Media

Slimmer dan water

Afgelopen week hadden we minstens twee gevallen van gedoe rond informatievrijheid. Het ene betrof Wikipedia, het andere de shoah. Woensdag 5 oktober drong het bericht door dat Wikipedia Italië bedreigd wordt door een wetsvoorstel. Daarin zal komen te staan dat een website op straffe van veel binnen 48 uur verplicht is informatie te corrigeren indien een persoon zich door die informatie beledigd voelt. De aanleiding om haast te maken met deze sinds 2009 liggende wet was de openbaarmaking op verschillende websites van afgeluisterde telefoongesprekken met Silvio Berlusconi over, natuurlijk, meisjes en seks.

Berlusconi was het zat en dreigde de nieuwe wet erdoor te jassen. Hierop maakte een van ’s werelds grootste voorvechters van vrijheid van meningsuiting een statement en gooide de site op zwart. Dat wil zeggen: wie woensdag op de Italiaanse Wikipedia-site naar Berlusconi zocht, vond een lange tekst, maar geen informatie over de persoon in kwestie. Inmiddels is die lange tekst vervangen door een kortere en staat het artikel weer online, maar de dreiging blijft. Deze week wordt het wetsvoorstel in het Italiaanse parlement besproken. Als het erdoor komt, zo zullen de voorstanders van de wet denken, is het vast afgelopen met de roddels over de speeljongen van Italië. Hoe dom kun je zijn?

In Nederland speelde ondertussen een enigszins vergelijkbaar akkefietje. Ik zal in verband daarmee het woord dom niet gebruiken, omdat sommigen zich beledigd zouden kunnen voelen, maar via deze omweg gebruik ik dat woord nu toch. Op dezelfde dag dat het bericht over Mussolini-achtige praktijken in Italië naar buiten kwam, publiceerde Kustaw Bessems in De Pers een loei van een stuk over het fenomeen holocaustontkenning. Bessems, joods, hield een pleidooi tegen het verbod daarvan. Weliswaar staat een dergelijk verbod niet in de wet, maar mensen die beweren dat de shoah niet heeft plaatsgevonden, kunnen na een uitspraak van de Hoge Raad uit de jaren negentig van de vorige eeuw inzake de Belgische ontkenner Siegfried Verbeke wel degelijk vervolgd worden.

Bessems betoogde dat hiermee kind én badwater weggegooid worden. Vrijheid van meningsuiting gaat boven alles, stelt hij. Wanneer er mafketels zijn die deze vrijheid gebruiken om onzin te verkondigen, moeten ze dat maar doen. Het is onvoldoende reden de vrijheid in te perken.

De redenering is in mijn ogen zo evident juist dat het artikel me verbaast. We waren het er toch al lang over eens, dacht ik, dat het verbod op holocaustontkenning een politieke en geen intellectuele kwestie is? Nog verbaasder ben ik dan ook over de reacties. Het waren er tientallen – alsof de zaak niet al lang duidelijk was. Daarom nogmaals de belangrijkste redenen. Om te beginnen worden ontkenningen door een verbod niet voorkomen. Sterker nog, ze worden er misschien wel door bevorderd. In het verlengde hiervan vind ik een andere, veel minder vaak gegeven reden interessanter. De shoah heeft in onze cultuur een status van onaantastbaarheid. Hoewel dat goed te begrijpen is, is het ook onverstandig. Onaantastbaarheid neigt naar heiligheid en heiligheid naar verbod op kritische reflectie. Wie de shoah ontkent is simpelweg een idioot, en zo niet, dan maakt hij zichzelf belachelijk. Maar tussen ontkenning en kritische reflectie ligt een breed scala. Als mensen uit angst om in de buurt van het eerste te komen het laatste achterwege laten, kunnen er situaties ontstaan waar niemand bij gebaat is. Laat de mogelijkheid van holocaustontkenning om die reden maar toe. Ze vormt geen gevaar. Het gevaar schuilt in het verbod.

In een vergelijking tussen water en informatie zou je hetzelfde ook algemener kunnen stellen. Water vindt altijd een weg. Je kunt zandzakken opgooien, luiken spijkeren, waterwegen verleggen, sluizen sluiten, uiteindelijk helpt het allemaal weinig. Water is sterker, slimmer, sneller. Hetzelfde geldt in versterkte mate voor informatie. Al is de wetgever nog zo snel, de informatie achterhaalt hem wel, zou je met een kleine aanpassing op het spreekwoord kunnen beweren. Dat geldt in onze tijd van moderne, ongrijpbare media nog meer dan in voorgaande tijden. Dankzij de geschiedenis van de illegale pers in het Nederland van de Tweede Wereldoorlog weten we bijvoorbeeld dat het onmogelijk was ongewenste informatie uit de openbaarheid te houden. Diezelfde informatie ging ondergronds en drong vervolgens via die weg door. Iets dergelijks is in een wereld van nieuwe media nog veel sterker het geval. Stel dat die Italiaanse wet erdoor komt. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat het land als bij toverslag overdonderd wordt door een Twitter-bombardement. Alleen dat al reduceert de overheidsmaatregel binnen enkele minuten tot een bagatel. Hetzelfde geldt voor de holocaustontkenning. Het is geen hot item, maar als het dat ooit zo worden: één druk op de knop en de zaak ligt op straat. Informatie en/of meningen moet je niet verbieden, nooit. Het werkt averechts.