Smelt op je tong

Losse, ietwat scheve zinnetjes, die lees ik het liefst. Korte stukjes tekst, flarden uit de krant, reclames, kleine mededelingen uit nieuwsbrieven – liefst die op een zaterdagmiddag in elkaar zijn geniet in de sportkantine of thuis bij Wilma van de Viltkontaktgroep: ‘Uit Duitsland horen we immers nooit zoveel over de viltgebeurtenissen aldaar. En ook daar, gebeurt best het één en ander!’
Als ik poëzie lees, heb ik meestal ook aan een paar woorden genoeg. Eén zin moet mijn oog aan een vishaak slaan om me vervolgens het gedicht in te trekken. Tonnus Oosterhoff is zo’n zinnenschrijver. Sla een bundel open en ze komen je tegemoet gewandeld: ‘Vandaag zag ik in de Lange Wierszstraat/ Job Rengeling lopen. Dat kan niet/ want Job is al vier jaar dood.’
Twee wat achteloze en tegelijkertijd trieste zinnetjes, waarbij ik desondanks meteen een lach voel op-komen. Hop, het gedicht heeft me te pakken: waar is de Lange Wierszstraat, wie is Job Rengeling, waar gaat dit heen? Het gedicht mondt uit in een dialoog óver het gedicht, ene Wally geeft haar mening over bovenstaande regels: ‘Wel goed, wel ontroerend,/ maar tijdgebonden en te persoonlijk.’ Weer zo’n zin, niet mooi, in een andere context misschien zelfs lelijk. Maar hier past-ie precies, die licht melige toon om die grote woorden.
Oosterhoff heeft van het gedicht, Kritiek, ook een bewegende versie gemaakt. Het ‘bewegende gedicht’, waarvan Oosterhoff wel de uitvinder genoemd mag worden, is een genot voor de zinnenlezer. Bekijk bijvoorbeeld eens Slechte adem in de mist – waar haal je zo’n idiote titel vandaan; voel hoe die paar woorden de zintuigen beroeren – en zie hoe door het langzaam verschijnen en verdwijnen van geïso-leerde woorden en regels op het scherm een perfect helder gedicht ontstaat. Waarom krijg ik daar kip-penvel van? Omdat het even prikt misschien, even knetterende kortsluiting veroorzaakt.
Het meest recente bewegende gedicht is Wat moet ik ervan zeggen?, een soort readymade, Oosterhoff gebruikt de stem van de honderdjarige Theo Tukker uit een radiodocumentaire. We horen de oude man praten, terwijl wat hij zegt woord voor woord op het scherm verschijnt: ‘Ik sta op en, ja, ja, ik ga bewerk-stelligen wat ik heb gedaan enzovoorts. en ik denk nou, Theo, dat moet je maar doen.’ Hoewel krakend, klinkt de oude man monter. Hij zegt niet zo veel en zegt zo eigenlijk alles. Regels om van te smullen. Nee, nippen is een beter woord. Meer kun je ook niet doen bij Oosterhoffs bewegende gedichten. Voor je er goed en wel van geproefd hebt, zijn de woorden al weer opgelost. Het smelt op je tong, werd ooit over een of ander chocolaatje gezegd. Zoiets gebeurt ook hier. Zo’n kleine sensatie. www.tonnusoosterhoff.nl, er is ook een nieuwsbrief.

Ware grootte, Querido, 59 blz., € 16,50