De overlevingsstrijd van een vissersplaats

‘Sloop alle schepen en bouw een groene vloot’

Afgepeigerd en stinkend naar vis naar huis op vrijdagavond - in Urk doodnormaal voor een vijftienjarige. Toch kiezen Urker jongeren steeds vaker voor een vak buiten de visserij, omdat de vloot ieder jaar verder wordt afgeslankt.

URK VECHT VOOR ZIJN BESTAAN als vissersplaats. Er is verzet tegen de ondergang door de werkgroep Jonge Vissers, die met vooruitstrevende plannen de visserij nieuw leven probeert in te blazen. Dertigduizend bezoekers keken naar de uitdagende vlootschouw op vlaggetjesdag op het IJsselmeer. De schouw werd door de Jonge Vissers georganiseerd en voor het eerst na dertien jaar weer gehouden. Het stelde vissend Urk in staat zes ton diepgevroren scholfilets uit te delen om de door de viswijzer en milieubeweging uit de gratie geraakte schol zijn plaats als smakelijke vis in de vaderlandse keuken terug te bezorgen. Van overbevissing van schol op de Noordzee is al een poos geen sprake meer. Het zijn eerder de lage scholprijs en hoge brandstofkosten die de vissers de das om doen.
Verzet spreekt ook uit de winst voor de PVV: bij de gemeenteraadsverkiezingen verwierf de partij uit het niets twaalf procent van de stemmen en ook bij de landelijke verkiezingen stemde meer dan één op de tien Urkers op Geert Wilders. Het waren stemmen uit boosheid, omdat door de steun van een op Urk vertrouwde partij als de ChristenUnie met een nipte meerderheid een volgens de vissers kant noch wal rakende draconische korting op de quota voor tarbot en griet is doorgevoerd. Dat wordt op Urk gevoeld als een dolksteek in de rug.
‘Urkers zijn absoluut niet racistisch. Ze hebben niets tegen andere culturen en godsdiensten’, zegt de schrijvende kraanmachinist Jurie van den Berg (45). 'Op Urk word je gediscrimineerd als je zonder geldige reden niet werkt. Het is op het kinderrijke Urk dan ook hoofdzakelijk de opgeschoten jeugd die op de PVV stemt. Het geschreeuw van Wilders over percentages buitenlanders die met justitie in aanraking komen en uitkeringen krijgen spreekt ze aan. Hard werken op jonge leeftijd is op Urk doodnormaal. Ik was zelf veertien toen ik elke vrijdag en maandag als sorteerder in de visafslag werkte. Zwaar, vies en koud werk. Onze oudste dochter is vijftien en werkt vrijdagmiddag in een visverwerkend bedrijf voor een extra zakcentje. Komt ’s avonds afgepeigerd en stinkend naar vis thuis. Ik vind dat een goede leerschool.’
Urk heeft met 2,3 procent het laagste werkloosheidscijfer in Flevoland, vergeleken met 7,8 procent in Almere en 8,1 procent in Lelystad. De hardwerkende jongeren van Urk zijn natuurlijk niet allemaal lieverdjes. Drugs, drank en zuipketen beroeren ook hen. 'Sommige Urker dominees zien in drugs bij uitstek het werk van de duivel’, zei Dirk J. Korf in zijn rede 'Coke bij de vis’ bij zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. 'Ondanks het calvinisme is een Urker een Bourgondiër’, zegt Jurie van den Berg. 'Hard werken maar op z'n tijd ook genieten van het leven.’
Berusting typeert de jonge vissers die werk aan de wal hebben gevonden, omdat zij geen toekomst meer zien in het visserijbedrijf. Duitse, Britse en Poolse vissers vervullen op de vloot de opengevallen plaatsen. Het zijn trouwens niet alleen jonge en oudere vissers die afhaken. De instroom van jongeren stokt. De visserijschool heeft het moeilijk. 'Veel gemakkelijker dan vroeger, toen Urk nog een eiland was, vinden de jongeren de weg naar andere beroepen, opleidingen en de universiteit’, zegt vissersvrouw Adri de Boer-van den Berg (42). 'Ook vrouwen studeren.’ Adri en haar man Gerrit de Boer (45) hebben vijf zonen: Nick (19), Kevin (17), Jesse (13), Sem (8) en Michel (6). 'Het staat bijna vast dat niet een van die jongens gaat vissen. Ze hebben een goed verstand en kunnen goed leren. Meestal zie je al gauw dat ze naar zee willen. Dat verlangen zie ik bij onze jongens niet.’
Gerrit vaart als lid van een vierkoppige Urker bemanning nog steeds met veel genoegen op de Eurokotter Willem Jacob Uk 158, een multifunctioneel vissersvaartuig van bijna 24 meter lengte en een motor van driehonderd pk. 'Eurokotter wil zeggen dat je met een motor van driehonderd pk of minder ook binnen de Nederlandse territoriale wateren mag vissen’, legt hij uit. 'We zijn gespecialiseerd in de kreeftenvisserij. Langoustines. Noorse kreeft. Die vangen we voornamelijk in de wintermaanden voor de Deense kust. Rond maart loopt die visserij af en gaan we tot en met juni op tong vissen voor IJmuiden.’
'Gerrit heeft het leuk als visserman, omdat hij het gezellig heeft met een stel Urkers op een kotter’, zegt Adri. Hij kan dat alleen maar beamen. 'Ik heb ook een paar weken gevaren met een gedeeltelijk Poolse bemanning. We spraken Engels met elkaar, maar je kunt toch niet goed communiceren. Zelfs in de kombuis bleven we twee groepen. Er was een tafel voor de Polen en een tafel voor de Urkers. De bemanning was geen eenheid en dat had zijn weerslag op onze verdiensten. Een goede besomming is afhankelijk van goed samenspel als collega’s onder elkaar.’
Gerrit heeft negentien jaar op een grote kotter gevaren. 'Van de ene op de andere dag ging dat schip in de sanering. Het schip moet dan worden gesloopt om voor een vergoeding door het rijk in aanmerking te komen. Daar stonden we dan. Die rederij had twee schepen. Olie werd hartstikke duur. De visprijzen waren laag. De eigenaar kon het niet langer bolwerken. Eén schip moest weg. Wij staan nu eenmaal aan het begin van een keten. Met de visverwerkende industrie op Urk gaat het beter. Die heeft zich aan de situatie aangepast door overschakeling op import en export.’
'Het opgeven van een kotter treft heel Urk’, zegt Adri. 'Het treft niet alleen de visserman, maar ook de bakker en de slager. Je ziet visserijbedrijven helemaal kapot gaan. Het zijn ware familiedrama’s. Het gaat dan niet alleen om een schip waarin een familie met jarenlang ploeteren haar zuurverdiende geld heeft gestoken, maar ook om het verlies van een kotter waarmee een vader had gehoopt nog jaren met zijn zonen het brood te verdienen. Dat is echt triest om te zien. Het heeft ook zijn weerslag op de jeugd. Die kiest voor beroepen die niet aan de visserij gelieerd zijn.’
’s Zondags vissen de calvinistische Urkers niet. Dan gaan ze naar de kerk en bezoeken ze hun ouders en andere familie. De zaterdag is voor het gezin van de getrouwde vissers. Vrijdags meren ze af in IJmuiden, Harlingen of een andere vissersplaats. ’s Zondagsavonds na twaalven keren ze uit Urk terug naar hun schepen. De haven van Urk kan de Urker vissersvloot niet bergen. De vangst wordt veelal met koelwagens naar de eigen visafslag vervoerd. De Urkers zijn nuchtere vissers. Ze geloven niet in wonderen, maar zijn alert en vertrouwen op de goedertierenheid van de Heer.
Ze reageerden in 1947 onmiddellijk op het nieuws dat Lub Kramer en zijn zoon Klaas vanuit Breskens, in Zeeuws-Vlaanderen, op haring op de Sandettiebank hadden gevist en in één week dertienduizend gulden hadden besomd. Dat was de kans om de diepe ellende van de oorlog, het verlies van de door de bezetter geconfisqueerde schepen en de vernederingen door de inpolderaars van de Noordoostpolder van zich af te schudden. Binnen de kortste keren hadden in Breskens de Urkers de overhand. Met spannen van twee schepen voor het trekken van de 'wonderkuil’ haalden ze de haring scheep. Spoedig waren ze ook met de boomkorvisserij op schol en tong heer en meester van de Noordzee. Bij de boomkorvisserij trekt een kotter aan beide zijden een trawlnet over de zeebodem.
'Mijn vader liet al in 1943 een Noordzeekotter ontwerpen. Meteen na de oorlog ging hij op de helling. Dat getuigde van moed en een vooruitziende blik, want de sociologen zeiden dat Urk in de Noordoostpolder een dorpje moest worden van keuterboertjes met wat varkens en kippen’, vertelde Klaas Kramer jaren later in zijn functie als voorzitter van de Coöperatieve Producentenorganisatie voor de Visserij Oost Nederland UA. Veertien jaar was Klaas toen hij met zijn vader Lub Kramer naar Breskens voer. De rijke haringvangsten werden gevolgd door een explosie van schol en tong op de Noordzee. Het werd op Urk het begin van een expansie, die zijn weerga niet vond in Europa. Gestimuleerd door subsidie van de Europese Gemeenschap (EG) en de WIR-premie van de overheid leidde het tot een hausse aan nieuwbouw van steeds grotere kotters met zwaardere motoren. De banken lieten zich niet onbetuigd met het verlenen van hypotheken. 'Je hebt toch een eigen huisje en je jongens varen toch bij je? Waar maak je je dan druk om?’ zeiden ze tegen de schippers. De Nederlandse werven hadden er hun handen vol aan. Klaas Kramer bestelde in 1974 een nieuw schip. Bouwprijs 2,2 miljoen. Om rendabel te kunnen varen moest hij per week 35.000 gulden besommen.
Op het hoogtepunt van die ontwikkeling in de jaren zestig en zeventig bestond de Urker vloot uit 130 grote Noordzeekotters met motorvermogens tot zelfs vierduizend pk, die schol en tong aanvoerden voor de uit het niets opgebouwde moderne en op export gerichte visverwerkende industrie op Urk. Italië werd de belangrijkste afnemer van de door Urker meisjes gefileerde schol.
'Het was echt een gouden tijd’, vertelt Adri de Boer. 'Ik was zestien, zeventien en Gerrit negentien toen ik van school kwam en we verkering kregen. Jonge jongens konden allemaal wel honderdduizend gulden per jaar en meer verdienen op de kotters. Ze waren daardoor in staat om al op jonge leeftijd grote dure huizen te kopen of te laten bouwen. Ik ging nog een paar jaar werken, daarna trouwen en kinderen krijgen. Ik had vriendinnen die gingen studeren. Die moesten daarna nog jaren sparen voor ze konden doen wat wij ons al vroeg konden veroorloven. Ik heb daar nooit spijt van gehad, maar ik sta er thuis als vissersvrouw natuurlijk wel alleen voor als Gerrit op zee is.’ Toch lukt het haar om een paar dagen per week voor een bedrijf de administratie te verzorgen.
De met vissen verworven rijkdom werd het 'wonder van Urk’ genoemd. Veel Urkers zien dat anders. Klaas Kramer vergeleek Urk wel eens met Israël. Het werd van alle kanten bedreigd. Elburg, Harderwijk, Lemmer, Workum en Stavoren hadden vroeger ook grote Zuiderzeevloten, maar zij hadden een achterland waar werk was te vinden. Urk had geen achterland. De polder was aan de boeren gegeven. De Urkers gingen de Noordzee op omdat ze geen keus hadden. Ze stonden met hun rug tegen de muur. Ze moesten wel doorzetten. Dat en hun ijver op zee was het geheim van hun succes. Wonderen bestaan niet.
Dat geldt ook voor de in 1964 gesignaleerde schol- en tongovervloed op de Noordzee. Dat was het gevolg van afvoer door de Rijn van uit wasmiddelen afkomstig fosfaat uit rioolwater. Het fosfaat zorgde voor een overmaat aan voedselrijke algen. De fosfaatafvoer van de Rijn bereikte in 1981 een hoogtepunt, maar daalde daarna onder druk van de milieubeweging door een snel toenemend gebruik van fosfaatvrije wasmiddelen. In 1990 was de fosfaatafvoer van de Rijn terug op het niveau van de jaren vijftig.
De oud-directeur en zeebioloog van het toenmalige in IJmuiden gevestigde Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO), Dolf Boddeke en de chemicus Paul Hagel kwamen aan de hand van deze bevindingen tot de onaangename conclusie dat de Nederlandse visserijsector, die zich op basis van de verhoogde fosfaatafvoer tot een miljardenbedrijf had ontwikkeld, terug zou gaan naar af. Pogingen van Boddeke en Hagel om door kunstmatige fosfaatbemesting de visstand in de Noordzee op peil te houden zijn tot nu toe mislukt.
De quotering van platvis kwam te vroeg voor de vissers. Ze hadden de enorme verhoging van de olieprijs met zeventig procent in 1973 door de Arabische landen nog niet eens kunnen verwerken. Van Urk tot Lauwersoog en van Den Helder tot Breskens waren ze er bovendien van overtuigd dat het met de quotaregeling van de EG in Brussel zo'n vaart niet zou lopen. Het was de houding van de overheid die hen in die waan bracht. Het overboord moeten schuiven van te veel gevangen vis konden ze niet over hun hart verkrijgen. Ze noemden dat uiteraard een zonde. Ze trotseerden de wet voor het voldoen van de hoge aflossingen voor hun kapitale kotters.
Wat volgde waren legio processen en het opleggen van hoge boetes voor het illegaal aanlanden van vis. Het stelde het beroep van visser lange tijd in een kwaad daglicht. Kerken kwamen er op Urk aan te pas om de visserij weer in goede banen te leiden. Er volgde een proces van saneringsronden dat tot op de huidige dag voortduurt. Eind 2009 was de Urker vloot geslonken tot 44 kotters met een motorvermogen tot tweeduizend pk en 26 Eurokotters. Daarnaast voeren voor het tegen betaling overnemen van quota’s van Engeland, Duitsland en Ierland dertien Urker kotters onder vreemde vlag. Van de volgens het samenwerkingsverband Urk Fish Capital tweeduizend Urkers die direct of indirect in de vis en visserij werkzaam zijn, varen bijna achthonderd mannen op de vloot. De afgelopen zeven jaar is het totale aantal grote Nederlandse kotters met veertig procent verminderd. Het is nog steeds niet voldoende om economisch rendabel te vissen.
'DOMINEE IS OP PAD. Dominee gaat het dorp door. Dominee is op weg naar Theun van Antje’, schrijft Jef Last in zijn roman Zuiderzee (1939), die zich voornamelijk op Urk afspeelt. 'Wreed van nieuwsgierigheid fluisterden de kinderen het elkaar toe: “D'r is er één verzopen, dominee gaat het dorp door.”’ Dominee ging vaak het dorp door. Urk heeft voor de verovering van de Noordzee zwaar betaald. Nergens in Nederland lijkt het leven meer met de dood verweven dan op het blijmoedige Urk. De honderden namen van de op zee gebleven Urker vissers op de zwart marmeren platen bij de IJsselmeerwering bezorgen mij altijd weer een lichte huivering. Op de platen staan namen van vissers die ik heb gekend, naar wier verhalen over stormen ik met ontzag heb geluisterd. Schipper Jurie van den Berg van de in 1976 vergane kotter UK 63 Zuiderzee was misschien wel de beste Noordzeevisser die ooit in deze energieke gemeenschap van thans meer dan achttienduizend zielen is opgestaan. 'Hij heeft van de Heer niet ouder dan 43 jaar mogen worden’, zeggen ze op Urk, dat zijn welvaart uit zee wil blijven halen en daar altijd zwaar maar nimmer opstandig voor heeft betaald.
'Verbroken zijn all'aardse banden
Verlaten is het ouderhuis
Wij zwermen waar de wimpels weem'len
Op d'ademtocht van Hem die leeft
Van Hem die aarde, zee en Heem'len
Met al hun heir geschapen heeft’
zingen de vele koren hoog en helder op rouwdagen in volle kerken. Zonder woorden neemt het volk van Urk de zorg op zich van de weduwen en wezen. De volgende dag steekt de vloot weer in zee alsof er niets is gebeurd.
'De namen op die marmeren platen bij het kleine kerkje hebben mij altijd gefascineerd’, zegt Jurie van den Berg, schrijver van het monumentale boek Een zee van tranen over de door het noodlot getroffen 434 mannen en één vrouw wier namen op die platen worden vermeld. 'De Urkers zijn zo sterk met de dood op zee verweven, omdat ze veelal in familieverband varen. Bij een schipbreuk verliezen vaak een schipper met zijn zonen of een broer hun leven. Ik wilde de geschiedenis achter de namen op de marmeren platen achterhalen en vastleggen.’ Hij is daar uitstekend in geslaagd.
Jurie van den Berg heeft 23 jaar op een kotter gevaren. De malaise in de visserij, zijn gezin, acties van de milieubewegingen, maar vooral zijn drang om te schrijven en te filmen over Urk deden hem besluiten om aan de wal te blijven. Door vier dagen als kraanmachinist te werken, kan hij de rest van de week toegeven aan die drang. Hij is een oomzegger van de met de UK 63 Zuiderzee omgekomen schipper Jurie van den Berg. 'Ik was elf jaar toen het gebeurde’, vertelt hij. 'Het is me altijd bijgebleven. Aan boord waren behalve mijn oom, zijn twee zonen, Jan Jurie en Roelof, Klaas van Gunst en Frans Kramer. Het schip was op 15 maart 1976 vanuit Delfzijl naar de Noordzee vertrokken. Zoekacties waren vergeefs. Het was vrij gauw duidelijk dat de Zuiderzee met man en muis was vergaan. Het wrak is in juli 1976 gevonden, toen de UK 32 Zwaantje Cornelis erop vastliep. De stoffelijke overschotten van Klaas van Gunst en de zeventienjarige Jan Jurie van den Berg zijn toen ook gevonden en begraven.’
Jurie vertelt dat het niet eenvoudig was om de geschiedenis achter de namen op het visserijmonument te achterhalen. Hij heeft daarvoor met half Urk afspraken moeten maken. 'Schoorvoetend heb ik mijn tante benaderd. Die heeft haar man en twee zonen in één klap verloren. Hoe zou ze het vinden als ik haar verlies in boekvorm zou gieten? Ze vond het heel fijn. Een tweede vrouw die haar vader en haar man in een klap had verloren stelde de boekstaving ook op prijs. Toen een derde gesprek. Haar oudste dochter was erbij. “Ik begrijp het niet”, zei ze. “Twintig jaar is hier een dominee over de vloer geweest, maar ze heeft nooit over haar verlies gesproken.” Ook zij vertelde haar verhaal. Die ene vrouwennaam op het monument was Pietertje Nentjes in 1930. Ze is met haar man bij een aanvaring verdronken.’ >
Urk is een apart verhaal in de geschiedenis van de Nederlandse visserij. Een vissersgemeenschap op een bult van keileem in de Zuiderzee die tweemaal door de 'vooruitgang’ dreigde te worden vermalen. Op 28 mei 1932 hingen de vlaggen op de Urker botters halfstok. Voorbij was de visserij op haring en ansjovis in het voorjaar. Op die dag werd het laatste sluitgat in de Afsluitdijk gedicht. De zoute zee werd zoet. Paling is de enige vissoort die de afsluiting van de Zuiderzee heeft overleefd. Urk leed zwaar onder het sterven van de Zuiderzee. Zwermen muggen en stofwolken maakten het leven onleefbaar. De muggen trokken spinnen en spreeuwen aan. Muizen en wezels vluchtten door de droogmaking naar het hoger gelegen eiland. Kinderen werden ziek door het drinken van door muggen besmet drinkwater. Bijbelvaste Urkers vergeleken deze bezoekingen met de tien plagen van Egypte.
3 oktober 1939 wordt op Urk 'de dag der drieëndertig kluiten’ genoemd. Op die dag werd een gat van zeven meter in de dijk tussen Urk en Friesland gedicht en was Urk na meer dan duizend jaar geen eiland meer. Aan het voortbestaan van Urk als vissersdorp werd daarna sterk getwijfeld. 'Men spreekt dan ook niet te boud als men zegt, dat de Urker Noordzeevisserij gedoemd zal zijn te verdwijnen’, staat in een rapport dat in 1947 door drs. Sj. Groenman en drs. L Zeegers is uitgebracht. 'De mening van dr. Chr. Plomp, dat de Urker Noordzeevisserij gedoemd is te verdwijnen, kan moeilijk worden bestreden. De ligging van Urk is te ongunstig geworden in een tijd, dat het uitoefenen van de Noordzeevisserij plaatsvindt op afgelegen visgronden en daarbij een bedrijf is geworden, waarbij zakelijk inzicht zich eventuele natuurlijke voordelen terdege ten nutte maakt.’
De inpolderaars, onder leiding van de machtige landdrost ingenieur Sikke Smeding, wisten zich geen raad met de destijds vierduizend inwoners op het 81 hectare grote voormalige eiland. De Urkers pasten niet in hun plan voor het scheppen van een moderne samenleving in de nieuwe Noordoostpolder. Ze wilden Urk het liefst afbreken en de bevolking deporteren. Armoede, luiheid en inteelt waren troef op het voormalige eiland, vonden ze. De sociografen Groenman en Plomp zijn met hun bevindingen als de bekendste onderzoekers op Urk de geschiedenis ingegaan. Plomp schreef: 'Noch op het terrein van het economische leven, noch op dat van het maatschappelijke of geestelijke, geven de Urkers blijk van een krachtig en doelbewust streven, hoewel op deze algemene uitspraak natuurlijk individuele uitzonderingen bestaan. Dit alles schept op verschillend gebied moeilijkheden van niet geringe omvang.’
Urkers hadden volgens hem iets kinderlijks en geen kaas gegeten van feiten en begrippen van het moderne leven. Hij noemde ze emotioneel, zwaartillend en uitblinken door weinig concentratie, een sterk gemis aan discipline en weinig doorzettingsvermogen. Hij vond de Urkers bovendien ietwat schijnheilig, omdat ze karakter, en hun gevoelslevens diepte misten. Hij trapte de Urkers op hun hart door de vaststelling dat ze geen goede vissers waren. Ze hadden daarvoor volgens hem wel het temperament, maar niet het noodzakelijke doorzettingsvermogen.
Acht jaar nadat Urk deel werd van het vasteland was er nog altijd geen weg aangelegd naar het voormalige eiland. In strenge winters was het afgesneden van de buitenwereld. Het leidde tot voedsel- en brandstoftekorten. De woonsituatie werd onhoudbaar. In 1949 was het zielental er ruim verdubbeld tot 9600. De gemeente bezat geen grond voor nieuwbouw. Het scheelde een haar of het oude Urk zou toen inderdaad voorgoed van de kaart zijn geveegd. De Planologische Dienst van Overijssel had een saneringsplan opgesteld waarin met uitzondering van de vuurtoren, het gemeentehuis, de hervormde kerk en een viertal woningen alles moest wijken voor nieuwbouw. Niet alleen de autoriteiten, maar ook de Urkers zelf neigden na de wonderbaarlijke economische opleving door de succesvolle haringvisserij vanuit Breskens tot het vervangen van de historische visserswoningen door ruime, moderne huizen. Het was aan de oud-visser en wethouder Lubbert Kramer te danken dat de ingrijpende kaalslag in de kern van het vissersdorp werd afgeblazen.
Urk heeft vele beproevingen doorstaan. Maar er komt in de geschiedenis van Urk altijd een moment waarop de Urkers het genoeg vinden. Lubbert Kramer vond in 1947 de armoede en de vernedering in de polder genoeg en leidde de Urkers naar de haring op de Sandettiebank. De vooruitstrevende schipper-eigenaar Klaas Jelle Koffeman (42) vindt anno 2010 dat er een einde moet komen aan de marteling van de jaarlijkse afslanking van de boomkorvloot. Sloop de schepen allemaal of bestem ze voor bescherming van vis- en natuurgebieden in Indonesië of andere wereldvoedselgebieden en bouw voor de Nederlandse vissers een duurzaam vissende, maatschappelijk geaccepteerde en verantwoorde platvisvloot. Een vloot van 115 kotters van circa 32 meter lang en zuinige motoren van 1200 tot 1400 pk. Een groene vloot die geschikt is voor alle reeds ontwikkelde moderne ecologisch verantwoorde vistechnieken. Kosten? Globaal 450 miljoen euro. Afgezet tegen de miljarden die bijvoorbeeld alleen al Amsterdam steekt in de Noord-Zuidlijn een peulenschil voor het behoud van de Nederlandse vissersvloot die als moeder van de scheepvaart de voorwaarde schiep voor de welvaart in de Gouden Eeuw.


Een zee van tranen is in eigen beheer uitgegeven. Bestellen via storting van 28 euro inclusief verzendkosten op bankrekening 50 82 05 948, of e-mail J.vandenberg1@home.nl

Het blad Visserijnieuws (tel.0527-689181, e-mail: info@visserijnieuws.nl) op Urk beschikt over prachtige foto’s van de vlootschouw