De opening van Modern Tate

Smaakvol spektakel aan de Theems

Met glitter en glamour werd afgelopen week Modern Tate geopend. Eindelijk heeft Londen een groot museum voor moderne kunst, net iets mooier en moderner dan het Centre Pompidou in Parijs.

  1. Het gebouw

    Op 12 mei zette Tate Modern zijn deuren open voor het publiek. De dag ervoor werd deze dependance van de oude Tate Gallery met veel fanfare geopend door koningin Elizabeth, een opening die ook live te volgen was op de bbc. Onder de tweeduizend genodigden bevond zich de crème de la crème van de Britse kunst- en popwereld: David Hockney hief een glas met David Bowie en Damien Hirst, terwijl verderop de camera’s niet genoeg konden krijgen van een onderonsje tussen Tony Blair en Madonna. Volgens het protocol maakte Elizabeth zich na de officiële plichtpleging snel uit de voeten. Kennelijk wilde men de koningin een gesprekje besparen met de Turner Prize-winnares Tracey Emin over haar beruchte bed vol vlekken.
    Alle fanfare rond de opening geeft al aan dat Londen dit nieuwe museum serieus neemt. Met deze Tate Modern, die alle buitenlandse kunst uit de oude Tate Gallery zal herbergen, heeft Londen nu eindelijk zijn eigen equivalent van het Centre Pompidou. Sterker nog, Tate Modern is op het eerste gezicht veel indrukwekkender dan zijn Parijse tegenvoeter. Op de zuidoever van de Theems ligt het recht tegenover St. Paul’s Cathedral, terwijl het Pompidou eerder lijkt weggemoffeld in de nauwe straten achter de Seine. Ook de vergelijking met het imposante Guggenheim Museum in Bilbao gaat niet op. Anders dan het Guggenheim, dat meer op een Amerikaanse implantatie lijkt, past Tate Modern precies in zijn omgevingomdat voor het nieuwe gebouw het nagenoeg intact gebleven omhulsel van een al bestaande krachtcentrale is gebruikt.
    Van buiten is de oude elektriciteitscentrale, die hier sinds 1961 staat, van een bijna Teutoonse strakheid. Compleet met een toren die haast even hoog is als de koepel van de St. Paul. Maar binnen hebben de Zwitserse architecten Herzog en De Meuron een prachtig evenwicht tussen groots en intiem aangebracht; tussen ruimtes waarin je je overweldigd voelt en kleine zalen waarin je in alle rust een relatie met de opgehangen werken kunt aangaan.
    De eerste betreding van het gebouw zul je niet licht vergeten. Langs een breed en hellend vlak daal je af naar de centrale hal die de afmetingen van een dorpsplein heeft. Het lijkt wel alsof de straat buiten zich gewoon voortzet binnen de muren van het museum. Tot je beseft dat zich boven je hoofd de poten van een reusachtige spin bevinden. Iets verderop loop je tegen drie hoge, stalen constructies op, torens waar je via wenteltrappen op kunt klimmen. Wie dat doet komt bovenin niet alleen zichzelf tegen in de daar opgestelde spiegels, maar staat ook oog in oog met de zalen op de hogergelegen verdiepingen. De spin en de torens zijn ontworpen door de Frans-Amerikaanse kunstenares Louise Bourgeois, die deze werken zelf misschien nooit zal kunnen zien omdat ze met haar 88 jaar niet meer wil reizen. Haar constructies blijven hier tot 31 december staan. Tate Modern wil elk jaar een kunstenaar uitnodigen om een of meer kunstwerken te ontwerpen voor deze gigantische Turbine Hall.
    Ook wie niet van moderne kunst houdt, kan in dit gebouw aan zijn trekken komen. Alleen al deze Turbine Hall is een bezoek waard. Maar er is meer. Wie zich in dertig seconden door de lift naar de bovenste verdieping laat vervoeren, wordt getrakteerd (letterlijk: want de toegang is gratis) op een schitterend panorama van de skyline op de Theems-oevers, en ziet dat kleine mannetjes beneden een voetgangersbrug bouwen die recht van St. Paul’s Cathedral naar de Tate leidt: het nieuwe spoor voor toeristen.
    Toeristen heeft Tate Modern nodig. Er wordt gerekend op twee miljoen bezoekers per jaar, die weliswaar gratis het gebouw in mogen, maar van wie wordt verwacht dat ze ook iets zullen besteden in de boekhandels en de restaurants. De Tate gaat voor het eerste jaar uit van een uitgavenbudget van twaalf miljoen pond. De helft daarvan wordt door de regering, deels via lottogelden, gesubsidieerd. De andere helft zal uit eigen inkomsten, waaronder sponsoring, moeten worden gefinancierd.
    De bouw zelf (kosten: 134 miljoen pond) is voor het grootste gedeelte door de staat en ge ïnteresseerde sponsors gefinancierd. De Tate heeft er in elk geval geen Picasso of Matisse voor hoeven verkopen. Achterliggende gedachte daarbij is dat Tate Modern bezoekers naar de relatief arme wijk Southwark zal weten te lokken. In de directe omgeving van de Tate zijn nu al ettelijke galeries en winkels geopend en dat kan geen toeval zijn. Het is overigens bewonderenswaardig dat het project op tijd klaar was, en ook nog eens binnen het geplande budget. Toen ik het gebouw onlangs bezocht, hingen hooguit een paar deuren nog niet op hun plaats.


    Wat gaat Tate Modern tonen? Alle buitenlandse werken zijn uit de oude Tate Gallery naar het nieuwe museum overgeheveld: Cézanne, Monet, Bonnard, Picasso, Dalí, Mondriaan, Matisse, Rothko, Warhol, Beuys en vele anderen. Maar er zullen ook werken van Britse kunstenaars te bewonderen zijn. Daarnaast zijn er ruimtes voor speciale tentoonstellingen, kleine en grote, eigentijdse en retrospectieve. Tate Modern wil niet alleen exposities organiseren die een lange voorbereidingstijd vergen, maar ook snel kunnen inspelen op eigentijdse trends.
    De inbreng van de Britse kunst kan constant worden gewijzigd. Tate Modern beschikt immers over het grote arsenaal van Britse kunstwerken dat eigendom is van wat vanaf nu Tate Britain heet en dat in de oude gebouwen aan de Millbank gehuisvest blijft. Tate Modern beperkt zich tot kunst vanaf 1900, terwijl Tate Britain Britse kunst uit de laatste zes eeuwen in zijn bezit heeft. Tegelijkertijd heeft Tate Britain nu veel meer ruimte om zijn Britse collectie te laten zien.
    Londen heeft eindelijk zijn eerste grote museum voor moderne kunst, dat zich kan meten met grote musea als het Pompidou en het Museum of Modern Art in New York. Toch zijn er al stemmen die beweren dat de opzet en ligging wel eens voor een Disney-effect kunnen zorgen. En dat Tate Britain, bij alle hype rond Tate Modern, beschouwd zal gaan worden als een stoffige tempel van antieke Britse kunst, die bleek afsteekt bij de eigentijdse opwinding die zich rond zijn jongere maar veel grotere broertje afspeelt. De winst van Tate Modern zou best het verlies van Tate Britain kunnen worden.

    2. Het gesprek

    «Tate Modern moet proberen een evenwicht te vinden tussen het belangrijke, traditionele museum dat we kennelijk zijn, en de beweeglijkheid van bijvoorbeeld een Duitse Kunsthalle, die veel meer kan inspelen op eigentijdse tendensen. Hier bij Tate Modern zijn we nu al bezig met tentoonstellingen die we pas in 2004 kunnen tonen en die veel research en samenwerking vergen. Maar ik vind dat we ook ruimte moeten kunnen geven aan dingen die zich ineens voordoen. Daarom hebben we in dit gebouw ook zalen voor kleinschalige, snelle projecten ingericht. Ook een kolos moet zich af en toe snel kunnen bewegen.»
    Aan het woord is Lars Nittve, de Zweedse directeur van Tate Modern. Nittve (Stockholm, 1953) heeft een bliksemcarrière in de museumwereld gemaakt. Amper dertien jaar geleden begon hij als curator in Stockholm, in 1995 werd hij directeur van het Louisiana Museum bij Kopenhagen en twee jaar geleden lijfde de Tate Gallery hem in. De man lijkt geknipt voor zijn baan. Nittve heeft zowel kunstgeschiedenis als economie gestudeerd en schreef kunstkritieken voor Zweedse dagbladen en het Amerikaanse Art Forum.
    «Toen Tate me vroeg heb ik geen moment getwijfeld. Ik kende de collectie op papier en ook toen al vond ik die een van de belangrijkste ter wereld. In de oude Tate Gallery ontbrak de ruimte om veel van die collectie te tonen. Maar nu ik een groot deel ervan - want het is lang niet alles - in dit gebouw bij elkaar zie, weet ik dat ik de juiste beslissing heb genomen.»
    Toch zijn er belangrijke hiaten in de collectie van de Tate. Uit de tijd van het vroege modernisme bijvoorbeeld.
    «Je kunt niet één verhaal over de moderne kunst vertellen. Dat verhaal kent zoveel uitweidingen dat je de draad van het verhaal sowieso kwijtraakt. Wij vertellen sommige van die uitweidingen beter dan andere, in ons geval het surrealisme of de conceptuele kunst. Maar dat geldt voor vele musea. Waarmee ik niet wil zeggen dat door directionele fouten in het verleden niet alert genoeg is gereageerd op ontwikkelingen in de kunst. Het omgekeerde kan ook. Door persoonlijke relaties met bijvoorbeeld David Sylvester en Sir Roland Penrose heeft de Tate veel werken van Giacometti en de surrealisten kunnen aanschaffen. Het leert ons alleen maar dat we veel alerter moeten zijn op wat zich onder onze ogen voordoet. Gelukkig zijn er nu veel meer curatoren dan vroeger. »
    U heeft ervoor gekozen de werken thematisch op te hangen. Daarmee kun je de hiaten natuurlijk veel meer verdoezelen dan wanneer je de werken chronologisch en naar scholen zou tonen.
    «Dat klopt, maar dat is toch niet onze beweegreden geweest. We willen vooral laten zien dat er door de tijden heen onverwachte overeenkomsten zijn te signaleren of juist dat kunstenaars dezelfde problemen van bijvoorbeeld perspectief heel anders oplosten. We hopen daarmee te bereiken dat mensen niet alleen verbanden gaan leggen, maar ook anders gaan kijken.»
    Toch onderbreekt u de thematische zalen constant met zalen waarin het werk van slechts één kunstenaar is te zien.
    «Wij, en ik denk ook de bezoekers, hebben rustpunten nodig. Het zou te vermoeiend zijn om door die omvangrijke collectie heen constant verbanden tussen verschillende kunstwerken te plaatsen. Nu leggen we de bezoekers af en toe een kleine retrospectieve van het werk van één kunstenaar voor. Waarin trouwens ook vreemde verbanden zijn aan te wijzen omdat het soms om werken gaat die in tijd ver uit elkaar liggen. Dat is hetzelfde op een andere manier. We waren oorspronkelijk van plan die thematische rangschikking vijf jaar te handhaven, hoewel we binnen die rangschikking individuele schilderijen kunnen verwisselen. Maar er is onder de curatoren nu al een discussie ontstaan of we dat wel moeten doen. Het mag ook geen dogma worden.»
    Hoe bepalen u en uw curatoren welke Britse kunstenaars uit Tate Britain tijdelijk naar Tate Modern moeten worden overgeheveld?
    «Hun belangrijkheid, maar voornamelijk hun functioneren binnen de thema’s. We zijn in de gelukkige positie dat we eindeloos kunnen putten uit de collectie van Tate Britain. Daardoor kunnen we ook de ophanging in de thematische zalen constant opfrissen. Zo hangen de meeste schilderijen van David Hockney nu in Tate Britain. Ik sluit niet uit dat ze over een jaar voornamelijk hier hangen, al weet ik nog niet in welke zalen.»
    Sir Nicolas Serrota, de directeur van alle Tate-musea, beweert dat de Britse kunst een belangrijke rol heeft gespeeld in de twintigste eeuw. Bent u het daarmee eens?
    «Nee. Nicolas en ik zijn het daar op een lacherige manier over oneens! Mijn mening is dat de Britten tot ongeveer 1980 geen enkele belangrijke stroming hebben voortgebracht. Wel zijn er - typisch Brits - belangrijke individuele kunstenaars geweest: Bacon, Moore, Hamilton, Hockney. Eigenzinnigen die het klimaat naar hun hand zetten. Pas in dit laatste decennium zie je dat de groep rond Damien Hirst van grote invloed is geweest, al dan niet dankzij Saatchi. Ik vind dat niet per se een slechte ontwikkeling, zoals de meesten van mijn mede-Europeanen. Ze worden door de pers tot groep gebombardeerd, maar in mijn ogen opereren ze even individualistisch als hun voorgangers. Bovendien denk ik dat de rockstatus die hen is aangewreven veel heeft gedaan voor de emancipatie van de kunst bij media die er vroeger geen belangstelling voor hadden. Dat is tijdelijk, ik weet het, maar het is aan een museum als Tate Modern om die tijdelijkheid wat te rekken.»



    3. De collectie

    De oude Tate Gallery was veel te klein geworden om de twee collecties te herbergen. Het gevolg was dat je van beide slechts een onbevredigend klein deel te zien kreeg. In de gigantische ruimte van het pasgeopende Tate Modern is nu een aanzienlijk deel van de internationale collectie ondergebracht. Bezoekers krijgen nu niet alleen de speciaal voor toeristen gekozen hoogtepunten te zien, maar ook werken van minder bekende kunstenaars als Boltanski, Bruning, Corinth, Orozco, Schad, Spencer en Winters. Dat betekent dat er veel meer verrassingen te beleven zijn dan in het oude gebouw.
    In de meeste musea worden de kunstwerken in een min of meer chronologische volgorde gepresenteerd. Wat de suggestie wekt dat kunstenaars eigenlijk één grote familie vormen en door hun onderlinge beïnvloeding bewust naar een apotheose toewerken. Een valse voorstelling van zaken. Een schilder als Francis Bacon - aan wie in Tate Modern een speciale zaal is gewijd - interesseerde zich nauwelijks voor «de evolutie in de schilderkunst». Bacon pikte hier en daar toevallige invloeden op en daarin is hij onder zijn collega’s zeker geen uitzondering.
    Tate Modern kiest daarom voor een thematische in plaats van een chronologische presentatie. Het voordeel van die aanpak is dat daarmee onverwachte overeenkomsten worden blootgelegd. Je zou de curatoren van Tate Modern kunnen vergelijken met dj’s die samples uit de kunstgeschiedenis gebruiken om een eigen statement te maken. Dat straalt een voor een museum ongekende energie uit. Maar het heeft voor- en nadelen. Zo zijn er zalen waarin de associaties van de curatoren die van de gemiddelde bezoeker niet overtreffen. Ik word niet verrast door collages van Schwitters die naast collages van Picasso hangen, of doordat de schroothopen van Jean Tinguely en Jasper Johns in één zaal zijn samengebracht. Maar ik word wel verrast door de confrontatie van een van de waterlelie-doeken van Monet met de landscape art van Richard Long. En meer nog door een zaal waarin Matisse een relatie met Marlene Dumas aangaat.
    Van Matisse hangen er vier bronzen naakten, sculpturen, al lijken ze door hun platheid op schilderijen. Allevier laten ze de naakte rug van een vrouw zien. In het eerste werk zien we nog een diepe groeve die de ruggengraat moet voorstellen; in het tweede bedekt een halve vlecht de ruggengraat; in het derde en vierde wordt de groeve geheel overschaduwd door de vlecht van de vrouw. De steeds langer wordende vlecht suggereert het verstrijken van de tijd, maar laat intact dat Matisse deze rug vooral als een compositie van vormen zag.
    Dat kun je in eerste instantie niet zeggen van de inkttekeningen van Dumas die er tegenover hangen. Het zijn zes Maria Magdalena’s, deels geïnspireerd op de spichtige gedaante van Naomi Campbell maar ook verwijzend naar de Magdalena-figuren in Vlaamse primitieve schilderijen. Het verschil met Matisse is dat Dumas’ vrouwen van voren zijn afgebeeld. De overeenkomst is dat haarstrengen de borsten van Dumas’ naakte meisje bedekken, terwijl ze bij Matisse de kwetsbare ruggengraat geleidelijk aan het oog onttrekken. Bij Matisse wint de compositie het van de schaamte. Bij Dumas wint de schaamte het van de compositie, al zal zij in latere werken de schaamte volledig overboord zetten.
    Zulke ontdekkingen zijn er wel meer te beleven in de zalen van Tate Modern. Bij Gilbert & George zie je ineens onvermoede overeenkomsten met Mondriaan, bij Fischli denk je dat de werklieden hun gereedschap zijn vergeten mee te nemen. Na een tijdje ga je een patroon zien. Eigenlijk volgen de dj-curatoren van het museum een surrealistisch principe: ze zetten uiteenlopende objecten tegenover elkaar, soms om een overeenkomst te suggereren, dan weer om een botsing te forceren.
    Tate Modern mikt op spektakel, zij het op een timide en smaakvolle variant van spektakel. Het kan geen toeval zijn dat je je als bezoeker bij elke zaal afvraagt: «Wat nu weer?» De curatoren sturen je doelbewust naar die vraag toe en ik moet toegeven dat het werkt. Maar wat als je - anders dan de gemiddelde toerist - vaker wilt terugkeren? Gaan de aangereikte suggesties dan niet irriteren? Misschien dat directeur Lars Nittve daarom benadrukt dat de opstelling ook in de nabije toekomst constant moet veranderen.

    Tate Modern, Bankside, London E1.
    Dagelijks van 10 tot 18 uur.