Gevaarlijke gekken: Slobodan Milosevic (1941-2006)

‘Slobo, Slobo!’

Of Slobodan Milosevic nu wel of niet een oorlogsmisdadiger was, zeker is dat hij tijdens de Balkanoorlogen van de jaren negentig het taboe op nationalisme doorbrak. En zo de weg bereidde voor Poetin, Trump, Erdogan en andere autocraten.

Medium hh 64876598
Kosovaarse vluchtelingen komen aan in Kukes net over de grens in Albanië, 1998 © Joachim Ladefoged / VII / HH

Het is dat er zoveel mensen bij zijn omgekomen, anders zou je de Joegoslavische oorlogen uit de jaren negentig tot de goeie ouwe tijd kunnen rekenen. Europa leek nog op weg naar vrede, democratie en markteconomie. In het kader van een nieuwe wereldorde en de ‘internationale rechtsorde’ zouden internationale conflicten niet meer door confrontatie, maar door overleg worden opgelost. Desnoods konden vredestroepen worden gestuurd, ter handhaving van die rechtsorde. Gevaarlijke gekken en schurken die verantwoordelijk waren voor oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid zouden voortaan worden berecht, opdat in de toekomst politici zich wel drie keer zouden bedenken voor ze zoiets zouden proberen. Dit was de wereld vóór Trump, vóór Poetin, vóór Erdogan en vóór Assad. Democratie, vrede en beschaving zouden voortaan de overhand hebben.

In die mooie nieuwe wereld na de Koude Oorlog werd de gewelddadige desintegratie van Joegoslavië algemeen als een historische anomalie beschouwd, na de grotendeels ordelijk verlopen desintegratie van de Sovjet-Unie en de boedelscheiding tussen Tsjechië en Slowakije in 1993. Dat nu juist die Joegoslaven de Europese idylle kwamen verstoren, zwaarbewapend en met vlaggen, met geschiedenissen en rancunes van soms eeuwen her, was een lelijke tegenvaller. Vanaf 1987 al werd er in dit populaire Europese vakantieland gekonkeld, geïntrigeerd en steeds vaker gemat om de toekomst van een Europese staat, de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië. Daarvan had iedereen nu juist gedacht dat het, anders dan de landen uit het voormalige sovjetblok, al een half-westers land was, dat als een van de eerste in aanmerking kwam voor het lidmaatschap van de Europese Unie en een voorbeeldrol in Oost-Europa.

Dat gekonkel ging in eerste instantie uit van de in 1941 geboren Slobodan Milosevic, een manager en bankier met internationale ervaring die het in 1986 had geschopt tot voorzitter van de Servische afdeling van de Joegoslavische communistische partij. Hij overleed op 11 maart 2006 in een cel in Scheveningen, een paar maanden voor de vermoedelijke afsluiting van zijn strafproces in het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia, dat toen al bijna vijf jaar had geduurd.

Milosevic is door zijn talrijke vijanden in binnen- en buitenland verguisd als een criminele geest met oneindig manipulatieve gaven, een Schreibtischmörder die zijn criminele plannen door anderen liet uitvoeren. Het Amerikaanse weekblad Time gaf hem in 1992, op het hoogtepunt van de oorlog in Bosnië-Herzegovina, een bijnaam die bleef plakken: Butcher of the Balkans. Maar niet altijd was het oordeel over Milosevic zo negatief. Voor westerse diplomaten en onderhandelaars in al die eindeloze onderhandelingen en vredesinitiatieven tussen 1991 en 1995 was hij gewiekst, maar ook iemand met wie je zaken kon doen.

De bevolking van Servië kon het proces dagelijks live op de televisie volgen en deed dat met (lauwe) sympathie voor de verdachte; net als overal elders in ex-Joegoslavië vond men toch vooral dat de schurken uit de andere oorlogspartijen bestraffing door het Tribunaal verdienden. En dan nog, de oorlog was voorbij en Milosevic stond in Den Haag niet terecht voor zijn quasi-dictatoriale optreden in Servië zelf, waarvoor hij in vroeger jaren als ‘Slobo’ door grote menigten was toegejuicht, maar in 2000 door een brede volksbeweging ten val was gebracht.

En ten slotte waren er nog de mensen die in Milosevic een held en een martelaar wilden zien en die bezwaar maakten tegen de ‘nieuwe wereldorde’ die, meenden zij, vooral een excuus was voor Amerikaanse of westerse of zelfs revanchistisch-Duitse hegemonie, en die een opstand der volkeren tegen zulke ideeën voorstonden. Nog steeds staan veel Serviërs op dit standpunt. Zij menen ook vaak dat Milosevic in de Scheveningse cel is vermoord, een these waarvoor geen bewijs bestaat. In deze visie is Milosevic, als Servisch nationalist, een vroege voorloper van Vladimir Poetin, Viktor Orbán, Jaroslaw Kaczynski en andere leiders van nu die hun natie willen beschermen tegen het volksvijandige internationalisme van een nieuwe wereldorde.

Medium hh 45766002
Er is geen reden om Slobodan Milosevic’ manipulaties goed te praten © Keystone pictures / HH

Wie was Slobodan Milosevic? Bovenal een oersaaie man. Hij was de vleesgeworden partijbureaucraat. Zijn carrière als staatsman dankt hij aan toeval. In 1987 stuurden zijn meerderen in de partijleiding hem naar een vergadering in Pristina, hoofdstad van de autonome Servische provincie Kosovo. Tot zijn verrassing trof hij daar een woedende menigte Serviërs tegenover zich, die meenden dat zij werden onderdrukt door de etnische meerderheid van Albanezen in de provincie en door de lokale leiding van de communistische partij waarin Albanezen de touwtjes in handen hadden.

Om hen te bedaren sprak Milosevic hen op straat toe: niemand mag u meer slaan en vernederen, zei hij in een speech die verder onberispelijk uitging van de officiële, multinationale ideologie van Joegoslavië. Het enthousiasme onder zijn gehoor was enorm en er zouden nog veel toespraken van Milosevic tot de Serviërs in Kosovo volgen. Hij begreep iets wat zijn meerderen in de partij was ontgaan: dat het mogelijk was om met een appèl op nationalistische gevoelens, Servische in dit geval, macht te genereren in een Joegoslavië waar de oude idealen van socialistische welvaart en multinationale verdraagzaamheid na het eind van de Koude Oorlog en het verlies van de status als lieveling tussen Oost en West zwaar op de proef werden gesteld.

Als je hem had verteld dat je dochter in verwachting was, vroeg hij de volgende keer prompt hoe het stond met de zwangerschap

Met het doorbreken van het taboe op nationalisme ontketende hij binnen de partij een grootscheepse intrige, de zogeheten ‘anti-bureaucratische revolutie’, die een einde maakte aan de autonomie van de Servische provincies Kosovo en Vojvodina en een proces van bestuurlijke concentratie inzette dat hem binnen luttele jaren het presidentschap van Servië bracht.

‘Slobo, Slobo!’ scanderend vereerden menigten Serviërs Milosevic als hun verlosser. Ook grote delen van de Servische intelligentsia volgden hem, vanuit de gedachte dat aan Servië – een van de eerste landen die zich in de negentiende eeuw aan het Ottomaanse ‘juk’ hadden ontworsteld – eigenlijk nooit meer de mogelijkheid gegund was van een onafhankelijke nationale staat. Niet na de stichting door de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog van het Koninkrijk Joegoslavië in 1919, waarbij Servië in één verband werd gegooid met delen van de Balkan die van het ontbonden Oostenrijks-Hongaarse rijk waren afgenomen. En al helemaal niet in het communistische Joegoslavië, waar multinationaliteit wet was. Wat ooit een ideaal van tolerantie geweest was, leek nu opeens een verhaal van nationale onderdrukking.

Milosevic was geen meeslepend spreker. Zijn stemgeluid was schraperig, zijn timbre dat van onophoudelijke verontwaardiging. De grote Tito, de sterke man van het naoorlogse Joegoslavië die in 1980 was overleden, was niet wars van fantasie-uniformen, foto’s in de krant waarop hij te zien was tijdens de jacht of bij zijn buitenhuis, of omringd door pittige pioniertjes in uniform, dankbare arbeiders of aantrekkelijke volksdanseressen. Niets van dit alles bij Slobodan Milosevic.

Uniformen droeg hij niet. De slagvelden van de na 1991 mede door hem ontketende oorlogen meed hij. Milosevic bleef gewoon op kantoor, in het centrum van Belgrado. Daar ontving hij zijn gesprekspartners. De lijfwacht voor de deur had gewoon een politie-uniform aan, niks geen ceremonieel. Een technicus van de macht hoefde, behalve zo nu en dan voor een internationale conferentie of een partijbijeenkomst, de deur niet uit.

Slobodan Milosevic werd geboren in Pozarevac ten zuidoosten van Belgrado, uit Servische ouders. Zijn ouders scheidden toen hij nog klein was en pleegden onafhankelijk van elkaar zelfmoord. Er is wel een verband gesuggereerd tussen die zelfmoorden en de ongevoeligheid waarmee Milosevic leek te reageren op de tienduizenden doden in de oorlog en bij emotionele getuigenissen in de rechtszaal. Maar je kunt niet zeggen dat hij openlijk geweld verheerlijkte, vergoelijkte of daartoe opriep. Bijna al zijn teksten in het openbaar gingen over politieke verwikkelingen. Het meest emotionele element was de verzekering dat het Servische of Joegoslavische volk kon rekenen op steun in de strijd tegen moorddadige krachten in binnen- en buitenland die het op hen voorzien hadden.

Buitenlandse ambassadeurs en andere bezoekers die hem op zijn bureau spraken vertellen dat hij formeel hartelijk was. Als je hem in small talk had verteld dat je dochter in verwachting was, vroeg hij de volgende keer prompt hoe het stond met de zwangerschap. Bezoekers werden als het gesprek uitliep ook altijd voor het eten uitgenodigd, niet in een van Belgrado’s talrijke rustieke restaurants, maar in de ontvangstruimten van het presidentieel kantoor. Hij dronk vaak whisky. Op de internationale conferenties in Genève en Dayton sloeg hij soms eerst een glas achterover alvorens een beslissing te nemen.

Hij was getrouwd met zijn childhood sweetheart Mirjana Markovic. Zoals vaak bij dictatoriale of autoritaire heersers, zoals het Roemeense echtpaar Ceausescu, deden over Mirjana Lady Macbeth-legenden de ronde. Zij zou de kwade genius zijn. Maar Servisch nationalisme was niet haar ding, wel het vasthouden aan de traditionele Joegoslavische ideologie van een streng geleide veelvolkerenstaat met een in de jaren negentig al anachronistisch aandoende socialistische filosofie. Het was een zeer hecht huwelijk. Ze was erbij toen Milosevic, toen al ambteloos burger, in 2001 in Belgrado werd gearresteerd na een vuurgevecht tussen zijn bodyguards en de politie.

Na zijn uitlevering aan het Tribunaal in Den Haag bezocht Mirjana haar man in het Huis van Bewaring regelmatig, totdat zij in 2003 in Servië wegens corruptie in staat van beschuldiging werd gesteld en op uitnodiging van het Kremlin de wijk nam naar Rusland, waar ze nu nog woont. Een poging om haar man ook naar Rusland te halen, om zich door Russische artsen te laten behandelen, mislukte. Het Tribunaal wees het verzoek daartoe af, in Nederland waren immers voldoende medische faciliteiten. Markovic ontbrak in 2006 op de begrafenis van haar man in Pozarevac.

Heeft Milosevic dit treurige einde verdiend? Als het goed is had het proces in Den Haag op die vraag antwoord gegeven. Maar het proces werd, na driehonderd zittingsdagen, driehonderd getuigen en dertigduizend pagina’s processtukken, na de dood van de verdachte gestaakt.

Milosevic had misschien wel een punt met zijn stelling dat de Europese houding op zichzelf al oorlog genereerde

Vorig jaar verscheen Prosecuting Slobodan Milosevic: The Unfinished Trial van Nevenka Tromp, verbonden aan de faculteit Europese studies van de Universiteit van Amsterdam. Zij brengt structuur aan in de enorme massa feiten van het proces. Tromps visie wordt mede bepaald door haar eigen positie: ze was researcher aan de zijde van de aanklager en ze acht Milosevic duidelijk schuldig aan de hem ten laste gelegde oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Kosovo.

De procedures van het Tribunaal waren geënt op Angelsaksische rechtsvormen, waarin een misdadig feit – actus reus – gepaard moet gaan met het besef bij de verdachte dat hij iets verkeerds doet – mens rea, ‘guilty conscience’ – om tot een veroordeling te leiden. Om die mens rea vast te stellen heeft het Tribunaal zich niet beperkt tot het onderzoek naar de gevallen van massamoord, genocide, etnische zuivering en het ontbreken van maatregelen ter verhindering daarvan. In de rechtszaal heeft ook een reconstructie plaatsgevonden met getuigen van het politieke optreden van Milosevic sinds 1987.

Tromp beschrijft aan de hand van de processtukken hoe Milosevic door het manipuleren van de Joegoslavische instituties eerst de macht in de Servische deelrepubliek wist te centraliseren rond zijn persoon en de Servische zaak, en daarna hetzelfde deed met de instituties op federaal niveau. Ook het federale leger, het jna, kwam hoe langer hoe meer aan zijn kant te staan.

Deze dreigende Servische hegemonie werkte separatistische tendensen in de hand in de deelrepublieken die in dit spel niet aan de Servische kant stonden: Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië. Daarmee was de basis gelegd voor gewapende conflicten en etnische zuiveringen, met name in twee republieken waar een Servische minderheid, in de landsdelen waar zij de meerderheid uitmaakte, een eigen autonomie of onafhankelijkheid uitriep: de Republiek van Servisch Krajina (rsk) in Kroatië en de Servische Republiek (RS) in Bosnië. Milosevic’ opzet was vermoedelijk dat deze zich op den duur bij een nieuw door Servië gedomineerd romp-Joegoslavië zouden voegen.

Deze strategie was tegen de zin van de EU en de VS, die vrijwel vanaf het begin hadden gedecreteerd dat Joegoslavische deelrepublieken na een democratisch referendum onafhankelijk konden worden, maar dat daarbij de grenzen van de Joegoslavische deelrepublieken de nieuwe internationale grenzen moesten worden. In 1991, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap, had de Nederlandse topdiplomaat Peter van Walsum nog in een memorandum betoogd dat het vasthouden aan zulke grenzen een vreedzame oplossing moeilijk voorstelbaar maakte, maar naar hem werd niet geluisterd.

Milosevic had – al kwam dat tijdens zijn proces niet naar voren – misschien wel een punt met zijn stelling dat de Europese houding op zichzelf al oorlog genereerde. Dat gold bijvoorbeeld voor de automatische erkenning van een onafhankelijk Bosnië-Herzegovina, na een referendum waaraan de Serviërs, een derde deel van de bevolking, niet meededen. Vergeten wordt vaak dat de grootste etnische zuivering uit de hele oorlog de verdrijving van de Serviërs uit de Krajina door het Kroatische leger in 1995 was. Na de Kosovo-crisis in 1999 werd bovendien, heel inconsequent, aan de Albanese politici in deze Servische provincie vergund wat bij eerdere gelegenheden zo nadrukkelijk verboden was: zich eenzijdig afscheiden binnen een ex-Joegoslavische deelrepubliek.

Medium hh 43339302
Een moslimvrouw huilt op de schouders van een Bosnische soldaat in het kapotte centrum van Vitez, Bosnië, 2 mei 1993 © David Brauchli / AP / HH

Het proces tegen Milosevic heeft weinig boven tafel gebracht aan concrete bewijzen voor misdadig handelen, in de vorm van instructies of directe betrokkenheid bij besluitvorming. Er waren zeker veel zaken die achterdocht wekten. Zo sprak Milosevic vier dagen na de inname van Srebrenica door Servische troepen in Belgrado met generaal Ratko Mladic, zonder dat de massa-executies bij Srebrenica aan de orde zouden zijn gekomen. Het niet voorkomen van oorlogsmisdaden terwijl je dat wel zou kunnen doen, is ook al een criminele daad. Maar ook hier liep het spoor dood: Milosevic heeft zich tijdens internationale onderhandelingen meermalen beklaagd over de gewelddadige en onverzoenlijke houding van de Servische oorlogspartij in Bosnië en Kroatië en heeft tegen de Bosnische Serviërs zelfs tot twee keer toe een heus embargo afgekondigd.

Het verhaal van het proces in Den Haag leest op die manier, meer dan de bedoeling was, als een politiek proces, waarin de staf gebroken werd over de intenties van Milosevic. Dat, denk ik, is ook de hoofdreden waarom er achteraf over dit proces nog maar zo weinig te doen is geweest – uit een soort gêne. Als een politiek proces zag de verdachte het trouwens zelf ook graag: een nieuwe stap van de internationale gemeenschap om het kleine Servië en Joegoslavië te knechten.

Die gêne duurt bij sommigen voort. De Oostenrijkse schrijver Peter Handke hield in 2006 een toespraak bij Milosevic’ begrafenis: ‘De wereld, de zogenaamde wereld, weet alles over Slobodan Milosevic. Daarom is de zogenaamde wereld vandaag afwezig, en niet alleen vandaag, en niet alleen hier. De zogenaamde wereld is niet de wereld. Ik weet de waarheid niet. Maar ik kijk toe. Ik hoor. Ik voel. Ik herinner mij. Ik stel vragen. Daarom ben ik hier vandaag aanwezig, dicht bij Joegoslavië, dicht bij Servië, dicht bij Slobodan Milosevic.’

Het is een mooie tekst, maar de sentimentaliteit is misplaatst. Ook al is juridisch wellicht niet bewezen dat Milosevic een oorlogsmisdadiger was, een onschuldige nationalistische scharrelaar was hij evenmin. Binnen Servië gedroeg hij zich steeds meer als een dictator, die in de jaren van neergang geweldsmiddelen inzette en die Ivan Stambolic, zijn mentor binnen de partij in de jaren tachtig, heeft laten vermoorden toen deze zich van hem afkeerde. Er is geen reden om Milosevic’ manipulaties goed te praten of te denken dat hij door de wereld verkeerd is begrepen.

Mij lijkt Milosevic vooral schuldig voor het symbolisch Tribunaal van de Geschiedenis. Als een der allereerste Europese politici van na de Tweede Wereldoorlog heeft hij begrepen dat het mogelijk is om in een situatie van historische onzekerheid en verandering – zoals de politieke omwentelingen na de Koude Oorlog en de snelle veranderingen in de wereldeconomie – allerlei primitieve nationalistische en agressieve sentimenten wakker te roepen, waarvan velen eigenlijk hadden aangenomen dat zij al archaïsch waren, en die vervolgens voor eigen politieke doeleinden of persoonlijk gewin te exploiteren. Die les is goed begrepen, door Poetin, door Erdogan, door Orbán en Kaczynski, maar ook door Donald Trump en autocraten in spe. Slobodan Milosevic heeft school gemaakt. Als je hem als een gevaarlijke gek wilt zien, dan zijn de gekken nu in ruime mate onder ons.