mengsel van water en zeep dat door een zachte bries in zeepbellen transformeert, gevuld met lucht of adem, met uiteenlopende maten en beweeglijke silhouetten die lichtstralen weerkaatsen in een speels kleurenspel. Geen bubbel is gelijk, en hoe betoverend en eigen de bellen ook lijken, zo kwetsbaar zijn de vliezen. De schoonheid spat zo uit elkaar. Illustreert dit de kwetsbaarheid van de pilgebruikers? Elke sociale bubbel projecteert zijn eigen discrete waarheid op de opsomming van data. Echter, in neoliberale tijden zijn bubbels eigenlijk niet meer zo sociaal. Filosoof Michel Foucault wijst ons op de geïnstitutionaliseerde kracht van politieke systemen die het vermogen hebben om het brein van burgers te kneden en te sturen. Met de reducering van sociale overheidsregimes worden individuen aangespoord om het heft in eigen handen te nemen. Individualisering – als een product dat aangewakkerd is door allerlei emancipatiebewegingen in de jaren zestig, maar nu beschadigd lijkt te zijn door het politiek apparaat en de grillen van privatiseringsoperaties – manipuleert ieder persoon om ‘entrepreneur’ te zijn van het eigen lot en bestaan. Hierbij worden burgers getransformeerd tot zelfregulerende subjecten met een constante drang naar autonomie. 

Marktwerking ontnam de publieke zorgen van de anticonceptiepil; tegenwoordig is de pil ook een lifestyle-product waar vrouwen boven de 21 jaar, wegens de ‘geringe’ jaarlijkse kosten, zelf voor moeten zorgen. En dit valt niet bij iedereen in de smaak, stichting Bureau Clara Wichmann probeerde in 2019 gratis anticonceptie wederom in het basispakket op te nemen. Ondanks het feit dat de petitie door 55.000 individuen is ondertekend werd het voorstel van Lilianne Ploumen (PvdA) niet aangenomen. Sinds de jaren zestig is het sociale draagvlak voor anticonceptie weinig veranderd; er heerst een dominante veronderstelling in onze samenleving waarin de lasten en plichten van nature aan de vrouw worden toegeschreven. De dubbele lasten van de pil komen zo boven water: naast de sociale ongelijkheid die betrekking heeft op het (ver)dragen van het middel, worden de vrouwen ook financieel verantwoordelijk gehouden voor het gebruik van deze synthetische hormonen. En hoewel er in de Volkskrant en De Telegraaf in het jaar 1980 meer kritiek lijkt te ontstaan op het middel, is deze niet meer terug te sporen in het jaar 2017. Daarentegen, de pil wordt geadverteerd in de vorm van een lifestyle-drug – waarbij ik, of misschien wel jij, je buurvrouw, collega of vriendin wel in de positie moet verkeren om de juiste beslissing te kunnen nemen (en betalen) over middelen waar wij allemaal baat bij hebben. Eenmaal uit de bubbel van de Volkskrant en De Telegraaf zijn er veel geluiden te vinden over de pil. De schrijvers Anaïs Van Ertvelde en Heleen Debruyne van het boek Vuile lakens voelen in het jaar 2017 nog steeds de nood om de illusie van de seksuele vrijheid te bevragen. Zo schrijven zij dat de pil te snel en met te weinig informatie over de mogelijke bijwerkingen wordt voorgeschreven: neerslachtigheid, depressie en een lager libido zijn (te) vaak in onleesbare tekens op het prijskaartje van het voorbehoedsmiddel gezet. Stichting Bureau Clara Wichmann die voor een eerlijk financieel draagvlak van de pil pleit, of bijvoorbeeld VICE (2016) dat door middel van interviews met mannen de scheve verhouding tussen vrouw en man illustreert: ‘Ik vertrouw de farmaceutische industrie niet man, ik zou niet zomaar een mannenpil slikken.’

Tijdens de seksuele revolutie vierde men de vrijheid en zeggenschap over het eigen lichaam; die hoogtij is als een boemerang teruggekomen in het heden, met een onrechtvaardig beroep op individuele verantwoordelijkheid die de onderdrukking door marktmechanismen en de ontmanteling van solidariteit in de hand werkt. Misschien moet ik mijn applaus voor mijn kritische medemens wel corrigeren, moet ik uit mijn bubbel stappen en moeten wij plaats maken voor de collectieve zaken, waardoor de door ons allen gedeelde verantwoordelijkheid voor ieders individueel welzijn kan worden teruggewonnen. Geen bubbel is gelijk, en hoe eigen de bellen ook zijn, zo kwetsbaar zijn de zeepvliezen ook. Alleen, op ons eigen individu teruggeworpen, spatten we zo uit elkaar. 


*Karina de Vries is een masterstudent Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek is uitgevoerd door Iris van Hest, Noor de Lannoy en Karina de Vries. *