Sloterdijks massa

Na het zien van Val van de Romanov-dynastie uit 1927 betoogt de filosoof Peter Sloterdijk dat kuddegeest de mensen van de ene naar de andere oorlog drijft. Hij doet precies wat hij de massa verwijt: mensen niet als individu beschouwen.

Medium ih023783

Nationaal-socialisme, fascisme en stalinisme: de massa heeft het gedaan volgens de filosoof Peter Sloterdijk. Hij laat daarmee individuen opgaan in een eenvormig monster.

Nou en? Ik denk het halverwege de passage die Sloterdijk voordraagt uit zijn nieuwe, binnenkort te verschijnen boek, Die schrecklichen Kinder der Neuzeit. Het is de laatste avond van het filmfestival. We hebben er zojuist ruim anderhalf uur Val van de Romanov-dynastie op zitten. Een film uit 1927, van sovjetregisseuse Esfir Shub ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de Oktoberrevolutie. Nu is de Duitse filosoof aan het woord. Hij beschrijft hoe de familie Romanov – beter bekend als de Russische tsaar en zijn gezin – in 1918 aan haar einde kwam. Hoe, terwijl de antirevolutionaire troepen snel oprukten, de oude tsaar in plaats van het geplande tribunaal een haastige kogel kreeg. En hoe zijn dochters met de bajonet werden afgemaakt.

Nou en. Ik geef toe, die verzuchting in combinatie met kindermoord behoeft uitleg. Het is niet de daad zelf die ik bagatelliseer. Het is de loodzware historische betekenis die er achteraf aan wordt toegekend. Iets wat ik ook nu bij Sloterdijk proef. De gruwelijke moord op de Romanovs als begin van de communistische terreur. Symbolisch voor de daaropvolgende minachting voor de waarde van het individuele leven.

Ik begrijp de behoefte aan een dramatisch kantelpunt – verloren onschuld, dat werk. Maar in dit geval? Het Grote Moorden in Rusland begon natuurlijk niet met de dood van de tsaar en zijn familie. Het bloedvergieten was al vier jaar aan de gang. In 1918 was de Russische onschuld lang en breed gecrepeerd in de loopgraven. Iets waar de tsaar als alleenheerser over Rusland een niet gering aandeel in had.

Gelukkig zou Sloterdijk niet Sloterdijk zijn als hij het daarbij liet. Het voorbeeld van de Romanovs blijkt in dienst te staan van een veel grotere greep – natuurlijk, zou ik bijna zeggen. In dit geval gaat het om de vraag waar de stalinistische terreur vandaan kwam. Over die whodunnit zijn bibliotheken vol geschreven. De antwoorden lopen uiteen van uiterst gedetailleerd – het was die ene beslissing van het Politbureau in 1924! – tot buitengewoon abstract: de communistische ideologie, de bureaucratie, de geest van de twintigste eeuw, enzovoort. Sloterdijks analyse valt in de laatste categorie. De massa heeft het gedaan.

‘De mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 kon naderhand niet meer ongedaan gemaakt worden’, betoogt hij die avond. De war to end all wars bleek permanent. Een geest die niet meer terugging in de fles, ook niet toen de gevechten al lang gestaakt waren. Voor Lenin was de ene oorlog slechts de opmaat naar de andere, meent Sloterdijk. Zó moeten we volgens hem het nationaal-socialisme, het fascisme en het stalinisme begrijpen. Als een eeuwige mars.

En warempel, daar komt ook de film – documentaire is het eigenlijk – weer om de hoek kijken. Een essay over de Gleichschritt noemt Sloterdijk het in zijn slotgesprek met de Roemeense regisseur Andrei Ujica. Mooi gevonden. Zelden heb ik zoveel groepen soldaten, geestelijken en proletariërs voorbij zien marcheren. Alsof de mensen toen niets anders deden dan in groot gezelschap heen en weer paraderen, gniffelt Sloterdijk. Tegenover die massa’s staan individuen. In Shubs film komen die naar voren in lange, ongemakkelijke shots, hun namen erbij. Het zijn de leden van het ancien régime. Hun tronies worden getoond alsof het verdachten zijn in een proces. ‘Zij zijn ten dode opgeschreven’, concluderen Sloterdijk en Ujica.

Het is op dit punt dat mijn aanvankelijke ‘nou en’ omslaat in de meer gebruikelijke – en productievere – irritatie die ik ervaar bij Sloterdijks uitdagende filosofische ideeën. Het ‘ja maar’. Natuurlijk heeft de massa het gedaan. Dat is een terugkerend thema bij de filosoof, liefhebber van Nietzsche en Heidegger. En natuurlijk is het vrije individu de pineut. Maar ergens blijft dat ook een open deur. Een analyse van de gewelddadige twintigste eeuw die tegelijk alles en niets verklaart. Wie zijn die massa’s? Wat bewoog de mensen die in Shubs film voorbij kwamen, behalve ressentiment en kuddegeest zoals Sloterdijk suggereert? Mij bekruipt het gevoel dat, door die vragen te negeren, je met terugwerkende kracht precies dat doet waarvan je de massa beticht. Je beschouwt mensen niet langer als individuen van vlees en bloed, met hun eigen geschiedenissen. Ze gaan op in dat eenvormige monster. De twintigste eeuw: je had massa’s, en die maakten massa’s slachtoffers. Waarom? Omdat het massa’s waren. Laat ik één alternatieve verklaring opwerpen. Hoe zit het met de mogelijkheid dat die mensen zich verenigden uit overtuiging, vanuit oprechte onvrede, om wille van een betere toekomst? Ik weet het, het is ver gezocht. Maar ook in het straatarme, feodale, door dood en verderf geteisterde Rusland van tijdens de Eerste Wereldoorlog moeten sommige mensen klachten hebben gehad over hun omstandigheden.

Een paar weken na het festival zie ik bij de vpro een documentaire over de terugkerende populariteit van Stalin in Rusland: In the Wake of Stalin. In een scène bladert een medewerker van Memorial, een organisatie die aandacht vraagt voor de stalinistische terreur, door een kaartenbak met slachtoffers uit die tijd. Ik moet onmiddellijk terugdenken aan de film van Shub. Al die gezichten in zwart-wit die je aankijken. En jij, die het in 2014 ziet, weet dat deze individuen ten dode zijn opgeschreven.

Dit zijn de echte onschuldigen in Rusland. Het is verleidelijk een rechte lijn te trekken van de gezichten van de Romanov-clan naar die van de slachtoffers van Stalin. Sloterdijk zou het waarschijnlijk doen. Maar beter begrijpen doe je de tussenliggende geschiedenis daarmee niet. Tussen die gezichten – bij de ene groep zijn ze vol en verzorgd, bij de andere magerder – gaapt een kloof vol gesneuvelde dromen, bedrogen idealen en verstikte hoop. Daar zie je uiteraard niets van terug in Shubs propagandafilm. Jammer dat die kloof ook bij Sloterdijk is uitgewist.


Koen Haegens is politicoloog en journalist. In 2013 verscheen zijn boek Neem de tijd

Beeld: Een groep Russen tijdens een begrafenisceremonie voor de slachtoffers van de Russische Revolutie, 23 maart 1917 (Corbis).