Slome lady macbeth

Een atypische Verdi-opera, oordeelde een criticus ooit over Macbeth: geen liefde, geen seks, geen humor. Inderdaad opmerkelijk, hoewel niet helemaal waar. Er is wel degelijk sprake van seks, zij het in een wat geperverteerde vorm. In Verdi’s Macbetto geilt Lady Macbeth immers op macht en geweld.

In de nieuwe enscenering die de Nationale Reisopera afgelopen zaterdag in Enschede presenteerde, had dat wel dikker aangezet mogen worden. De muziek is namelijk ondubbelzinnig: de trillers waarmee de hele partituur is doorspekt, drukken niet alleen een gevoel van ontzetting en huivering uit maar ook een schaamteloze opwinding. In de enscenering lijkt dit een hoogtepunt te bereiken wanneer Lady Macbeth naar de gigantische zetel loopt - een treffend symbool voor de macht. Ze maakt aanstalten het gevaarte te gaan strelen, het wellustig te betasten en zich er vol begeerte in uit te strekken, maar in plaats daarvan laat regisseur Friedrich Meyer-Oertel haar beschaafd plaats nemen.
Overigens voldoet de Franse sopraan Sylvie Valayre in geen enkel opzicht aan het type dat Verdi zich bij deze rol voorstelde: ‘lelijk en slecht’, met 'een scherpe, verstikte, sombere stem’, die bovendien 'iets duivelachtigs’ heeft. Valayre is een tamelijk knappe vrouw die lang niet slecht zingt en over de nodige charmes beschikt. Maar de tang die Verdi voor ogen had, zou nu ouderwets aandoen. Is de vamp niet de moderne uitvoering van de gewetenloze vrouw?
Daarom is het jammer dat Meyer-Oertels Lady niet wat fataler is. Hij meende zelfs - om inhoudelijk onbegrijpelijke redenen - het erotische element in het heksenkoor te moeten onderbrengen. Het gevolg is dat de openingsscene de indruk geeft dat we in de verkeerde opera - Un ballo in maschera - beland zijn. We zien een carnavaleske verzameling van extravagant en decadent uitgedoste creaturen die amechtig met de billen draaien. Of heeft de regisseur een avondje in disotheek iT! rondgehangen?
De humor in deze produktie is een al even heikel punt. Ik moest erg lachen toen Macbeth, na Duncan vermoord te hebben, plompverloren een bebloede hand vanuit de coulissen naar voren stak. Een beeld dat in Monty Pythons The Holy Grail niet had misstaan. Weer erg flauw is de scene waarin de heksen een potje gaan kegelen met de poppen die de hoofdrolspelers in het drama verbeelden.
Met de liefde is het inderdaad belabberd gesteld in Macbeth: de verhouding tussen Macbeth en zijn vrouw is ronduit neurotisch te noemen. Meyer-Oertel toont dit door Macbeth steeds op zijn knieen te laten zakken en zijn hoofd in de buik van de als een almachtige moeder boven hem uit torenende Lady Macbeth te duwen. Want het moet gezegd: deze Macbeth is dramaturgisch een monstrum. Verstijfd in een vooroorlogse gebarentaal, met handen waar ijzerdraad door gestoken lijkt en elkaar pontificaal bij de schouder pakkend, benen de zangers over het podium.
Bij gebrek aan fantasie en visie is het eigenlijk een heel plichtmatige voorstelling. De enige visie die je eruit zou kunnen peuren is de rol van het noodlot die in buitengewoon lelijke decors is vervat. Verpletterende, steil oprijzende kolossen die elk zicht op lucht of licht ontnemen, bepalen het toneelbeeld. Een aardige bijkomstigheid zijn de duistere nissen die in sommige scenes suggestief werken, nadeel is de schaduwwerking die soms fraai wordt benut maar vaak lelijke slagschaduwen oplevert.
Henk Poort (Macbeth), Sylvie Valayre (Lady Macbeth), Harry Peeters (Banco) en de overige zangers dragen met hun vocale prestaties het grootste deel van de voorstelling. Van het orkest, gedirigeerd door Gabriele Bellini, kan dat weer minder worden gezegd. Niet alleen klinken er te veel slordigheden, het orkest mist ten enenmale die kwikzilveren vlugheid die deze muziek zo virtuoos kan maken.
Gelukkig is het typerend voor Verdi dat zijn muziek, ondanks al het visueel en dramatisch gesol, toch bloedstollend mooi blijft.