“slopen die man”

Benarde tijden voor Bram Peper in Rotterdam. Alles wat hij aanraakt mislukt. Zelfs zijn eigen PvdA-achterban noemt hem “een absolute potentaat”. Tijd om het (royale) wachtgeld op te strijken?
TERWIJL HIJ naar eigen zeggen “de priemende blik van Neelie Smit in zijn rug voelde” diende Manuel Kneepkens, de met zijn Stadspartij triomfen vierende dichter-politicus van de Rotterdamse gemeenteraad, verleden week donderdag een motie van afkeuring in aan het adres van Bram Peper. De motie betrof de onverhoedse ontruiming van Perron 0, de junkie-zone op het Rotterdamse Centraal Station. Na een estafette van bestuurlijke catastrofen had de burgervader met die actie zijn spierballen willen demonstreren, maar het effect was averechts.

In een klap werd het tamelijk overzichtelijke drugswereldje van de Maasstad over de gehele stad versnipperd. Burgerwachten sprongen als paddestoelen uit de grond en in de wijk Spangen werd zelfs overgegaan tot het molesteren van iedere auto met een buitenlands nummerbord. Tot zijn eigen verbazing zag Kneepkens dat een meerderheid van de PvdA-fractie met zijn motie instemde. Dat was weliswaar niet genoeg om het stuk aangenomen te krijgen, maar wel een indicatie van Pepers almaar verder dalende populariteit in eigen PvdA- kring.
Eerder die avond was de Rotterdamse raadszaal al het tafereel geweest van een keelsnoerende sociaal-democratische broedertwist. Toen Peper bij hoog en laag volhield dat hij de raad voldoende had gepeild over de opportuniteit van het liquideren van dominee Vissers vrijplaats voor narco- nomaden, schoot PvdA-raadslid Johan Henderson uit zijn slof. “U liegt!” voegde hij Peper toe. Wethouder Hans Simons schoot zijn burgemeester te hulp met de vermaning dat de democratische ethiek hoogstens toestond dat Henderson zou signaleren dat Peper “niet geheel de waarheid spreekt”, maar het leed was toen al geleden. Henderson, de door Peper uit het college gewerkte ex-wethouder Sociale Zaken, hield voet bij stuk. Slechts bij de gratie van de steun van andere partijen (inclusief VVD en de vijf man sterke fractie der Centrumdemocraten) overleefde Peper de motie.
Henderson, achteraf: “Logisch dat de andere partijen Peper de hand boven het hoofd houden. Als ik in een andere partij zat zou ik er ook alles aan doen om Peper voor Rotterdam te behouden. Het is de beste methode om de PvdA in Rotterdam electoraal te decimeren. Met deze absolute potentaat wordt de oppositie al het werk uit handen genomen.” Volgens Henderson heeft Peper “een geheel eigen visie op de mens”, die erop neerkomt dat “iedereen die hem niet geheel gedienstig is, onmiddellijk dient te worden afgebrand”.
Henderson: “In de dertien jaar dat Peper burgemeester is, valt het aantal top-ambtenaren dat uit zijn kabinet is gezet niet meer bij te houden. Dat moeten er meer dan honderd zijn. Zelf werd ik ook op kenmerkende wijze weggewerkt, namelijk toen ik in het ziekenhuis lag en me dus niet kon verweren. Hoewel ik mezelf zie als een echte PvdA-man, veel meer PvdA dan Peper bijvoorbeeld, begin ik me de laatste tijd af te vragen of ik wel door moet gaan zo. De onverhoedse wijze waarop Peper nu de junks te lijf gaat, is voor mij een nieuw dieptepunt. Ik neem aan dat de diepere motivering van zijn offensief voortkomt uit de behoefte om de zinnen te verzetten na het totale debacle met de stadsprovincie. Maar de notie dat junkies ook mensen zijn, schijnt Peper geheel te ontgaan.”
PIET DE VISSER, de grand old man van de Rotterdamse sociaal-democratie, voert al jaren een verbeten strijd met het fenomeen-Peper. Het gewezen Tweede-Kamerlid ziet het jongste wapenfeit in de gemeenteraad als een teken aan de wand van de “totale bestuurlijke desintegratie” die zich volgens hem van Rotterdam heeft meester gemaakt. “Door toedoen van Peper ligt het bestuurlijke en ambtelijke apparaat van Rotterdam geheel op zijn kont”, aldus De Visser. “Mijn ergste nachtmerries zijn waarheid geworden. Als ik in de regering zat zou ik onmiddellijk een controleur naar Rotterdam sturen om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, want zo kan dit niet langer.”
Toen Andre van der Louw dertien jaar geleden vertrok uit het stadhuis aan de Coolsingel zat De Visser in het gewestelijke bestuur van de PvdA-Rotterdam. De Visser: “Ik kan me nog goed herinneren hoe het debat over de opvolging van Van der Louw verliep. Het bestuur zei toen unaniem: in Jezus” naam, geen Peper! We hadden een hele goede kandidaat op het oog: Mary Zeldenrust van de NVSH. Maar die ging prompt dood, en toen werd het toch Peper. Die was voor die tijd door het hoofdbestuur van de PvdA gedetacheerd in ons gewest en viel toen al op door een totaal gebrek aan deelname. Ze zeggen weleens dat Peper zo'n denker is, maar ik heb nog nooit ook maar een enkele interessante gedachte uit zijn mond mogen aanhoren. Hij was er eigenlijk alleen als er benoemingen aan de orde waren. Daarom moest ik ook zo lachen toen Peper een tijdje geleden in het kielzog van Rottenberg kwam met het verhaal dat het maar eens afgelopen moest wezen met al die gewestelijke PvdA- baronnen die via het vergadercircuit baantjes voor zichzelf weten te ritselen. Want als er nou een PvdA’‘er is geweest die via de duistere krochten van het partij-apparaat omhoog is geklauterd, dan is het wel Bram Peper.“
Volgens De Visser is het de hoogste tijd dat de PvdA iets laat zien van ’'een zelfreinigend vermogen” en Peper uit Rotterdam werkt. “Sinds zijn aantreden hier in Rotterdam is het een grote ramp geweest. De man heeft in no time zo'n beetje de gehele Rotterdamse bevolking tegen zich in het harnas weten te jagen. Hij reed in een veel te poenerige slee over fietspaden, betaalde geen entree in musea, en dat alles omdat hij toch burgemeester was. Heb je ooit gehoord van een Rotterdamse burgemeester die in Wassenaar woont? Dat is toch nog nooit vertoond!
Het is gewoon ondoenlijk om alle blunders en uitglijers van Peper op te sommen. De man heeft als burgemeester zaken gedaan met een van de grootste mafiosi in deze stad, dat reken ik hem nog het meest aan. Dat ging om een exploitant van illegale goktenten, echt een koning van de onderwereld. En daar ging meneer Peper dan rustig mee onderhandelen om een eroscentrum op te richten, wat godzijdank nooit van de grond is gekomen.
Wat Peper nu weer vertoont met het schoonvegen van Perron 0 is ook weer meer dan bedroevend. Dominee Visser van de Pauluskerk heeft jaren achter elkaar om hulp van de politie geroepen om Perron 0 vrij van pure criminelen en krankzinnigen te houden. Al die jaren heeft Peper niet een agent beschikbaar willen stellen om die zone leefbaar te houden.
Als wethouder zag Henderson het goed: je moet dat Perron 0 beheersbaar houden, dan heb je tenminste overzicht op die hele drugstoestand. Met het onbehouwen jaagbeleid dat Peper nu heeft ingezet, is het pas echt een zooitje geworden. Hij probeert zo een wit voetje te halen bij de mensen in de wijken en de middenstand, maar die geloven hem helemaal niet meer. Verleden week gingen de winkeliers in west in staking tegen de drugsoverlast en liepen per demonstratie naar het stadhuis. ’'U bent bondgenoten in mijn strijd”, probeerde Peper toen, maar het enige resultaat was een fluitconcert.“
MANUEL KNEEPKENS, alias ’'De Kneep”, ziet de consternatie in de Rotterdamse PvdA met innig genoegen aan. De oprichter van de Stadspartij, die deze zomer voor een geweldige stunt zorgde door de jarenlang in PvdA-kring gekoesterde stadsprovincieplannen per referendum naar de vuilnisemmer te dirigeren, voorziet de aanstaande val van “een volstrekt ongevoelige regentenkliek”, Bram Peper voorop. “Als het zo doorgaat, rauzen we de PvdA eruit”, spreekt de gewezen docent aan de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit met blakend zelfvertrouwen.
Kneepkens: “Die stadsprovincie was natuurlijk het ultieme speeltje van Bram. Dat de Rotterdammers zich per referendum van dat hele onzalige opdelingsplan hebben afgekeerd, beschouw ik nog steeds als het hoogtepunt van mijn lange slepende mars door de instituties. Kijk, anders dan Amsterdammers hebben Rotterdammers niet bepaald een rebels temperament. Ze zijn in de regel geneigd om hun bestuurders hun gang te laten gaan. Maar Bram Peper heeft het in deze stad inmiddels zo voor zichzelf verziekt dat de mensen al geneigd zijn om ergens tegen te zijn als ze weten dat de burgemeester ervoor is. Als ik over straat loop, beginnen de mensen al te roepen: ’'Kneep, slopen die man!” Nu is Schadenfreude niet helemaal mijn stijl. Eigenlijk vind ik Peper ook helemaal geen onaardige man. Hij heeft groot respect voor literatoren, dus wat kan ik ook anders? Toch moet worden geconstateerd dat Peper de Van Hall van de jaren negentig is geworden, met een zelfde onhoudbare positie (Van Hall was burgemeester van Amsterdam in de jaren zestig - rz). Alles wat hij aanraakt, koerst gelijk op mislukking af. Binnen zijn eigen partij is hij een Einzelganger. Zelfs de twee Hansen (Kombrink en Simons - rz), die zijn reddende engelen hadden moeten worden, liggen inmiddels met hem in de clinch. Dus zou ik zeggen: geef die man zijn wachtgeld en maak hem een adviseur a la Pim Fortuyn of Roel in “t Veld. Zo'n type is hij ook. Zo'n man die prikkelende ideeen kan ventileren die op zichzelf niet veel om het lijf hebben maar tenminste discussies op gang brengen. Maar zet hem alsjeblieft niet aan de bestuurlijke knoppen! Geef hem geen macht! Je moet toch ook niet denken aan een zakenkabinet-Fortuyn?”
Vergenoegd somt Kneepkens de uitglijers op die Peper zijns insziens fataal zijn geworden. “De stadsprovincie was natuurlijk de kroon op het werk. Er verschenen posters met Pepers gezicht en daarboven de tekst: ’'Deze man wil de stad opheffen.” Dat hielp enorm. Die stadsprovincie is zo'n volstrekt zinledig, geldverslindend en anti- grootstedelijk monstrum dat je er nauwelijks een campagne tegen hoefde te voeren. Op de avond van het referendum kreeg ik even weer dat prikkelende sixties-gevoel, dat democratie een feest was.
Voor de rest heeft Pepers enthousiaste verwelkoming van Helmut Kohl ook kwaad bloed gezet bij de oudere Rotterdammers. Zelf heb ik pas een boek geschreven over de bombardementen op Rotterdam en zo weet ik hoe diep de haat nu eenmaal zit in deze stad. De Coolsingel, uiteindelijk het resultaat van het bommentapijt, werd tijdens het bezoek omgedoopt tot de “Kohl- singel”. Dan weet je wel hoe laat het is.
Ook het gedoe met die veel te dure miljonairsvilla die Peper en Neelie tot ambtswoning wilden verklaren heeft Peper geen goed gedaan, evenmin als hun vertrek naar Wassenaar. Ook moet je je natuurlijk afvragen hoe dat Marcus Antonius en Cleopatra- achtige huwelijk is gevallen bij het rode electoraat. Neem daarbij nu weer die schuivers met het drugsbeleid, waarbij Peper leunt op zijn politiechef Hessing, een absolute Byzantijn. De ontruiming van Perron 0 en het daaropvolgende junkie-opjaagbeleid in het kader van operatie Victor zijn bedoeld als uitingen van krachtig bestuur. Maar eigenlijk maken ze de problemen alleen maar groter. Dus ook hier wordt de plank weer geheel misgeslagen. Ik denk dat het voor iedereen het beste is als Peper zijn royale wachtgeld opstrijkt en in strikte afzondering een boek gaat schrijven.“