Smeltkroesleed

Chang-rae Lee, Native Speaker. Uitgeverij Granta Books, 324 blz., 6.99
Het klassieke Amerikaanse migrantenverhaal is vaak verteld; immigrantenkinderen die heen en weer geslingerd worden tussen twee culturen hebben bij elkaar een flinke boekenkast volgeschreven. De jonge Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-rae Lee weet met zijn ambitieuze debuut Native Speaker toch een nieuw verhaal te vertellen. Ambitieus, omdat hij in feite drie romans in een heeft geschreven: een spionageroman, een roman over de smeltkroes die Amerika is, en een huwelijksdrama.

De verschillende romans hangen nog ingenieus samen ook: Native Speaker gaat bovenal over de zoektocht van de jonge Koreaans-Amerikaanse Henry Park naar zijn identiteit. Henry is de enige zoon van Koreaanse immigranten. Zijn vader heeft een kruidenierswinkel en leidt het gebruikelijke immigrantenleven: hard werken, flink sparen en diep geloven in de belangrijkste religie van Amerika: het kapitalisme. Hij wordt eigenaar van meerdere winkels, koopt een huis in een suburb en ruilt zijn Koreaanse kennissen in voor Amerikaanse drinkvrienden.
Voor zoon Henry is het veel moeilijker om een echte Amerikaan te zijn. Waar zijn ouders hopen, schaamt hij zich. Hij hoort maar al te goed dat zijn vader een bonkig Koreaans-Amerikaans praat, hij ziet dat de meeste Koreanen nog lang geen Amerikanen zijn. Zijn beroep weerspiegelt zijn worsteling met zijn identiteit. Henry werkt voor een schimmige firma die voor anonieme klanten informatie verzamelt over personen, hij werkt zogezegd als spion. Zichtbaar onzichtbaar moet hij zijn, zijn identiteit achter een neutraal masker verbergen. Ronduit cynisch is het dat Henry’s firma bij voorkeur ‘minderheden’ inzet: hun blanco identiteit maakt ideale infiltranten van hen.
Zie daar het spionageverhaal: Henry moet in Native Speaker infiltreren bij de lokale politicus John Kwang, ook een Koreaans-Amerikaan, die alle verschillende etnische groepen in de stad probeert te bundelen. Al zijn er voortdurend botsingen tussen de zwarten en de Koreanen, hij houdt hun voor dat ze allemaal brothers zijn, family. De wederom cynische boodschap van het boek is dat al die etniciteiten rustig op hun eigen eilandje blijven leven. Het idee van de melting pot is een even grote fictie als de American Dream.
Tot slot vertelt Lee ook nog een liefdesgeschiedenis. Henry is getrouwd met de witte Lelia, een spraaklerares, iemand die met soepele tong de moedertaal beheerst. De dood van hun zoontje heeft een wig tussen hen gedreven. Lee blijft vooral stilstaan bij Henry’s gevoelens: hij kan niet nalaten te denken het kind stierf omdat hij half wit, half geel is. In het land van de onbegrensde mogelijkheden is kortom een boel niet mogelijk.
Het klinkt allemaal wat schematisch: je kan over Native Speaker makkelijk essayistisch bespiegelen. Maar het boek is wel degelijk een echte roman, Lee laat heel mooi zien wat zich achter het Aziatische masker van Henry afspeelt. En hij is niet alleen cynisch: door de ondergang van politicus Kwang krijgt Henry meer zicht op zijn identiteit. Hij geeft het spioneren op en helpt zijn vrouw Lelia, met wie hij zich weer heeft herenigd, spraaklessen te geven. De manier waarop zij de namen van kinderen van alle mogelijke etniciteiten uitspreekt, geeft hem hoop. Je kan je tong zo lenig maken dat de verschillen worden overbrugd.