Sluipenderwijs

De discussie over de noodhulp aan Ierland laat zien dat de regering de oppositie nodig heeft, en dat het tussen de oppositiepartijen niet botert.

ONLANGS STUURDE werknemersorganisatie FNV een brandbrief aan de Tweede Kamer en een afschrift daarvan aan CDA-minister Jan Kees de Jager van Financiën en zijn partijgenoot staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken. Of ze wel in de gaten hadden dat de door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen om in de toekomst meer grip te krijgen op de financiën van de lidstaten en daarmee op de euro kunnen leiden tot oekazes vanuit Brussel dat Nederland zijn lonen moet matigen, zijn ontslagrecht moet versoepelen of moet gaan sleutelen aan de hypotheekrenteaftrek. Voorwaar tot nu toe bij uitstek binnenlandse aangelegenheden, die ook nog eens zeer gevoelig liggen in de Nederlandse politiek.
U denkt misschien dat dit soort Europese bemoeienis alleen mogelijk zal zijn bij Griekse of Ierse toestanden. Maar volgens de FNV is dat niet zo. De Europese Commissie zou met haar voorstellen voor de versterking van het Stabiliteit- en Groeipact niet alleen tussenbeide mogen komen als Nederland zijn financieringstekort tot onoorbare hoogte heeft laten stijgen of de staatsschuld de pan uit heeft laten rijzen, maar ook als Nederland financieel braaf zou zijn.
In haar brief legt de FNV uit wat de maatregelen van de Europese Commissie precies behelzen. Zoals zo vaak zit het venijn in de technische details. Of juist de pracht, als je voor meer Europese sturing zou zijn. Sleutelzin in de FNV-brief is daarom deze: ‘Zonder maatschappelijk debat lijkt de Commissie hiermee sluipenderwijs een stok in handen te krijgen waarmee zij lidstaten om de oren kan slaan op beleidsterreinen waar zij nadrukkelijk geen competentie heeft.’
Sleutelwoorden in die zin: zonder maatschappelijk debat en sluipenderwijs. Het zijn eigenlijk de woorden die altijd al aan de Europese Unie kleven, die de Nederlandse burger een aantal jaar geleden mede aanzetten tot een nee tegen de Europese Grondwet en die nu weer extra actueel zijn, omdat de eurocrisis noopt tot in der haast genomen maatregelen die opnieuw verstrekkende, mogelijk onvoldoende doordachte dan wel bewust onderbelichte gevolgen kunnen hebben. Zoals verlies aan soevereiniteit binnen de eigen landsgrenzen. Is dat wat Nederland, wat de Haagse politici in meerderheid willen? Dan toch graag eerst een goed debat.
De PVV van Geert Wilders zal er niet voor zijn, voor meer Europese integratie en Europese bemoeienis. Zoals de PVV nu al niet is voor noodhulp aan de Ieren. Wat het tijdelijke noodfonds en het mogelijk in de toekomst in te stellen permanente Europese noodfonds betreft, zal het minderheidskabinet het moeten doen zonder de gedoogsteun van de PVV. En daarvoor dus afhankelijk zijn van oppositiepartijen. Zoals de regeringspartijen VVD en CDA dat ook zijn als het gaat om andere grote onderwerpen, zoals de definitieve aanschaf van het alweer duurder geworden gevechtsvliegtuig JSF- ook al worden dat er mogelijk minder - of de uitzending van een politiemissie naar Afghanistan.
Dat plaatst de oppositiepartijen telkens weer voor een dilemma: wanneer samen te werken met het minderheidskabinet en moet daar dan iets tegenover staan? Vorige week bleek hoe ingewikkeld dat is en hoe verschillend oppositiepartijen daarover kunnen denken. Onderwerp was de toekenning van noodhulp aan Ierland.
Formeel had minister De Jager daarvoor de goedkeuring van de Tweede Kamer niet meer nodig. Die had hij al binnen toen de Kamer ja zei tegen het noodfonds zelf. Toch greep de PVDA bij monde van financieel woordvoerder Ronald Plasterk de gelegenheid aan om de minister duidelijk te maken dat deze (in mijn woorden) niet selectief kan komen shoppen bij de sociaal-democraten. Wel nu om instemming van de oppositie vragen en straks ook als de Kamer moet beslissen over een permanent Europees noodfonds, maar de oppositie dan natuurlijk weer links laten liggen en leunen op de PVV als er bezuinigd moet gaan worden. Daarom wilde de PVDA dat De Jager nu al zou zeggen dat, mochten de Ieren het geld uit het noodfonds niet terugbetalen de financiële gevolgen daarvan niet zullen worden afgewenteld op Nederlanders met lage en middeninkomens.
GroenLinks en D66 spraken er schande van. Je kunt Ierland en daarmee de euro nu toch niet door het ijs laten zakken door dit soort voorwaarden te stellen, vonden zij. Ze noemden het onverantwoord, want als Ierland onderuit gaat, zijn de gevolgen voor de Nederlandse belastingbetaler veel groter dan wanneer de Ieren hun geld straks niet aan ons terugbetalen. De PVDA speelt een partijpolitiek spelletje!
Dat laatste verwijt buiten beschouwing gelaten, hadden GroenLinks en D66 formeel gelijk. Maar dat maakt de positie van de oppositiepartijen juist zo ingewikkeld: ze kunnen op dit dossier geen nee zeggen omdat zij vinden dat de gevolgen desastreus zouden zijn, maar daardoor weet het kabinet dat het bij hen gratis kan komen shoppen en de PVV even niet nodig heeft.
Dat zou bij de Ierse noodhulp sluipenderwijs zijn gegaan als de PVDA niet was gaan roepen, eerst in de media en toen in de Tweede Kamer zelf. Of GroenLinks en D66 vooral die volgorde en al die aandacht niet leuk vonden, moeten ze voor zichzelf bepalen. Zo goed botert het immers niet tussen de oppositiepartijen sinds de oproep van GroenLinks-leider Femke Halsema tot meer progressieve samenwerking en haar opmerking dat die bemoeilijkt wordt door de twee zielen in de PVDA-borst.
Maar het is wel door acties als de brandbrief van de FNV en de oproep van de PVDA dat de buitenwereld ziet dat er meer aan de hand is dan op het eerste oog lijkt. Zoals het zonder debat weggeven van binnenlandse bevoegdheden aan de Europese Unie. Of het leunen van het minderheidskabinet op de steun van de oppositiepartijen als het om grote, wezenlijke beslissingen gaat, omdat gedoogpartij PVV dan niet thuis geeft.