Popmuziek: Idles

Sloganesk

Idles in Le Bataclan, Parijs. 3 december 2018 © Linsay Melbourne

De beste livealbums uit de popgeschiedenis hebben met elkaar gemeen dat ze niet zijn gladgestreken, dat ze niet klinken als studioalbums met applaus, maar dat ze imperfect zijn, zoals livemuziek dat altijd is. At Folsom Prison, Live and Dangerous, Live/1975-85, Metallic K.O., Stop Making Sense, No Sleep ‘Til Hammersmith, Under a Blood Red Sky, Live at the Apollo, Live at Fillmore West, Made in Japan, Live! – alle klassieke livealbums klinken alsof je er bij bent, of bij had moeten zijn. Je hoort de opwinding, voelt dat het daar en toen, die avond, gebeurde, en dat een groot deel daarvan de opname heeft gehaald, maar ook dat de volledige ervaring zich niet liet vangen.

Idles uit Bristol heeft maar twee volledige studioalbums, met heerlijke titels: Brutalism (uit 2017) en Joy as an Act of Resistance (uit 2018). Maar het wachten was op het album dat zou vastleggen waar de band op zijn best is: live aan het werk. Zoals de band vorig jaar op Lowlands nogmaals bewees: opwindender dan Idles vind je het anno 2019 zelden op een podium. Zanger Joe Talbot houdt niet van alle labels die het geluid van de band proberen te vangen, met name niet van ‘post-punk’ en ‘punk’. Ze doen de band inderdaad stilistisch tekort, want zeker in de ritmes van Idles zit veel meer variatie en dynamiek, en met grote regelmaat klinkt er oude wave door. Maar de énergie van Idles is punk tot op het bot.

‘I am a feminist!’ schreeuwt Talbot voor zijn band ‘Mother’ inzet, een van hun beste nummers. Dat ‘feminist’ klinkt uit Talbots mond als ‘feminista’, en zijn stem doet vermoeden dat hij al twee uur op het podium staat: hees, hijgend, schor. Maar het is pas het derde nummer, er volgt nog ruim een uur. Idles is gewoon geen diesel: de band vliegt vanaf ‘Never Fight a Man With a Perm’ uit de startblokken. De tekst van ‘Mother’ is Talbot op zijn best: staccato, sloganesk, onmogelijk te vergeten. Eerst het opbouwen van de werkweek van zijn moeder: ‘My mother works 15 hours 5 days a week’, dat uitgroeit tot 17 uren en 7 dagen, en dan die inmiddels klassieke zin: ‘The best way to scare a Tory is to read and get rich’.

In ‘I’m Scum’ zingt hij: ‘I don’t care about the next James Bond/ He kills for country, queen and god/ We don’t need another murderous toff’. En Snowflake is bij Idles een geuzennaam.

Ondertussen hoor je de zaal meezingen en -juichen met Talbot, die geen stem met een rasp heeft, maar een rasp met een stem. En die zaal is de meest symbolische mogelijk voor Idles’ rauwe viering van vrijheid en gelijkheid: Le Bataclan in het elfde arrondissement van Parijs, waar op 13 november 2015 drie terroristen om zich heen begonnen te schieten, terwijl ze ‘Allahoe akbar’ schreeuwden en 89 mensen vermoordden.

Vier jaar later klinkt daar nu Idles’ ‘Danny Nedelko’: ‘Fear leads to panic, panics leads to pain/ Pain leads to anger, anger leads to hate’.


Idles – A Beautiful Thing: IDLES Live at Le Bataclan