Ger Groot

Smaad

«Uitgeven gebeurt altijd tegen de klippen op», zei Jan Mets de afgelopen week op een door het Nederlands Productie- en Vertalingenfonds belegde internationale boekenconferentie – en daarin lijken de feiten hem flagrant ongelijk te geven. Meer boeken dan ooit worden gepubliceerd, meer worden er verkocht – en die zullen niet allemáál ongelezen de boekenkast ingaan. Megaconglomeraten halen beursgenoteerde megawinsten en met kleinere uitgeverijen als Mets & Schilt gaat het over het algemeen gesproken ook niet slecht.

Behoort Mets’ klacht tot de treurtraditie die het boekenvak gemeen heeft met de boerenstand, die iedere oogst ofwel ziet mislukken ofwel door _over_productie de bedelstaf nabij ziet komen? Of klinkt er de heroïek in door waarin uitgevers aanschurken tegen een intellectuelendom dat zich steevast bedreigd voelt door beschavingsverval, teruglopende leescultuur en verdomming in het algemeen?

Het is van allebei een beetje, denk ik – maar voor dat gat was Mets niet te vangen. Tegen de klippen op publiceren betekent ook: de tendensen weerstaan die het denken en de opinies precies die ene richting op dwingen waarin de best verkopende titels van de weeromstuit hun woekerwinsten beloven. Aan die verleiding valt gemakkelijk toe te geven, vooral wanneer je een uitgever bent met opgelegde streefcijfers – of die gebukt gaat onder de eeuwige dreiging van faillissement die door niemand hoeft te worden opgelegd omdat ze dat zelf wel doet.

De prijs voor die koppigheid kan hoog zijn, maar niet alleen in negatieve zin. Plots kan een tegen de klippen op uitgebracht boek een winner blijken, aldus Mets, waarop het publiek bleek te hebben zitten wachten zonder dat het dat wist. Zo duiken uit de obscuriteit van bijna altijd kleine uitgeverijen soms de wonderverhalen van het vak op – met Harry Potter als absolute referentie en Mets’ eigen Vredeskalender, in de jaren tachtig met de moed der wanhoop uitgebracht, als bescheiden Nederlandse tegenhanger.

Verrassingen zijn er in alle genres, maar ook de dreiging komt uit onverwachte hoek. Olivier Rubinstein lijdt als hoofduitgever van de Franse Editions Denoël (deel van de Gallimard-groep) niet onder enige marginaliteit – maar ziet de speelruimte van zijn non-fictieboeken niettemin steeds kleiner worden. Zodra zijn auteurs zich begeven op het terrein van de macht staat het rechtssysteem klaar om bij de uitgaven van kritische biografieën of penetrante onderzoeksjournalistiek een spaak in het wiel te steken. De wetten tegen smaad en belediging vormen een almaar handzamer instrument van politieke en financiële bovenbazen om onwelgevallige onthullingen uit de boekhandel te weren.

Het hoeven niet alleen opvallende titels te zijn, zoals de schandaalkroniek Ben Laden: La verité interdite van Guillaume Dasquié en Jean Charles Brisard (Denoël), die de uitgeverij in ieder land waar het boek uitkwam op aanklachten van een met name genoemde Saoedische geldschieter kwam te staan. Ook een obscure financieringsorganisatie in Luxemburg wist het onthullende boek Révélation$ van Denis Robert en Ernest Backes (Arènes) met steeds weer hernieuwde aanklachten het leven zuur te maken.

Kloppen hoeven die klachten niet eens. De hinder en kosten van een dreigende reeks rechtszaken zijn vaak al voldoende om een uitgeverij tweemaal extra te doen nadenken. Uit voorzorg, zo vertelde Rubinstein, wordt iedere riskante bewering inmiddels bij voorbaat geherformuleerd in de voorwaardelijke wijs, wat een zekere immuniteit geeft. In het ergste geval worden de feiten van de onderzoeksjournalistiek verstopt in een tot fictie omgewerkt boek – en verschijnt de aanklacht, zoals ten tijde van Balzac, in de vorm van een min of meer doorzichtige sleutelroman.

In navolging van Engelse en vooral Amerikaanse uitgeverijen ziet ook het Franse boekenvak daardoor een steeds groter deel van het budget wegglijden naar juridische kosten. Rechtszaken zijn daardoor vaak niet eens meer nodig. Preventieve controles waarin dure advocaten speuren naar passages die zouden kunnen leiden tot een smaadproces drukken steeds zwaarder op de kosten en vormen een preventieve censuur – noodgedwongen toegepast door de uitgever zelf. Het boekenvak blijft een riskante business.