Slimme machines

Het wordt steeds eenvoudiger om niet zelf na te denken. Dat doet de oven wel voor je. Handig, toch?

Er moest een afdruiprek komen. Van hout, want dat is geen plastic.

Een afwasmachine is overkill voor een eenpersoonshuishouden dat dagelijks nauwelijks meer dan een bord, een mes, een vork en een wijnglas ter reiniging aanbiedt. Er zijn wel heel kleine modellen vaatwassers, maar die moet je boven op het aanrecht zetten en daar staan al de combimagnetron, de espressomachine en de broodrooster.

Een houten afwasborstel is geen probleem, een afdruiprek is moeilijker. Ze zijn er, maar die druipen alleen borden af, en waar laat je dan het glas, het mes en de vork? Na lang zoeken levert Ikea het hard kunststoffen afdruiprek ‘Rinnig’ op. Geen idee wat dat woord betekent, maar na twee maanden proefdruipen weet ik zeker dat het geen Zweeds is voor ‘beste afdruiprek ooit’.

‘Rinnig’ is een geribbelde plaat die aan een kant iets afloopt, los daarop een draadstalen bordenhouder en een bakje voor het bestek. Omdat alles van staal is dan wel hard plastic is er geen sprake van frictie, waardoor de bordenhouder en het bestekbakje voortdurend van die geribbelde plaat glijden, al dan niet met borden en/of bestek. Het is een zootje.
‘Waarom hebben ze geen rubberen voetjes onder die dingen gemaakt?’ zeg ik tegen Harry, mijn beste vriend en al veertig jaar lang een luisterend oor voor mijn geweeklaag over wat er mis is met de wereld.
‘Omdat niemand dat rek heeft getest?’

Dat lijkt mij onmogelijk. Je kunt niet door de Ikea lopen of je ziet wel ergens een apparaat staan dat bezig is een keukenkastje, fauteuil of bank te mishandelen. Ikea test alles. Volgens mij testen ze zelfs de apparaten die apparaten testen. Ik heb daar een documentaire over gezien. Op de BBC. Dan moet het wel zo zijn. Maanden, vele maanden testen gaan er overheen voor een product de winkel in mag. En dan is er nog wel een zuinig Zweeds mondje dat vlak voor de ‘launch’ iets te zeiken heeft.

‘Ik denk dat ze dit ding hebben getest op breekbaarheid, kleurvastheid, vorm, maar niet op bruikbaarheid. Er is nooit mee afgewassen’, zegt Harry.

Het is je reinste ketterij, maar ik kan ook niets anders bedenken.

Er zijn veel dingen in de keuken en het huishouden die worden ontworpen, maar niet getest op handigheid in het gebruik. Ik heb een wasmachine waarvan ik het display alleen kan lezen als ik door de knieën ga. Waarom is zoiets niet gekanteld? De magnetron doet het best zolang ik elke keer de handleiding pak om op te zoeken hoe ik ‘heteluchtoven, 20 minuten, 180 graden’ instel. Ik vraag me trouwens ook wel eens af waarom de wasmachine alleen maar door de fabrikant ingestelde programma’s kan draaien. Ik wil vrijheid, zelfbeschikking. Ik wil op negentig graden wassen, niet centrifugeren en toch drogen. Gewoon omdat het kan. Omdat ik het wil. Omdat ik een gekke vent ben.

Als je niets meer weet of zelf uitvogelt, word je steeds dommer

Voor de meeste apparaten geldt: als je ze eenmaal doorhebt, kun je er best mee overweg. Maar het is 2019 en ik wil niet elk nieuw apparaat leren kennen. De chips in de meeste huishoudmachines zijn krachtiger dan die waarmee Apollo 11 naar de maan vloog en terug, maar ik kan er minder mee en misschien zijn ze zelfs wel moeilijker te bedienen.

‘Ik zag dat Amazon een oven met Alexa verkoopt’, zei Harry. ‘Dan kun je je verpakte etenswaren scannen en Alexa zegt dan wat je ermee moet doen. Een smart oven.’

Maar ik wil geen oven die googelt wat ik met een pak diepvries-spinazie moet doen. Ik weet wat ik met een pak spinazie moet doen. Ik kook al vanaf mijn tiende, omdat mijn moeder zich beperkte tot het opendraaien van blikken en, ja, het ontdooien van pakken spinazie.

Ik wil apparaten met een interface die je niet uit je hoofd hoeft te leren.

‘Elke keer als de stroom uitvalt, moet ik in de handleiding duiken om te kijken hoe ik de klok kan instellen.’
‘Ik doe dat niet meer’, zegt Harry. ‘Bij mij heeft elk apparaat zijn eigen tijd. Laat duizend bloemen bloeien.’

Dat is de filosofische benadering, maar die gaat niet op als je lichtelijk aan een dwangstoornis lijdt. Ik heb zelfs discussies met mijn logerende kinderen over de manier waarop de toiletrol moet worden opgehangen. Zij vinden dat het afhangende stuk aan de voorkant hoort, ik wil het aan de achterkant, netjes recht langs de muur.

‘Zo’n smart oven’, zeg ik, ‘dat is gewoon alsof je zelf even een kookboek openslaat, of de aanwijzingen op de verpakking leest.’
‘Of een recept googelt’, zegt Harry.
‘Het is een samenzwering tegen de menselijke intelligentie. Ik had vroeger een kennis die zei dat hij niets hoefde te weten omdat hij tegenwoordig alles kon googelen. Maar opzoeken is geen kennis. Als je niets meer weet of zelf uitvogelt of desnoods maar gewoon probeert, word je steeds dommer. De mens is een ontdekker. Homo… dinges.’
‘Maar als je niet van koken houdt en je wilt geen kookboeken lezen…’, zegt Harry.
‘Allemaal best, maar je wilt toch weten hoe de wereld werkt, wat de dingen in je huis doen? Anders worden we de slaven van onze machines. Volgens mij zijn het niet de robots die de wereld overnemen, maar de wasmachines en de magnetrons.’
‘Dus moet je kookboeken lezen en gebruiksaanwijzingen en handleidingen?’ zegt Harry.

Ik kijk hem een tijdje aan.

‘Was hij duur, die smart oven?’