Smeltend Droste

Er staat iemand op het toneel. Die speelt een kunstzinnige mevrouw. Die vroeger misschien naar Oerol ging. Of zelf kunst maakte. Maar die nu iets faciliteert, waardoor ándere mensen kunst kunnen genereren.

In dat enge dieventaaltje spreekt ze ook. Zij (overigens gespeeld door een hij, er is dus sprake van travestie) spreekt een bijeenkomst toe. De ‘hij’ die speelt legt er een subtiel commentaar onder. Vroeger noemden we dat camp, maar dat begrip is zoekgeraakt. Ik denk dat de uitvoerders ironie bedoelen. Dat is: ‘inkleding der gedachten waarbij men het tegendeel zegt van wat men eigenlijk te verstaan wil geven’ (Van Dale). Maar dat kan het ook weer niet zijn. Want hoewel de acteur inderdaad letterlijk is ingekleed in het personage (travestie), wijst het subtiel bedoelde commentaar naar een intense haat tegen het afgebeelde type ‘kunstmevrouwen’. En daarmee is de ironie volgens mij naar god.

Ander voorbeeld. Een dansante jongen met een Koos Koets-pruik en een masteropleiding in iets kunstzinnigs gaat tijdens een auditie op bevel van een chef (die backstage is, maar via een camera op scherm te zien) geheel uit de kleren, fabriceert iets met rietjes waardoor hij een Wagner-partij in zijn anus kan blazen. De jongen is bloedserieus. De auditie-chef is hier de drager der klaarblijkelijk nagestreefde ironie. Die echter door diens intonatie vakkundig naar de ratsmodee wordt geholpen. Twee scènes uit de voorstelling We Are Your Friends van De Warme Winkel, gemaakt met Europees geld voor Europese podia. Door mij gezien in Frascati.

De kortsluiting tussen mij en het podium was catastrofaal. Ik begreep alles. Tot in werkelijk iedere uithoek vezel gimmick van deze voorstelling. En ik dacht steeds: maar dat kán het niet zijn. Dat kúnnen ze godsonmogelijk bedoelen. Want dat is té… (vult u maar in: banaal, lullig, goedkoop) voor deze mij redelijk bekende artiesten. Om mij heen werd ondertussen veel gelachen. Terwijl dát nu juist een psychosomatische reactie was waar ik zo ongeveer als allerlaatste aan dacht.

Vóór op de speelvloer stond een pot met het subsidiegeld dat deze avond aan het kosten was. Daaruit mocht op aanwijzing van de bedenkers van dit alles (zogenaamd afwezig, maar via camera’s op scherm getoond) door de uitgenodigde ‘kunstenaars’, allemaal nagespeeld dus, worden gebunkerd. Aan het eind was er nogal wat over. En werd er aan ons gevraagd of wij nog ideeën hadden voor de besteding. Aangezien er net een duo zeer slecht nagespeelde Joegoeslavische ladelichters was langs geweest, zat mijn keel dichtgesnoerd. Dus kon ik mijn cri de coeur (‘ga in de feestwinkel leuke ideeën voor jezelf kopen, maar laat ons in vredesnaam met rust’) niet uitbrengen, omdat mijn tong van ellende vastgekoekt zat aan mijn gehemelte.

In de krant las ik dat We Are Your Friends (zelden zo’n lelijke leugen in een titel aangetroffen) onder toeschouwers ‘haters én lovers onder één publiek oogst’ (écht waar? joh!). En dat hun stijl misschien als ‘naïef cynisme’ kan worden omschreven. Wat mij zoiets lijkt als: kurkdroge regen. Ik kwam trouwens zelf ook op heel melige reacties. Zoals dat de Warme Winkelaars een Droste-chocolade-nering zijn begonnen. Maar helaas pindakaas! Die is helemaal gesmolten!

Sodemieter toch op!

Deze week nog in Theater Kikker Utrecht